Veel en vaak van baan wisselen is hét antwoord op de snel oplopende werkloosheid in de Europese Unie. Maar de Europese arbeidsmarkt is daar nog niet op ingericht.
„Bescherm de werknemer, niet de baan.” Dat zou volgens Donald Storrie van Eurofound, het Europese agentschap voor de Verbetering van Leef- en Werkomstandigheden, een oplossing kunnen zijn voor de snel oplopende werkloosheid (inmiddels ruim 11 procent) in de Europese Unie. Storrie schreef een rapport over het Europese banenverlies als gevolg van de crisis, uitgesplitst naar sectoren. Het rapport wordt gepresenteerd aan de vooravond van een tweedaags congres van Eurofound in Dublin over de Europese arbeidsmarkt.
De oplossing waar Storrie op doelt is het in Scandinavië veel gebruikte model van flexicurity. Dit model koppelt een soepel ontslagrecht (flexibility) aan een stelsel van sociale zekerheid met relatief hoge uitkeringen (security). En het zorgt ervoor dat werknemers worden omgeschoold. „Het probleem is dat de Europese arbeidsmarkt totaal niet op dit model is ingericht. Bovendien slaat de crisis zo hard en diep toe dat sommige werknemers geen alternatieven hebben”, zegt Storrie.
De autofabrikanten en daaraan gelieerde bedrijven, van oudsher de grootste werkgevers in de EU, hebben het zwaarst te lijden onder de economische crisis. Het banenverlies kwam dit jaar uit op 11,7 procent. En de ergste pijn moet nog komen in deze sector. Bij het Duitse Opel staan nog duizenden banen op de tocht, zeker nu General Motors (GM) heeft aangekondigd het bedrijf uiteindelijk toch niet te verkopen aan de Canadese auto-onderdelenproducent Magna en de Russische Sberbank. Duitsland hoopt via staatsteun veel banen te behouden, vooral in eigen land.
„Een nobel streven, maar deze vorm van protectionisme werkt averechts. Alle werknemers moeten beschermd worden, niet alleen de banen in eigen land”, zegt Storrie. Vooral de Duitse regering heeft de afgelopen maanden veel maatregelen genomen om de eigen arbeiders te beschermen. Het inkorten van de werkweek is daar een voorbeeld van. Daardoor is het werkloosheidspercentage relatief laag gebleven.
Het rapport waarschuwt dat deze korte-termijnmaatregelen vooral de arbeidsmarkt van afzonderlijke lidstaten beschermen. Storrie: „Daar moeten we op de lange termijn mee oppassen. Ik zie hier een rol weggelegd voor de Europese Unie die dit soort protectionisme moet voorkomen. De Unie moet optreden tegen lidstaten die alleen de banen in eigen land beschermen.”
Een andere sector die hard wordt getroffen door de crisis is de detailhandel. Dit jaar komt het banenverlies uit op ruim 7,5 procent. Een bekend voorbeeld is het Britse Woolworth, dat vorig jaar zijn deuren moest sluiten, waardoor 27.000 mensen op straat kwamen te staan. Maar het rapport signaleert ook een positieve ontwikkeling in deze sector. In discount supermarkten (zoals Aldi en Lidl) werden dit jaar juist meer mensen aangenomen. Er is veel vraag naar producten uit deze supermarkten als gevolg van de economische crisis.
In de Europese financiële sector is het banenverlies (7,5 procent) niet groter dan in voorgaande jaren, zo signaleert het rapport. Storrie verwacht de komende tijd echter een verslechtering. „Amerikaanse banken als Citigroup hebben al grote reorganisaties doorgevoerd. Dit jaar werden 52.000 banen geschrapt. Tot nu toe hebben banken binnen Europa nog geen schokkende reorganisaties aangekondigd. Maar nu Europese banken, zoals recent ING en de Britse banken Lloyds en RBS, hun activiteiten opknippen, zal veel werkgelegenheid verloren gaan”, zegt Storrie.
In bijna geen enkele sector zijn er dit jaar banen bijgekomen, signaleert Eurofound. Eén sector uitgezonderd. In de Poolse mijnbouw hebben meer dan duizend mensen een nieuwe baan gevonden. Dat komt omdat Polen in zijn elektriciteitsvoorziening vaker overstapt op kolen. De grondstoffen olie en gas zijn simpelweg te duur geworden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.