De ecologische infrastructuur is als een rode loper voor de wolf. Kleine natuurorganisaties bereiden ons voor op zijn komst, maar Natuurmonumenten zwijgt angstvallig.
Het komt niet vaak voor dat in het blad van Natuurmonumenten kritiek wordt uitgeoefend op de organisatie zelf, maar deze week is het zover. De wolf splijt de vereniging. Althans, zijn mógelijke terugkeer.
In zijn column schrijft eindredacteur Frans Bosscher dat de ’grote jongens in natuurbeschermend Nederland zich jaren het vuur uit de sloffen hebben gelopen om een ecologische infrastructuur tot stand te brengen, en dat die als een rode loper voor de wolf fungeert. Maar op het moment dat deze ster uit het dierenrijk zijn eerste poot op die loper dreigt te zetten, staat er niemand te applaudisseren’.
Bosscher stelt dat het op dit moment met name de kleine natuurorganisaties zijn die Nederland voorbereiden op de komst van wolven. De Zoogdiervereniging, Ark en Free Nature zijn bijvoorbeeld samen een website gestart om de bevolking van het zogenoemde Roodkapjesyndroom af te helpen, zoals de negatieve vooroordelen over het roofdier worden samengevat.
In Noorwegen en Duitsland heeft de terugkeer van de wolf geleid tot fikse conflicten. Bescherming van de wolven daar ervaren de jagers bijvoorbeeld als een bedenksel van de stadse middenklasse. Zij voelen zich gestigmatiseerd als domme boeren met een achterlijke manier van leven, schrijft Bosscher.
Hij suggereert dat de grote organisaties Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer nu de wolf daadwerkelijk Nederland bereikt, bang zijn dat ook hun brede achterban kritisch wordt. Daarom hullen zij zich in stilzwijgen. ’Zijn Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer’, vraagt Bosscher zich af, ’in een spagaat van wens en werkelijkheid gekomen?’
Volgens woordvoeder Robert Moens van Natuurmonumenten gaat zijn organisatie de discussie over de wolf niet uit de weg, maar zoekt hij deze ook niet op. „Er wordt veel gespeculeerd, maar onze deskundigen gaan ervan uit dat wolven pas over tien jaar ons land bereiken, en dan heb ik het niet over een enkele dwaalgast. Dan pas is het ook de tijd voor een gerichte voorlichtingscampagne. Van angsthazerij aan onze kant is geen sprake”, aldus Moens. Volgens Joke Bijl van Staatsbosbeheer hebben kleine organisaties nu eenmaal het voordeel dat zij sneller kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen. „Wij moeten eerst intern de discussie voeren, en coalities sluiten met andere groeperingen. Maar ik ben absoluut niet bang voor de discussie over de wolf. Ik zie het dier als een sleutelsoort in het Nederlandse ecosysteem.”
Bosscher verwijst in zijn column naar het project ’Wilkommen Wolf!, waarin de organisatie Nabu al enkele jaren het grote publiek en veehouders warm maakt voor de wolf. Daar blijkt dat voorlichting tijd nodig heeft. De kleine clubs in Nederland zijn ook zeer actief, maar Natuurmonumenten laat tot zijn spijt niets horen. ’De wolf komt. Hoe dan ook. Voor een communicatieadviseur is dat toch een uitdaging om van te watertanden?’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.