De klimaattop in Kopenhagen wordt niks, zegt Jason Clay van het Wereldnatuurfonds. Redding moet komen van de grote bedrijven.
„Als je niet weet waar je heen wilt, zal je nooit ergens komen.” Deze wijsheid is Jason Clay als boerenzoon in de Amerikaanse staat Missouri met de paplepel in gegoten. Clay, verbonden aan het Wereldnatuurfonds, zit regelmatig met grote inkopers, producenten en de detailhandel om tafel. Hij probeert hen te bewegen om grondstoffen op een duurzame manier te gebruiken.
Eerder was Clay hoge ambtenaar aan het Amerikaanse ministerie van landbouw. Als professor in de antropologie is hij verbonden aan Harvard. Hij geldt als invloedrijke wereldverbeteraar, vooral in het Amerikaanse bedrijfsleven. Zo lieten de bedenkers van het Ben & Jerry's ijs zich inspireren door Clay. Ze ontwierpen het zogenoemde regenwoudijs, gemaakt met duurzame ingrediënten. Clay was gisteren in Nederland en sprak op het congres van het Initiatief Duurzame Handel (IDH).
De Amerikaan denkt dat het bedrijfsleven een grotere rol moet spelen in het klimaatdebat. Maar dan moeten de risico's over de opwarming van de aarde wel eerst in kaart gebracht worden. Overigens geldt dat ook voor waterschaarste - het volgende mondiale probleem volgens Clay.
Tot grote teleurstelling van de Amerikaan hebben bedrijven momenteel slechts goede voornemens. „Dat komt voornamelijk doordat niemand weet welke kant we opgaan.” Volgens Clay is het essentieel hier verandering in aan te brengen, want uitstoot van CO2, is een economisch vraagstuk. „Bij opwarming van de aarde moeten alle aspecten van de economie, zoals productie, financiering, het verbouwen van gewassen, worden betrokken. Daarom moeten bedrijven, niet overheden, een afspraken maken over CO2-uitstoot.”
De Amerikaan ziet om die reden veel meer in een klimaatpact tussen bedrijven, in plaats van tussen landen. „De klimaattop in Kopenhagen is nu al mislukt en bovendien een gepasseerd station. Laat de honderd grootste bedrijven ter wereld een klimaatpact sluiten. Dat heeft veel meer effect.”
De private sector kan in de klimaatdiscussie meer bereiken dan de publieke sector, is de conclusie van Clay. Maar, zo benadrukt hij, dat kan niet zonder eisen te stellen aan de consument. „De vervuiler betaalt en dat is zonder twijfel de consument. Die moet simpelweg meer gaan betalen voor zijn product.” Wat betekent dat voor het concurrentievermogen van bedrijven? „Je moet het zien als het voorstadium voor concurrentie. Er moet een nieuw bedrijfsmodel worden bedacht waarin consumenten een essentiële rol spelen. Waarom stelt supermarktketen Walmart bijvoorbeeld aan zijn toeleveranciers wel bepaalde duurzaamheidseisen en aan zijn klanten niet? Op de lange termijn kunnen we dat simpelweg niet volhouden.”
Overigens is Clay van mening dat Nederlandse bedrijven meer kunnen doen op het gebied van duurzaamheid. Volgens de Amerikaan is het Nederlandse bedrijfsleven, afgezien van de grootste spelers op de markt, nog weinig transparant. D
Het Initiatief Duurzame Handel, bestaande een coalitie van bedrijven en maatschappelijke organistaties, wil duurzame handelen productie van Nederlandse bedrijven stimuleren. Minister Bert Koenders (ontwikkelingssamenwerking), stelde gisteren tot 2015 nog eens 20 miljoen euro beschikbaar .
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.