Gisteren was het vijf jaar na de moord op Theo van Gogh. De herdenking was bescheiden, maar verschillende kopstukken grepen de gelegenheid aan om stevige uitspraken te doen over het gedachtegoed van Van Gogh; de vrijheid van meningsuiting en de maatschappelijke discussie over rol van de islam binnen de Nederlandse samenleving. Hieronder een overzicht.
Rita Verdonk noemde Van Gogh tijdens de herdenking in het Oosterpark „de vleesgeworden vertegenwoordiger van het vrije woord”. Ze zei dat hij „zich zou omdraaien in zijn graf” als hij zou zien hoe Nederland er nu aan toe is. Volgens haar zorgen groepen hangjongeren nog steeds voor problemen en zijn er nog steeds moslims die weinig met de Nederlandse samenleving hebben.
Ahmed Marcouch waarschuwde dat het volgens hem broodnodige debat over de rol van de islam in de samenleving weer stilstaat. „De grootste fout die we nu kunnen maken is wegkijken. Zoals moslims denken dat homo's niet bestaan als je het er niet over hebt, zo denken seculieren dat moslims wel weggaan als je het er niet over hebt.” Hij riep moslims en niet-moslims op een vuist te maken tegen extremisten.
Fatima Elatik, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg, zei tijdens een debat over de moord op Theo van Gogh in het jongerencentrum Argan in Amsterdam dat gezien de gruwelijke wijze waarop hij Van Gogh om het leven bracht, er wel een steekje los moet zitten bij Mohammed B „Hij is gewoon gek, een psychopaat. Dit doe je niet zo maar, ook niet uit naam van Allah. Wat hij heeft gedaan, kun je niet als gezond persoon doen.” Daarnaast vindt de Marokkaans-Nederlandse bestuurster dat het debat is blijven hangen in vooroordelen over de islam. „All of a sudden wordt je aangesproken op één ding van je identiteit. Dan ga je domme dingen doen, dan ga je domme dingen verdedigen.”
Ook het Amsterdamse GroenLinks-gemeenteraadslid Fenna Ulichki waarschuwde ervoor dat moslims de afgelopen jaren zo zijn aangevallen, dat ze zich opsluiten in de eigen groep. „Het bewijs van goed gedrag ligt toch veelal bij de moslims. Daardoor zie je dat de rijen gesloten worden.”
Geert Wilders zei dat PvdA-minister Eberhard van der Laan en D66-leider Alexander Pechtold zich gedragen als "politieke handlangers van Mohammed B." Volgens de PVV-voorman dragen uitlatingen van de twee politici bij „aan een klimaat van haat en geweld tegen mij en de PVV. PvdA en D66 hebben blijkbaar niks geleerd van de moord op Pim Fortuyn.”
Wilders reageerde met zijn uitspraken op uitlatingen van Pechtold in de Volkskrant en Van der Laan in De Pers die Wilders en zijn partij achtereenvolgens typeren als extreemrechts en als een gevaar voor de rechtsstaat. De uitspraken van Pechtold en Van der Laan waren reacties op een onderzoek over radicalisering dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarin staat dat de PVV van Geert Wilders een extreem-rechtse partij is die islamofobie en systeemhaat tegen de overheid mobiliseert. Daarmee wordt de sociale cohesie en de democratie in het land ondermijnd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.