*

 

’De DDR was zo veilig’

Antoine Verbij − 31/10/09, 00:00

De val van de Muur bracht vreugde met zich mee, maar ook angst. Want ondanks de beperkingen van de DDR wisten mensen ten minste waar ze aan toe waren. ’Nu is er een tekort aan veiligheid en zekerheid.’

  • Constance Wiens en haar zoon Richard. 'Later kwam uit dat mijn vader voor de Stasi had gewerkt, dat vond ik verschrikkelijk.'  (FOTO FALKO SIEWERT)
    Constance Wiens en haar zoon Richard. 'Later kwam uit dat mijn vader voor de Stasi had gewerkt, dat vond ik verschrikkelijk.' (FOTO FALKO SIEWERT)

’Hier in Pankow ben ik opgegroeid, hier voel ik me veilig en geborgen.” Pankow is een burgerlijke, volgens Constance Wiens zelfs ’grootburgerlijke’ wijk in het oostelijke deel van Berlijn. De huizen zijn wat ze hier ’oud’ noemen: van eind negentiende, begin twintigste eeuw. Ook ten tijde van de DDR was het een betrekkelijk deftige wijk. In het deftigste deel woonden aanvankelijk de partijleiders. Totdat ze dat te dicht bij het volk vonden.

In een wat minder deftig deel wonen Constance en haar zoon Richard. De kleine woning ademt nog een beetje de sfeer van de DDR. Ze is volgestouwd met goedkope meubels, de wanden en kasten zijn overladen met foto’s, schilderijtjes en voorwerpen waaraan allerlei persoonlijke betekenissen en herinneringen kleven. In de smalle keuken staan broodjes en taart klaar voor de gasten.

„Ik was weliswaar heel blij toen de Muur viel”, vertelt Constance, „maar ik had ook een dubbel gevoel. Ik was bang voor wat er op ons af zou komen. In de DDR was alles zo veilig. Je had werk, je had zekerheid. Natuurlijk, er was een tekort aan consumptiegoederen, aan materiële dingen. Maar nu is er een tekort aan veiligheid en zekerheid. Ik zie veel ontevredenheid en onrechtvaardigheid om me heen. Ik wordt achtervolgd door toekomstangsten.”

Ze kijkt met grote, bezorgde ogen naar haar zoon. „Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe het geweest moet zijn om in de DDR te leven”, zegt Richard. „Hoe het was bij de pioniers en in die vakantiekampen. Men ging veel naar buiten. Er waren geen computers en nauwelijks televisie. Maar dan besef ik ook dat dat mooie en overzichtelijke leven eigenlijk gestuurd werd door zo’n geheim apparaat, door de Stasi.”

Wat hij van de DDR weet, heeft Richard niet van school. „Op mijn middelbare school wordt er nauwelijks aandacht aan besteed. De geschiedenislessen gaan vooral over de Tweede Wereldoorlog.” Zijn kennis van de DDR heeft hij van de televisie en van wat hij erover leest in boeken. „Ik heb zo’n uitvouwbare brochure die laat zien waar de Muur liep en hoe die in elkaar zat. Met mijn moeder en een vriend heb ik een stuk van de Muur-route gefietst.”

Van familieleden heeft Richard weinig over de DDR gehoord. „Maar je hebt er ook nooit echt naar gevraagd”, werpt Constance tegen. „Mijn oma heeft er wel eens iets over verteld”, vervolgt Richard. „Dat het zo gevaarlijk was in de buurt van de grens, dat ze eens naar de bakker liep en dat er toen geschoten werd.” „Maar dat was in de Tweede Wereldoorlog!”, corrigeert Constance haar zoon. „Dat was een schietpartij tussen de Russen en de Duitsers.”

Constance bevestigt dat in haar familie weinig over het verleden wordt gesproken. Niet over de Tweede Wereldoorlog en niet over de DDR. „Zelfs mijn broer, die in de DDR in de gevangenis heeft gezeten omdat hij het land uit wilde, praat daar niet over.”

Ook over haar vader werd nooit veel gezegd. „Ik ben grotendeels zonder vader opgegroeid. Mijn ouders waren al vroeg gescheiden. Ik heb me daardoor altijd nogal ontworteld gevoeld.”

Haar vader was de dichter Paul Wiens, in de DDR een grootheid. „Ja hij was schrijver, dat vond ik mooi. Maar later kwam uit dat hij voor de Stasi had gewerkt, dat vond ik verschrikkelijk. Ik heb zijn dossier ingezien, daar was ik helemaal van ondersteboven. Ik heb er maar een paar bladzijden in gelezen, het was te veel voor me. Hij heeft talloze mensen aangegeven. Daar heb ik schuldgevoelens over, die draag ik voor altijd met me mee.”

Het werpt een smet op haar eigen verleden. „Ik heb mezelf altijd als een echt DDR-kind gezien. Ik zag veel positieve dingen in het land. Zoals de vriendschap tussen de volkeren die ons werd ingeprent. Die vind ik nog altijd belangrijk. We zongen in ons koor veel buitenlandse liederen en die zijn me bijgebleven. We keken kritisch tegen elke vorm van nationalisme aan.”

Constance vindt dat ze altijd een keurig, aangepast leven heeft geleid in de DDR, en veel spijt heeft ze daar niet over. „Er zijn bijvoorbeeld veel kleine dingen van vroeger die ik mis, dingen die ik van mijn ouders heb meegekregen, zoals dat je opstaat in de tram wanneer er een ouder iemand binnenkomt. Dat heb ik ook aan Richard proberen mee te geven, dat je rekening houdt met anderen. Dat ergerde hem wel eens.”

Hebben ze ook nog andere dingen uit de DDR overgenomen? Veel mensen doen bijvoorbeeld nog aan de ’Jugendweihe’, een in de DDR gebruikelijk feest voor veertien-, vijftienjarigen ter inwijding in de volwassenheid. „Nee”, zegt Richard, „ik heb de ’confirmatie’ gedaan, dat is de kerkelijke variant daarvan. Veel leeftijdgenoten deden de Jugendweihe alleen maar omdat je dan veel cadeaus en geld krijgt. Maar ik vind de confirmatie iets heel bijzonders.”

Constance licht toe: „Ik kom uit een atheïstisch gezin. Ik zat bij de pioniers en bij de DDR-jongerenorganisatie FDJ. Ik heb me nooit zo voor religie geïnteresseerd. Maar met de jaren is dat dan toch een beetje gekomen. Ik deed Richard op een kleuterschool van de kerk. Ik vond dat ineens belangrijk. Ik had de behoefte om me ergens mee verbonden te voelen, met iets dat cultuurhistorisch diep geworteld is.”

Richard vertelt dat er op zijn school nauwelijks iets over religie werd verteld. „Pas bij de voorbereiding op de confirmatie heb ik lessen in religie gekregen en er ook een soort examen in gedaan. Ik ben geloof belangrijk gaan vinden, je kunt in de kerk met je problemen terecht. Maar dat betekent niet dat ik nu meteen theologie ga studeren.” Hij wil liever iets met muziek – hij speelt klarinet. „Of in de gastronomie. Mijn oom is een internationaal bekende kok.”

Gaat hij op 9 november nog iets speciaals doen? „Nee, de val van de Muur betekent niet zo veel voor mij, dat is eerder iets voor de generatie vóór mij.” En Constance? „Nee, ik ga niet naar het grote feest bij de Brandenburger Tor. Ik ben bang voor grote massa’s. Ik denk dat ik op 9 november maar eens een paar oude vrienden ga uitnodigen om met hen aan de keukentafel alle gebeurtenissen van toen nog eens de revue te laten passeren.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />