De Sneep-bende, waarvan sommige leden kort geleden zijn veroordeeld, is een van de belangrijkste organisaties die zich in Nederland bezig hebben gehouden met mensenhandel. Maar politie en justitie zijn inmiddels een andere grote bende op het spoor. Opnieuw zijn tientallen vrouwen, ditmaal Hongaarse, slachtoffer.
Een web van mobiele telefoons houdt een groep Hongaarse vrouwen al jaren gevangen tussen drie muren en een raam met rode tl-lampen. Via de zaktelefoontjes worden de vrouwen van de ene klant naar de andere geleid en van de ene Hongaarse pooier naar de andere. Tientallen vrouwen hebben voor de mensenhandelaren gewerkt, blijkt uit een vertrouwelijke rapportage van de Nationale Recherche waarover deze krant beschikt.
„Slachtoffers van deze bende zijn zowel in Nederland als in Hongarije niet veilig”, vertelt de Hongaarse prostituee Hannah (27) aan Trouw. Ze spreekt gebrekkig Nederlands en heeft geen kennis van het rechercherapport, maar haar verhaal ondersteunt de bevindingen daaruit. „Een enkeling lukt het om terug naar Hongarije te gaan, maar alleen als ze genoeg voor die mannen hebben verdiend. Ik vraag mij af of ze daar echt met rust worden gelaten, of dat ze elders voor die pooiers werken.” Ze zegt deze bende ’van dichtbij te hebben meegemaakt’. Uit angst voor represailles blijft ze anoniem, met een gefingeerde voornaam. „Ik ben bang en dat blijf ik voorlopig ook wel.”
De Hongaarse groep mensenhandelaars, door de Nationale Recherche aangeduid als de dadergroepen Lunar en Zwaan, lijkt in het gat te zijn gesprongen dat de zogeheten Sneepbende achterliet. Die werd begin 2007 opgerold. In die zaak hadden de Duits-Turkse broers Hasan en Saban B. met veel geweld en intimidatie vermoedelijk meer dan honderd Oost-Europese en Nederlandse vrouwen tot prostitutie gedwongen in onder meer Amsterdam, Alkmaar en Den Haag.
Saban B., die vorig jaar al 7,5 jaar celstraf kreeg voor vrouwenhandel, ontsnapte begin september tijdens zijn verlof, en werd daarna bij verstek tot nog eens acht jaar cel veroordeeld voor onder meer twee pogingen tot moord.
De Hongaarse bende zit anders in elkaar. Inmiddels zijn drie Hongaren gearresteerd, twee in Nederland en één in Hongarije. De bende is echter nog steeds actief en wordt door politie en justitie van Nederland en Hongarije onderzocht. Vermoedelijk komen de eerste drie verdachten begin volgend jaar voor de rechter.
„Dat zijn er nog maar drie”, zegt Hannah in een reactie. „De meesten hebben hun meisjes nog in Den Haag, Amsterdam en Alkmaar achter de ramen zitten. Omdat ze moeilijk met elkaar in verband zijn te brengen – waarschijnlijk omdat ze slimmer zijn dan die Turken – kunnen de anderen gewoon hun gang gaan”, denkt ze.
Vrijwel alle verdachten, op een enkele Nederlandse handlanger of stroman na, zijn Hongaarse mannen van tussen de 35 en 40 jaar oud. Ook is de bende minder hiërarchisch georganiseerd dan die in de Sneepzaak. De handelaren opereren als een netwerk van zelfstandige pooiers die elkaar gedogen en faciliteren. Ze maken gebruik van dezelfde adressen, auto’s, tolken, controleurs en lijfwachten. De pooiers overleggen bijvoorbeeld onderling over welke prostituee ze het beste waar kunnen huisvesten.
Voor zover bekend zijn ongeveer veertig vrouwen het slachtoffer van dit netwerk, verdeeld over tien tot vijftien pooiers. De handelaren ronselen ’hun’ vrouwen in Hongarije, meestal onder valse voorwendselen. Een enkeling weet dat ze als prostituee gaat werken, maar de meesten niet. Ze worden met loverboy-methoden naar Nederland gelokt, waarbij hun een mooie toekomst met veel geld in het vooruitzicht wordt gesteld, zodat ze vrijwillig in de auto stappen die hen naar Nederland brengt.
Als de vrouwen op dat moment nog geen geldig identiteitsbewijs hebben, regelt de bende dat voor hen. Ze zijn bovendien allemaal meerderjarig. Hannah: „Die mannen kijken wel uit dat ze minderjarigen laten werken, dan worden ze sneller gepakt. Dat is te veel risico. Zo dom zijn ze echt niet.” Hongaren mogen binnen de Europese Unie vrij reizen en mogen ook in Nederland werken. De vrouwen zijn dus niet illegaal.
Na aankomst in Nederland belanden de vrouwen achter de ramen van de Amsterdamse Wallen, de Alkmaarse Achterdam en de Haagse Geleenstraat. Hun identiteitsbewijs wordt afgepakt en hun bewegingsvrijheid afgenomen. De vrouwen komen slechts op twee plekken: in de rosse buurt waar ze werken, en in het huis waar ze wonen.
Die woningen, vaak in Alkmaar, zijn geregeld door de handelaren, die er ook zelf wonen. De pooiers krijgen hulp van vier, al dan niet criminele, ’faciliteerders’, die bijvoorbeeld de huizen regelden. Twee van hen zijn volgens de Nationale Recherche exploitant op de Achterdam in Alkmaar.
Door dit soort praktijken raken de vrouwen afhankelijk van de bende. De vrouwen spreken niet of nauwelijks Nederlands of Engels, kennen de omgeving niet en hebben vrijwel geen sociale contacten buiten het netwerk. Daardoor hebben zij geen idee waarheen ze kunnen vluchten. Bovendien, stelt de recherche, hebben de vrouwen een ’sterke psychische binding’ met hun pooiers. Een deel van de slachtoffers is of was verliefd op één van de pooiers. Om die reden voelen ze zich niet altijd slachtoffer.
Als nieuwe vrouwen zich aanmelden bij exploitanten om een ’raam’ te krijgen, gaat vaak een ervaren slachtoffer mee. Die prostituee belt soms ook al vooraf met de exploitant, in naam van de nieuwe vrouw, om alvast een kamer te reserveren. Daartoe wordt ook zij door haar pooier aangezet. In deze situatie wordt het slachtoffer zelf ook dader. De meeste vrouwen zijn uiteindelijk officieel zelfstandige ondernemers en doen belastingaangifte, ook al zal die niet altijd corresponderen met wat ze werkelijk voor hun pooiers verdienen.
Officieel zijn ze dus zelfstandig, maar in praktijk kopen de handelaren de kleding van de vrouwen en bepalen ook andere details. Zo beschrijft justitie hoe één van de vrouwen een staart in het haar moest dragen in plaats van vlechten. Als de vrouwen naar Hongarije terug willen, moeten ze onder druk van de pooiers blijven. Hannah vertelt dat ’onder druk’ in dit geval echt ’dwang’ betekent. „De vrouwen kunnen geen kant op, anders waren ze wel gevlucht.”
Want de bende gebruikt ook geweld, blijkt uit het onderzoek. De prostituees worden geslagen als ze niet doen wat van hen wordt geëist, of als ze onvoldoende geld opbrengen. Van in elk geval één vrouw is bekend dat ze in drie maanden tijd veertig keer is mishandeld. Anderen zijn bedreigd of hebben bedreigingen gehoord aan het adres van hun familie in Hongarije.
De vrouwen moeten hele dagen klanten afwerken: van ’s morgens vroeg tot ’s nachts wanneer de ramen sluiten, zeven dagen per week.
De werktijden worden door de pooiers bepaald. De vrouwen staan voortdurend onder druk om harder te werken en meer te verdienen. Als een prostituee volgens de mannen te weinig verdient, proberen ze ervoor te zorgen dat zij kan werken in een andere straat of een andere stad waar de prijzen en de klandizie anders zijn. Sommige slachtoffers hebben onveilige seks, omdat ze daarmee meer geld kunnen verdienen.
Hannah vraagt zich overigens af of de pooierbende weet dat de vrouwen af en toe geen condoom gebruiken. „Als de vrouwen ziek worden, kunnen ze niet werken, en als ze klanten ziek maken, kunnen die gaan klagen of nooit meer terugkomen. Pooiers houden daar niet van, want dan trekken ze onnodig de aandacht”, zegt de Hongaarse prostituee.
Het recherche-onderzoek biedt een aardig inkijkje in de verdiensten van het Hongaarse pooiernetwerk. De vrouwen moeten al hun geld dat ze binnenhalen, afstaan aan de mannen en krijgen alleen zakgeld voor eten en drinken. Politie en justitie rekenden uit dat één pooier in zeven maanden tijd 94.361 euro verdiende aan vier prostituees. Gemiddeld kreeg hij dus 13.480 euro per maand.
Een ander verdiende in veertien maanden 219.707 euro met drie prostituees. Deze Hongaar incasseerde gemiddeld 15.693 euro per maand dankzij ’zijn’ drie vrouwen.
De mannen besteden het geld aan levensonderhoud voor zichzelf en de prostituees, aan abonnementen voor de sportschool, aan drugs en aan het casino. Vermoedelijk wordt ook een deel naar een Hongaarse bankrekening overgemaakt.
Hannah: „Levensonderhoud betekent niets anders dan huur, voeding en kleding. Als je hun kleding ziet, begrijp je dat die qua prijs echt niets voorstelt. Reken maar dat slechts een klein deel voor de vrouwen is bestemd.”
De pooiers proberen hun identiteit zoveel mogelijk te verbergen, of proberen er in ieder geval voor te zorgen dat hun identiteit niet met die van de slachtoffers in verband wordt gebracht. Dat doen ze door regelmatig van telefoon te wisselen, zodat afluisteren moeilijker wordt. Ook komen de meeste leden (maar niet allemaal) van het netwerk liever niet in het prostitutiegebied, omdat dan het verband met de prostituees kan worden gelegd. Maar met hun telefoons houden ze nauw contact met de vrouwen, blijkt uit het onderzoek.
Tot nu toe deed slechts één vrouw officieel aangifte. „Ik begrijp heel goed dat ze geen aangifte doen”, aldus de Hongaarse Hannah. „Ik doe dat ook niet. Want wie garandeert mijn veiligheid als ik met de politie praat? Via de mobiele telefoon komt die informatie snel bij de verkeerden terecht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.