Oudere kleuterjuffen zijn niet blij met de toenemende druk op hun kleuters. „Ze moeten te veel van papier leren.”
Het is Sinterklaas, ook op openbare basisschool De Tweemaster in het Groningse Hoogezand. Hij is overal: Sinterklaasliedjes schallen door de klas waar groep 1 en 2 samen in de kring zitten, en tekeningen van mijters hangen aan de muur.
Wat ook overal aanwezig is, is taal. In de klas staat een ’alfabetmuur’ met de letters, op de tekeningen is naast de namen van de kinderen de ’S’ van Sinterklaas gestempeld. Diyar heeft al geprobeerd om ’mijter’ te spellen: M I J T R E, staat er in stempelletters.
De stempels en woordkaartjes zijn ook wel nodig in de kleuterklas, vertelt juf Margrita Druyf. „Als ze naar groep 3 gaan, moeten ze al 17 letters kennen en hun eigen voor- en achternaam kunnen schrijven. Vroeger kenden mijn kinderen aan het eind van groep 2 zestig liedjes, met een uitgebreide woordenschat. Nu heb ik daar geen tijd meer voor, omdat ik ze die letters moet leren.”
Druyf (48) is een van de juffen die nog de ’Klos’ hebben gedaan, de opleiding tot kleuterjuf die in 1985 opging in de pabo.
Ze is niet blij met de hogere eisen die aan de kleuters worden gesteld. En zij niet als enige. Uit een enquête van het Onderwijsblad bleek dat veel ’Klossers’ zich zorgen maken over het kleuteronderwijs (zie kader).
Nu is Druyf niet tegen het leren van letters, maar ze heeft bezwaar tegen de manier waarop dat gebeurt. „Ik moet de kinderen een werkblad geven, waarop ze op plaatjes voorwerpen moeten aanwijzen die met een ’M’ beginnen. Maar ze leren de M veel beter als ik met ze door de klas loop en ze die voorwerpen zelf laat aanwijzen.”
Juffen en meesters die nu van de pabo komen, weten niet altijd dat kleuters op een andere manier leren dan oudere kinderen, ziet de kleuterjuf. „Ze hebben zich niet specifiek gericht op het jongere kind. Daardoor vallen ze snel terug op methodes. Die laten kinderen op een abstracte manier rekenen en taal leren. Terwijl je juist betekenis aan de woorden op papier moet geven.”
Ze komt door haar visie wel eens in conflict met directeur Paul Inberg, die de hete adem van de inspectie in zijn nek voelt.
„Als school word je afgerekend op het taalniveau van de kleuters aan het eind van groep 2”, zegt Inberg. „Dan moeten ze een Cito-toets maken. Als je weigert die toets af te nemen, krijg je een onvoldoende van de inspectie.”
Daarom laat Druyf haar kinderen soms toch maar een werkblad zien. „Dan weten ze alvast hoe dat eruitziet.”
Het team van de Tweemaster zou graag zien dat er op de pabo’s meer aandacht komt voor de jonge kinderen. Staatssecretaris Van Bijsterveldt is net bezig aan een rondgang langs de lerarenopleidingen. Ze herkent de klacht van de kleuterjuffen wel. „Op de pabo’s hoor je: We leren een beetje van veel onderwerpen. Maar juist bij die jonge kinderen moet je heel erg oppassen hoe je met het bijbrengen van kennis omgaat”, aldus Van Bijsterveldt. „Een kleuter is geen tienjarige.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.