*

 

Energie ligt voor het opscheppen

Esther Bijlo − 28/12/09, 00:00

Slim gebruik van energie op bedrijventerreinen kan net zoveel besparen als 600.000 huishoudens in een jaar gebruiken.

  • Op het Bossche industrieterrein Rietlanden staat een Heinekenbrouwerij. Als ondernemers op bedrijventerreinen samenwerken om slim energie te gebruiken, kan er veel worden bespaard.  (FOTO WERRY CRONE, TROUW  )
    Op het Bossche industrieterrein Rietlanden staat een Heinekenbrouwerij. Als ondernemers op bedrijventerreinen samenwerken om slim energie te gebruiken, kan er veel worden bespaard. (FOTO WERRY CRONE, TROUW )

Bier brouwen kost warmte. Handig dus om pal naast de brouwerij van Heineken in Den Bosch een warmtekrachtcentrale neer te zetten. Maar de centrale, op gas gestookt, kwam bijna stil te vallen. Energie werd elders goedkoper opgewekt door de lage steenkoolprijzen.

Inmiddels draait de centrale op halve kracht en liggen er plannen om de capaciteit weer volledig te benutten. Daarvoor is samenwerking nodig met andere ondernemingen op het bedrijventerrein. Anders lukt het niet lokaal opgewekte energie zo rendabel mogelijk te gebruiken.

Onderzoeksorganisatie SenterNovem becijferde onlangs dat daar nog enorme mogelijkheden liggen. Handig gebruik van energie op bedrijventerreinen kan net zoveel besparen als 600.000 huishoudens in een jaar gebruiken. Dat komt overeen met anderhalf keer het vermogen van het megawindpark dat bij Urk gebouwd zal worden.

Vanzelf komt die besparing er niet. Het is niet genoeg als bedrijven dat ieder voor zich uitzoeken. Ze zullen samen moeten kijken naar lokaal op te wekken energie en het aan elkaar koppelen van energiestromen. Ook het isoleren van oude gebouwen en het aanbrengen van zaken als zuinige buitenlampen levert met een gezamenlijke aanpak meer op.

Om uit te vinden welke methodes het beste werken, wees Senternovem een aantal bedrijventerreinen aan voor een proef. De Rietvelden in Den Bosch, waar de een na grootste brouwerij van Heineken staat, is er een van. Het gemêleerde terrein, dicht tegen het centrum van Den Bosch aan, huisvest oude en nieuwe industrie en een binnenvaarthaven. De kloeke donkergroen met grijze blokkendozen van de bierbrouwer liggen langs een van de kanalen. Het mout komt per schip. Aan de andere kant van het water ligt het enorme terrein van de Brabanthallen waar grote evenementen plaatsvinden.

De directie van de Brabanthallen denkt nu na of de gebouwen ook gebruik kunnen maken van de warmte van de centrale naast Heineken, vertelt Wilfried Aarsen, verantwoordelijk voor gezondheid, veiligheid en milieu bij de brouwerij in Den Bosch. Voor de vereniging van bedrijven op de Rietvelden en het naastgelegen terrein de Vutter onderzoekt Aarsen samen met Essent, eigenaar van de centrale, hoe de energie beter benut kan worden.

„De warmte van de centrale is eigenlijk altijd alleen maar naar Heineken gegaan. De centrale stookt op gas en toen steenkool relatief veel goedkoper werd, viel die bijna stil. Nu draait de centrale op halve kracht, op momenten dat de energieprijzen op de markt hun piek hebben.”

Maar er is meer uit te halen als ook andere bedrijven, zoals de Brabanthallen, warmte afnemen. De warmte zou ook over de grens van het bedrijventerrein kunnen gaan. Essent zou de ’buurtenergie’ graag leveren aan flats, kantoren en nieuwbouw in de omgeving.

In de ideale situatie kan het nog vele malen duurzamer, legt Aarsen uit. De centrale kan op groen gas gaan stoken, het biogas bij voorbeeld dat vrijkomt bij de eigen zuivering van afvalwater van Heineken.

De anderhalve kilometer verderop gelegen rioolwaterzuivering van het Waterschap kan ook meedoen. Ook dat kan biogas uit afvalwater halen. Zelf heeft het Waterschap kleine biogasmotoren, maar kan niet alle warmte benutten. Het biogas kan beter naar de centrale van Essent op het bedrijventerrein.

Het aan elkaar knopen van de energiestromen is het meest uitdagende project op het Bossche bedrijventerrein. Maar ook twee minder hoogdravende projecten, zuinige buitenlantaarns en een isolatieprogramma, kunnen veel opleveren.

Aarsen: „Er is hier redelijk wat leegstand op het bedrijventerrein. Het gaat om oudere gebouwen met een hoge energierekening. Bedrijven kiezen dan eerder voor een nieuw bedrijventerrein.”

De plannen voor meer samenwerking stuiten bij de ondernemers op het bedrijventerrein vooralsnog niet op concurrentieproblemen.

„Wij houden hier onder de grote rivieren van netwerken,” verklaart Paul Clarijs, vice-voorzitter van de bedrijvenverenging en ook werkzaam bij Heineken. „De Brabantse cultuur werkt in dit geval in ons voordeel.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />