weblog Tijdens de Koude Oorlog was het Balatonmeer in Hongarije zeer in trek voor ontmoetingen tussen Oost en West. Wat het IJzeren Gordijn scheidde, trof elkaar aan de oevers van het Midden-Europese vakantieparadijs.
Het was een voorproefje van de Duitse hereniging. Aan het Balatonmeer, in Duitsland 'Plattensee' geheten, ontmoetten familieleden elkaar die door de Muur gescheiden waren, sloten Duitse Bondsrepublikeinen vriendschap met Duitse Volksrepublikeinen, bloeiden liefdes op die zich van het IJzeren Gordijn niets aantrokken.
Het meer ligt midden in West-Hongarije. De Hongaarse volksrepubliek stond open voor West en Oost. Voor DDR-burgers was het deel van het 'socialistische buitenland' waarvoor ze makkelijk visa kregen. Onder West-Europeanen was het meer een aangename plek om hun nieuwsgierigheid naar de mensen achter het IJzeren Gordijn te bevredigen.
In Hongarije heerste het zogeheten 'goulashcommunisme'. Het regime van partijleider János Kádár paaide de bevolking met kleine beetjes vrije markt. De consumptie stond op een hoger peil dan in andere Oostbloklanden. En het regime zette de grenzen open voor westerse toeristen. Dat bracht de nodige deviezen in het land.
Zo kon het gebeuren dat op de campings aan het Balatonmeer Volkswagens naast Trabants stonden. Al snel was het eerste contact gelegd met een gesprek over auto's. En van het een kwam het ander. Men bleef contact houden, stuurde elkaar pakjes, keerde het volgende jaar weer terug. Soms liet de Trabantrijder zijn auto staan en reed in de kofferbak van een Mercedes mee naar het westen.
'Duitse eenheid aan het Balatonmeer' heet een mooie, kleine tentoonstelling in het Hongaarse culturele instituut in Berlijn. Daar zijn foto's en films uit de vakantiearchieven van Balatonbezoekers te zien. Daar vertellen mensen op video over hun belevenissen aan het meer. Daar vertelt ook een Stasi-officier hoe een speciale eenheid van de Oost-Duitse geheime dienst de vakantiegangers in de gaten hield.
Daar is ook het verhaal te lezen van de Westberlijnse Elisabeth Schmidt en het Oost-Duitse stel Dieter en Birgit Arnstadt. Jaar na jaar troffen ze elkaar aan het meer. Ze hoorden elkaar uit over het leven aan de andere kant van de Muur. Ze wisselden cadeutjes uit. Lever- en bloedworst in blik van oost naar west, elektrisch speelgoed en Engelse songteksten van west naar oost.
Na de val van de Muur vervulde Elisabeth een lang gekoesterde wens. Dieter had haar nooit in zijn Trabant laten rijden. Nu kon ze zelf een Trabant aanschaffen, een paars gekleurde met een Volkswagenmotor erin, want met zulke auto's probeerde de Trabantfabriek te overleven. Maar Dieter en Birgit zijn sindsdien maar één keer bij haar op bezoek in West-Berlijn geweest. "We hadden elkaar niets meer te zeggen," stelde Elisabeth treurig vast.
Met die zin eindigen vaker verhalen over Oost-Westbetrekkingen. De val van de Muur maakte een eind aan vriendschappen die gebouwd waren op nieuwsgierigheid. Maar ineens lag alles open. Geen mysterieuze sluier meer, geen spanning van twee gescheiden werelden, geen kriebel van het onbekende. De val van de Muur was naast bevrijding ook onttovering.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.