Gemeen koud is het op de Waddenzee, als een ijzige wind daar ragfijne scheermesjes in je gezicht blaast. Toch zochten de grijze zeehonden de koudste decembertijd uit voor het werpen van hun jongen.
Sommige dingen heb je niet te kiezen, zult u denken. En zo is het ook. Die grijze zeehonden hebben trouwens geen last van de kou. Hoe schattig u zeehonden ook vindt, op het droge zijn ze wanstaltig dik. Grijze hebben bovendien een spitse snuit, niet dat snoezige hondekoppie. Ze zijn ook groter dan gewone zeehonden. Ze krijgen jongen met een spierwitte vacht. Een bontjas die hen tegen strenge vorst en snijdende wind beschermt. Normaal gesproken liggen die jongen zeker zes weken op het ijs tussen New Foundland en Groenland. Daar worden ze elke winter met duizenden doodgeslagen, omdat stijlvolle dames kraag laten zien hoe rijk ze zijn en rijke dames hoe stijlvol.
Zo’n bontjas moet wel droog blijven. Een regenbuitje soit, maar een plons in zee zou funest zijn. Je kunt een bontjas daarna wel weggooien. Die babyzeehondjes kunnen dat niet, die blijven wekenlang hermetisch ingebakerd op het ijs liggen. Of op het zand. De eerste avonturiers die vanuit het noorden onze Waddenzee binnendrongen, vestigden zich op de Richel, die plaat waar de boot naar Vlieland omheen vaart. Van de boot af kun je ze zien liggen, honderden soms. De Richel is een van de platen die bij vloed ook meestal droog blijven. Dat moeten die bontjassen hebben! Oké, op het strand kan het ook, maar daar is het te druk. Niet lang geleden hebben ze ook Griend ontdekt. Daar vond volgens eigenaar Natuurmonumenten een witte geboortegolf plaats.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.