*

 

’We lieten ons gebruiken’

Antoine Verbij − 31/10/09, 00:00

Voor de Berlijners die bij de val van de Muur waren, was het een historische dag. Maar hoe is dat voor de Berlijners die in die tijd werden geboren en nu de eerste Muur-loze volwassen generatie vormen? Wat weten ze van de DDR-tijd? Wat zouden ze zelf gedaan hebben als ze in de DDR hadden geleefd?

  • Hanno Harnisch met zijn dochter Hanna. 'Mijn ouders hebben me een heel genuanceerd beeld van de DDR meegegeven.' (FOTO FALKO SIEWERT)
    Hanno Harnisch met zijn dochter Hanna. 'Mijn ouders hebben me een heel genuanceerd beeld van de DDR meegegeven.' (FOTO FALKO SIEWERT)

’Ik stuit soms op boosaardige vooroordelen als ik vertel dat mijn ouders in de DDR zijn opgegroeid en dat ze nog steeds heel links zijn. Dat ergert me enorm.”

Hanna Harnisch kan fel worden als het om de DDR gaat. „Mijn ouders hebben me er een heel genuanceerd beeld van gegeven. Ze hadden een boeiend leven in de DDR, maar ze hadden ook oog voor wat er allemaal niet deugde.”

Iemand die zo’n boosaardig vooroordeel tegen haar ouders koestert, is Wolf Biermann, de dissidente zanger die in 1976 door de DDR het land werd uitgegooid. De familie Harnisch zit nu in het huis aan de Berlijnse Chausseestrasse waarin hij vroeger woonde en zijn beroemde huisconcerten gaf. Biermann vindt het ’onverdraaglijk’ dat er iemand in ’zijn’ huis woont die in de Linkspartij actief is en die vroeger met de Stasi van doen had.

De woning ziet er nog net zo uit als op de platenhoezen van Biermann: rommelig, sfeervol, warme kleden op de vloer en veel grote, comfortabele fauteuils. De lange, lijvige Hanno Harnisch bivakkeert de laatste tijd veel op de sofa om te herstellen van een dubbele knieoperatie. Hij was tot voor kort mediaredacteur van de voormalige partijkrant Neues Deutschland en gaat na zijn herstel werken als persvoorlichter van de Linkspartij.

„Ja”, zegt Hanno, „we hebben in de DDR heel intensief geleefd. We hebben daar niet alleen maar geleden. We hebben ook niet alleen maar verzet gepleegd, beter gezegd: we hebben te weinig verzet gepleegd. We hadden een vak dat ons ontzettend veel plezier bezorgde, we werkten voor de jongerenradio DT64. Dat bood veel mogelijkheden, maar het kende ook veel beperkingen. Die hebben we ons laten aanleunen, het ging immers om het socialisme.”

Hanna aardt naar haar ouders. Ze zit op het vermaarde John Lennon-gymnasium, waar leerlingen actief over alles meebeslissen. „Ook de naam van de school hebben de leerlingen in 1994 zelf gekozen”, vertelt ze. Ze heeft politiek als haar zwaartepunt gekozen. „Ik wil later in de politiek actief zijn. Ik ben in mei 18 geworden en heb voor het eerst mogen stemmen. Ik heb als vrijwilliger geholpen bij het tellen van de stemmen. Heel inspannend werk was dat!”

„Ze heeft al een practicum gedaan bij de Linkspartij in de Bondsdag”, vertelt Hanno trots. „Maar toen ze laatst vertelde dat ze nog een practicum ging doen bij de Konrad Adenauer Stichting van de CDU, moest ik even slikken. Tien jaar geleden zou ik uit mijn vel zijn gesprongen, maar nu vind ik het eigenlijk wel oké. Als ze mij maar vertelt wat zij daar zoal te horen krijgt, want dat interesseert me.”

