*

 

2 november 2009: Doe liever een pet over je keppeltje

Elma Drayer − 05/11/09, 00:00

De aanloop naar 2 november voorspelde al weinig goeds. Vrij Nederland liet twee weken geleden een reeks personages aan het woord die de vermoorde filmmaker van nabij hadden gekend. „Als iemand anderen het recht op vrije meningsuiting niet gunde, dan was het Theo”, wist de een. „Hij is nu opeens een baken van beschaving en vrije meningsuiting”, zei de ander. „Maar wat Theo deed, had niets met de Verlichting te maken.” Schandelijk, vond ook een derde, dat de man na zijn dood zo was ’opgehemeld’.

Vreemd. Zelf kan ik me niet herinneren dat Theo van Gogh postuum ineens voor een ’baken van beschaving’ doorging. Noch dat hij door heel Nederland werd ’opgehemeld’. Wel kan ik me iets heel anders herinneren: hoe zich binnen vierentwintig uur een wonderbaarlijke rolwisseling had voltrokken.

Voor de dader bleken allerhande verzachtende omstandigheden te gelden (zieke moeder, krenkingen, tegenslagen). Het slachtoffer daarentegen had de moord min of meer over zichzelf afgeroepen (grote mond, kwetsende columns, islamkritisch filmpje). Het toenmalige kabinet liet zich enthousiast in deze logica meeslepen. De minister van justitie stofte de wetsartkelen tegen de ’smalende godslastering’ nog eens af. En moslimjongeren kregen een stoet overheidsfunctionarissen op bezoek; zij zouden het, was de gedachte, na de moord wel erg moeilijk hebben. De échte nabestaanden zochten het intussen maar uit.

Nu, vijf jaar later, kregen we van alle kanten wederom ingepeperd dat het slachtoffer heus geen lieverdje was. De dader leek definitief uit beeld verdwenen.

De herdenkingsdag zelf pakte zo mogelijk nog absurder uit. ’s Avonds kwamen bij de publieke omroep vele heren hun gewichtige zegje doen over, jawel, de vrije meningsuiting. En hun debat werd gedomineerd door de allernieuwste opwinding omtrent zekere partijleider en diens standpunten.

De aanleiding: drie wetenschappers zouden volgens de Volkskrant hebben aangetoond dat de Partij voor de Vrijheid ’extreem-rechts’ is. Zij ondermijnt „de sociale cohesie en de democratie in het land”. De leider en zijn aanhangers verspreiden ’systeemhaat’ en bovenal ’islamofobie’. Nederlandse moslims, zeg maar, moeten dankzij de populist uit Venlo gedurig vrezen voor hun veiligheid en welbevinden.

Ik zou onmiddellijk voor de wetenschap buigen, als de werkelijkheid wat zou meewerken. Maar dat weigert ze vooralsnog te doen.

Zo heb ik nog niet vernomen van islamitische scholen die onder politiebewaking staan, noch van moslimleerlingen die vermomd over straat moeten gaan, die bedreigd, bespuugd, uitgescholden en met stenen bekogeld worden, noch van islamitische ouders die willen emigreren naar veiliger landen. Wilders en zijn volgelingen ten spijt.

Wel las ik zaterdag in Het Parool een reportage uit Amsterdam-Buitenveldert. Bij het Joodse Cheider aldaar doet elke ochtend een politiebusje zijn ronde. Om het schoolgebouw staat een hoog hekwerk, camera’s houden de omgeving permanent in de gaten. Een pet schuiven over je keppeltje als je je buiten het hek begeeft – het hoort er voor de leerlingen bij. Scheldpartijen op straat, dreigen, spugen, stenen naar je hoofd ook. „Af en toe”, zegt de portier, „is het dreigingsniveau zo hoog dat we zelfs meelopen naar de bushalte.” Het leerlingental daalt gestaag: gezinnen trekken naar oorden „waar men de Joodse gemeenschappen veiliger acht”. En de zegslieden draaien er niet omheen: ’altijd’ zijn het ’jonge moslims’ die voor de agressie zorgen.

Dit alles gebeurt in dit beschaafde land, pal onder onze beschaafde ogen. En geen wetenschapper of opiniemaker die er bij mijn weten ’s nachts van wakker ligt.

Sinds 2 november 2004 zien wij slachtoffers waar ze niet zijn, en daders waar ze niet zitten.

mailIcon print |