*

 

Conversatie wordt basis van nieuwe journalistiek

Bart Brouwers, hoofdredacteur van gratis krant Spits − 02/12/09, 00:00

Het krantenhuis staat op instorten. Subsidies voor oude technieken hebben geen zin want die leggen het toch af tegen voortdurende innovaties.

Het Nederlandse krantenlandschap is vol afwisseling en kwaliteit. Betaald en gratis, links en rechts, gespecialiseerd en algemeen, scherp of genuanceerd. Er is keuze te over en de journalistieke hoogstandjes mogen er zijn.

Natuurlijk, soms gaat er wel eens wat fout en soms sneuvelt een editie of een titel. Dat is van alle tijden, net als de liefde en haat van de abonnees. Tegen die achtergrond is de vraag vreemd of de papieren krant nog toekomst heeft. Maar schijn bedriegt. Een combinatie van technische innovaties, zwalkende concerns, veranderende voorkeuren van een jonge generatie en een zware economische crisis hebben ervoor gezorgd dat achter de prachtige façade het krantenhuis op instorten staat.

Het is dat de krant, zeker voor een oudere generatie, zo diep in het leefpatroon zit ingebakken, want anders was het al lang voorbij geweest. Noch voor het laatste nieuws, noch voor de duiding ervan, noch voor de bredere geestelijke verrijking, noch voor de sociale binding is een dure krant nog echt nodig.

Sinds de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter weten we dat creatieve vernietiging onderdeel is van een technologisch en economisch proces. De krantensector zit er middenin. Het heeft dan ook geen zin oude druk- en distributietechnieken met structurele subsidies kunstmatig in leven te houden, want ze worden uiteindelijk toch vernietigd door voortdurende innovaties.

Wel is het slim om vernieuwing een steuntje in de rug te geven. En dus zouden de 60 Plasterkjournalisten niet naar printmedia moeten gaan maar vooral naar kansrijke nieuwe online initiatieven. Juist dáár is immers nog een wereld te winnen op journalistiek terrein – en juist die hebben de toekomst.

Het zijn heftige tijden. Klassieke journalistieke bolwerken van de krantenuitgevers zien zichzelf in de knel tussen een krimpende oude markt en de groeiende nieuwe ontwikkelingen. Je kunt het ze bijna niet kwalijk nemen, maar in zo’n omgeving lijkt innovatie haast onmogelijk. En dus zal die vooral van nieuwe partijen, merken, activiteiten gaan komen.

Het goede nieuws is dat de journalistiek van deze ’Schumpeteriaanse’ omslag niet slechter hoeft te worden. Er komen open netwerken waar journalistieke informatie door eenlingen en organisaties wordt gedeeld en verrijkt. Via blogs, open docs, microblogs, wiki’s, noem maar op. Wat nu nog als overdrijving geldt (’als het belangrijk genoeg is, komt het nieuws wel naar mij toe’), is straks de regel: voor ieder die dat wil is op elk moment precies die informatie beschikbaar die bij hem past.

De tijd dat elke krant een totaalpakket leverde is binnenkort voorbij. Ontbundeling en gedeeltelijke herbundeling komen eraan. Thematisch, geografisch, of qua vorm, op alle mogelijke manieren ontstaan brokstukken die nooit ’af’ zijn zoals ze dat vroeger waren, altijd in ontwikkeling en daarmee hyperactueel. De journalistieke arbeid die eraan ten grondslag ligt, is gebaseerd op de transparante kennis en vaardigheden van velen; consumenten en producenten zijn in elkaar verenigd en controleren elkaar tot op het bot.

Ja, het zal een chaos zijn, zeker voor de generatie die gewend was aan de orde van haar vertrouwde dagblad. Maar we gaan er onze weg weer in vinden. Dankzij Google-achtige applicaties en sterke journalistieke ankers, de professionals die erin slagen uit hun journalistieke ivoren toren te stappen en samen met de ’amateurs’ aan de slag te gaan in het gedemocratiseerde speelveld.

Klassieke nieuwsorganisaties die inzien dat hun toegevoegde waarde is afgenomen, zullen zich in eerste instantie misschien slachtoffers voelen van de internettijd. Maar vervolgens ontstaat het inzicht dat er nieuwe waarde gecreëerd moet worden om bestaansrecht te houden. De hoogte van die waarde ligt in de mate waarin journalisten erin slagen de nieuwe sociale patronen van hun publiek in lijn te brengen met de communicatiebehoeften van partijen die daarop willen meeliften.

Dat betekent dat een goede journalist zich blijft onderscheiden door het creëren van unieke en relevante brokken informatie, alleen zal hij zich veel meer rekenschap moet geven van de plek die hij daarbij wil innemen in de hele keten die het sociale speelveld bepaalt. De krant als dagelijks eindproduct heeft zijn langste tijd gehad; de conversatie – met de journalist slim tussen ontelbare zenders en ontvangers – is de kern van het nieuwe businessmodel.

mailIcon print |