De val van de Muur, zegt Hanno met veel pathos, was „de grootste gebeurtenis in mijn leven”. Hij vertelt in geuren en kleuren wat hij in de nacht van 9 november 1989 allemaal heeft gedaan. Hoe hij met zijn loodzware radioapparatuur vooraan bij de slagboom stond, hoe hij de verzuchting van de officier opnam die met een ’Ach klote, wat kan het ook schelen’ de sleutel uit zijn jas viste en de slagboom opende, hoe hij dat de volgende dag op DT64 uitzond.

Hij deed dat samen met Hannelore Heider, de latere moeder van Hanna. „Wat ik me nog goed herinner, is dat we, toen we de grens over waren, elkaar in de ogen keken en dat toen iemand van ons zei, ik weet niet meer wie: ’Dat was het dan’. We beseften op dat moment dat de DDR, ons vaderland, op korte of lange termijn ten onder zou gaan. Dat was ons toen al duidelijk, al wisten we niet op welke manier dat zou gebeuren.”

Twintig jaar na dato kijkt Hanno er met veel zelfkritiek op terug. „Natuurlijk was de val van de Muur de bevrijding uit een enorm star systeem. Een systeem waar we zelf deel van uitmaakten, ook al waren we er het vrijere deel van, daar bij de jeugdomroep, met zijn rockconcerten. We hebben ons willens en wetens als een journalistiek ventiel van de DDR laten gebruiken.”

De grootste bevrijding die de val van de Muur voor de Harnischen bracht, was de vrijheid van reizen. „Dan voel ik ineens hoe bevoorrecht ik ben ten opzichte van mijn ouders toen”, zegt Hanna. „Mama en papa hebben me al op zo veel reizen meegenomen naar landen waar ze vroeger alleen van konden dromen.”

Hanno relativeert. „We hebben in de DDR-tijd gereisd wat we konden. Ik heb in Rusland gestudeerd en maakte later regelmatig reportages in de Sovjet-Unie, bijvoorbeeld over de studentenbrigades in Mongolië. Maar inderdaad, hier om de hoek, bij Checkpoint Charlie, daar hield het op. Daar begon West-Berlijn – dat was voor mij vreemder gebied dan Moskou, Rostov aan de Don of Ulan Bator.”

Hanno heeft ook een zwak voor talen. In de DDR leerde hij naast Russisch ook Frans en Engels. „En uit enthousiasme voor de revolutie in Nicaragua heb ik er ook nog Spaans bijgedaan. Maar helaas, de DDR heeft me er nooit naar uitgezonden.”

Nu reizen de Harnischen naar alle uithoeken van de wereld. Hanna: „Ik ben ook een keer mee geweest naar Rusland, naar Sint-Petersburg. Het was mooi om te zien hoe mijn ouders er op die reis met hart en ziel bij waren.” Hanno: „We waren aan het Ladogameer, daar waar de ’Straat des Levens’ lag, de weg waarlangs Leningrad in de Tweede Wereldoorlog bevoorraad werd toen onze landgenoten de stad 900 dagen lang probeerden uit te hongeren.”

Gaat Hanna nog iets bijzonders doen op 9 november? „We hebben op school wel meegedaan aan dat project met die dominostenen. Overal ter wereld hebben scholieren twee meter hoge dominostenen beschilderd. Die zullen op 9 november bij de Brandenburger Tor in het gelid staan en plechtig worden omgegooid. Maar daar zal ik niet bij zijn. Er wordt veel gefeest die dag, maar een goede inhoudelijke discussie is er niet bij.”

Op 9 november wordt de moeder van Hanna’s beste vriendin vijftig. Dat gaat ze die dag vieren. Ze komen uit het Westen, uit het Rijnland. „Zij zijn voor mij het bewijs dat al die vooroordelen tussen Wessi’s en Ossi’s nergens op slaan.” Hanno gaat mee. De ouders van de beide meiden zijn inmiddels ook bevriend geraakt. „Lekker praten met de Wessi’s die daar komen”, zegt hij, „dat lijkt me een uitstekende besteding van de negende november.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />