Het proces tegen oorlogsmisdadiger Heinrich Boere, woensdag geopend in Aken, is waarschijnlijk de laatste kans dat een gevluchte Nederlandse oorlogsmisdadiger alsnog wordt berecht. Zestig jaar heeft het geduurd voor de ex-SS’er in de rechtszaal zit. Boere is niet de enige die zo lang buiten bereik van justitie wist te blijven. Van de duizenden Nederlandse oorlogsmisdadigers die na de oorlog het land zijn ontvlucht, is echter niet één zaak definitief afgedaan. Het proces tegen de hoogbejaarde ex-kampbewaker Bikker werd afgebroken. Hij was te ziek.
De zaak tegen Boere is als ’eerste en laatste’ proces een symbool van trage en onbevredigende rechtsgang. Traag, omdat Nederland al in 1980 het eerste uitleveringsverzoek heeft gedaan. Onbevredigend, omdat noch Nederland, noch Duitsland in die dertig jaar veel haast hebben gemaakt om de zaak af te handelen. Keer op keer waren er juridische barrières waardoor een rechtszaak niet van de grond kwam. De Amsterdamse hoogleraar strafrecht Rüter zei jaren geleden al dat Nederland én Duitsland ’hun recht hebben verspeeld’. De Duitse historicus Stefan Stracke concludeerde deze week dat honderden oorlogsmisdadigers zo de dans zijn ontsprongen.
Terwijl Nederland zich met Den Haag –lovenswaardig– profileert als ’internationale hoofdstad van het recht’ en strijdt voor berechting van oorlogsmisdaden, heeft het dus bij de berechting van de eigen gevluchte oorlogsmisdadigers weinig resultaten om op terug te kijken. Er is nog steeds geen recht gedaan.
Dit alles geeft de zaak tegen Boere iets wrangs. Samen met het beeld van een 88-jarige verdachte, een ’zielig mannetje’ (woorden van de zoon van een van de slachtoffers), roept dat al snel de vraag op of het niet te laat is. Waarom hij en anderen niet?
Het antwoord is echter duidelijk: dit proces moet gevoerd worden. Boere is in Nederland al veroordeeld voor ernstige oorlogsmisdaden: het willekeurig en in het geniep vermoorden van drie burgers, uit wraak voor acties van het verzet. Hij kreeg bij verstek al levenslang, en valt daarmee in de zwaarste categorie.
De Duitse rechter moet nu oordelen. Dat het zestig jaar heeft geduurd voordat de slachtoffers iets van genoegdoening krijgen, is nog geen argument om de berechting van oorlogsmisdaden op te geven. Al is de verdachte inmiddels hoogbejaard, het is niet te laat om, voor het eerst, recht te spreken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.