Nog een paar dagen en we gaan het nieuwe decennium in. Ik zal de jaren Nul afsluiten met een brok in mijn keel maar ook met een glimlach op mijn gezicht. De brok in mijn keel omdat ik twee dierbaren heb verloren: mijn ouders.
Een stralende glimlach zal zich spontaan om mijn lippen vormen als ik op oudejaarsavond naar mijn twee zoontjes kijk. Ze zijn twee jaar geleden geboren en ze zijn het mooiste wat mij is overkomen.
Mijn zoontjes zijn de erfenis van de migratie van mijn ouders naar Nederland. Waren zij niet naar Nederland geëmigreerd, dan had ik hun vader niet ontmoet en waren ze niet geboren. Daar ben ik mijn ouders nog elke dag dankbaar voor.
Toen ik met mijn ouders midden jaren zeventig naar Nederland kwam, waren we Turken. We werden aangesproken op onze Turkse afkomst, mensen stelden vragen over Turkije (hebben ze daar bakstenen huizen?), en onze Turkse gastvrijheid werd hoog gewaardeerd door onze Nederlandse kennissen en buren die we thuis uitnodigden. Het was de tijd die later in de politiek bekend zou worden als de tijd van de ’knuffelallochtonen’.
Van dat knuffelen heb ik persoonlijk niet zoveel van gemerkt maar dat kan liggen aan mijn leeftijd want ik was nog maar een kind. Ik kan me wel herinneren dat veel Turkse kennissen van ons werkten. Niemand zat zonder een baan of ziek thuis. De migranten waren toen nog jong en er was genoeg werk. Islam was toen ook geen nationale issue. Niet onder de migranten maar ook niet tussen de migranten en Nederlanders. Je was in die periode eerst Turk, dan immigrant, en daarna moslim.
Het was een tijd waarin de immigranten monter en hoopvol waren. Over Nederland klagen, deden mijn ouders niet, ze waren redelijk tevreden met dit land. Andere Turkse vrienden en kennissen eveneens. Beleefdheid was in die tijd de norm en dat voelde je. Beledigen was niet de nieuwe sport waarin je kon uitblinken.
Mijn zoontjes groeien nu op in een totaal andere Nederland. Ze zijn in de eerste, tweede en derde plaats moslim en in de vierde plaats een peuter. Islam is hét gespreksonderwerp, wordt als het nieuwe gevaar voor de wereldorde en voor de rechtsorde in Nederland gezien. Moslims zijn potentiële terroristen. Ze zijn intolerant en hangen een achterlijk geloof aan. Westerlingen hebben het licht gezien, moslims leven in donkerte. De PVV groeit met de dag vanwege haar angstkwekerij voor een tsunami van islamisering in Nederland.
Ik verwacht niet dat Nederland van de ene op de andere dag een islamhatende premier zal krijgen en racistische wetten zal afkondigen. Wat mij zorgen baart, is dat schofferen en beledigen blijkbaar de norm is geworden. Zeggen wat in je opkomt wordt als de meest bevrijdende ervaring gevoeld.
De afstand tussen moslims en autochtonen is groter geworden, bewijst wetenschappelijk onderzoek. Respect, fatsoen en beleefdheid worden als een zwakte gezien. Ik heb nog nooit zo vaak meegemaakt dat ik buitenshuis als een kind werd toegesproken. Nederland lijkt massaal van zins moslims te ’heropvoeden’: zo doen we dat hier niet.
Het ergste is nog wel dat het nergens ánders meer over gaat dan moslims versus Nederlanders. Immigranten en hun kinderen zijn bezorgd, weten zich geen houding te geven omdat ze in principe van Nederland houden en dit hun thuis voelen. Maar de sfeer? Wat moeten ze daarmee? Hun geloof willen ze niet afzweren, en ze herkennen zich niet in het karikaturale beeld dat moslimfundamentalisten en Geert Wilders van hun geloof presenteren. Emigreren naar het land van hun ouders is ook geen optie want wat moeten ze daar?
Kon ik maar aan mijn kinderen het positieve Nederland geven van mijn kindertijd.
Dit is de laatste column van Cilay üzdmir. Zij zal in 2010 op Podium blijven verschijnen met losse opiniestukken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.