*

 

Eva-Maria Westbroek:

Peter van der Lint − 24/12/09, 00:00

De Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek kijkt terug op een muzikaal topjaar en maakte een toptien met haar favoriete opnamen.

  • De spectaculaire opkomst van Eva-Maria Westbroek als Minnie. (FOTO CLÿRCHEN & MATTHIAS BAUS)

Een interview met sopraan Eva-Maria Westbroek is een feestje. Helemáál wanneer haar van tevoren gevraagd wordt om een lijstje met favoriete opnamen samen te stellen. „Je had me geen groter plezier kunnen doen”, zegt ze enthousiast. Samen met haar man, tenor Frank van Aken, is ze al een paar dagen druk in de weer om haar keuzes te maken. Na afloop van het eigenlijke interview, in een café om de hoek, gaan we naar het Haagse huis waar de twee zangers wonen als ze niet op reis zijn. Het stel blijkt een echte verzamelmanie te hebben. Tussen een enorme hoeveelheid cd’s, dvd’s, lp’s en 78-toerenplaten liggen de fragmenten die uitgekozen zijn. En ik kom de deur niet uit voordat ik alles van de toptien ook gehoord heb. Van Caruso tot Rattle, de luidsprekers lekker hard (geen directe buren!), en elk stuk voorzien van uitleg over waarom het zo goed is. Kortom: een fantastisch anderhalf uur met muzikale hoogtepunten, enthousiast en met de nodige emotie toegelicht. Een feestje! De opvallende resultaten staan hieronder.

Ruim twee uur eerder heeft Eva-Maria Westbroek zichtbaar moeite met haar geheugen als haar gevraagd wordt hoe het afgelopen jaar geweest is. Er is veel gebeurd. Qua werk was 2009 een prachtig jaar, maar op persoonlijk vlak was het zwaar. Een van haar beste vrienden, bij wie de zangeres altijd logeerde als ze in Londen was, overleed plotseling. En zelf is ze lange tijd ziek geweest. Bloedarmoede.

„Maar muzikaal was het genieten.” Haar ogen fonkelen. „In München zong ik de titelrol in ’Jenufa’. Een geweldige werksfeer is er daar, met fantastische collega’s. Mijn tegenspeelster was Deborah Polaski; dat vind ik echt een topwijf. ’Lady Macbeth’ in Parijs was een gebeurtenis. Het was voorlopig mijn laatste keer daar. Intendant Gerard Mortier is vertrokken, en als er nieuwe mensen komen, dan komt er meestal ook een nieuwe koers; dat betekent andere zangers. In Bayreuth had ik het dit jaar echt naar mijn zin. In mijn eerste jaar daar, in 2007, was ik te nerveus om ervan te kunnen genieten. Met de nieuwe leiding, de halfzusjes Wagner, kan ik prima opschieten, en de sfeer is er erg goed. In Frankfurt zong ik ook nog Amelia in ’Un ballo in maschera’ van Verdi. En nu dan mijn lievelingsrol in Puccini’s ’La fanciulla del West’ bij De Nederlandse Opera”. Daarover later.

Deze maand verscheen een cd-box met liveopnamen uit Bayreuth van ’Der Ring des Nibelungen’ uit 2008. Westbroek zingt daarop een van haar toprollen, die van Sieglinde. Is het de eerste grote officiële opname van haar?

„Misschien wel, maar mijn eerste echte opname, waarvan niemand weet heeft, stamt al uit 2001. 11 september. We namen in Hilversum met Ed Spanjaard de ’Ode aan Rembrandt’ van Diepenbrock op. Er hing natuurlijk een onwerkelijke sfeer op die dag. Tussen het repeteren en het opnemen door, zat iedereen in de kantine onwezenlijk naar de televisie te turen. Ik herinner me van die opnames dat ik het moeilijk vond om in het Nederlands te zingen. Mijn zwager zei later toen hij de cd hoorde: ’Het lijkt wel Pools’. Verder zijn er op cd en dvd nog wel andere liveopnamen met mij verschenen, uit Stuttgart en Bregenz. Maar het is wel leuk dat deze ’Ring’ nu op cd staat.”

Wij Nederlanders zeggen natuurlijk graag en vaak dat Westbroeks internationale carrière begon met haar bejubelde vertolking van Katerina in Sjostakovitsj’ ’Lady Macbeth van Mtsensk’ bij De Nederlandse Opera in juni 2006. Is dat ook zo?

„Mijn contracten met Covent Garden in Londen en met Aix-en-Provence had ik vóór die tijd al op zak, maar de Amsterdamse productie heeft wel heel veel losgemaakt; ik maakte er een enorme sprong vooruit mee. Door ’Lady Macbeth’ kon ik debuteren in München en in Milaan. De man van de Scala zag mijn Katerina in Amsterdam, en kwam na afloop naar mij toe om te vertellen dat hij dé rol voor me had: die van Hanna Glawari in ’Die lustige Witwe’. Ik weet nog dat ik dat heel vreemd vond, dat iemand na zo’n inktzwarte rol als die van Katerina in mij een ’vrolijke weduwe’ zag.”

„Mijn internationale carrière heeft inmiddels wel een enorme vlucht genomen. Langzaam word ik een echte Wagneriaan, maar gelukkig krijg ik ook veel Italiaans repertoire aangeboden, rollen die de door mij geadoreerde Renata Tebaldi zong. Ik ga de ’Forza’-Leonora in Wenen zingen, hier in de ZaterdagMatinee ’La Wally’, ik sta geboekt voor ’Il tabarro’, ’Francesca da Rimini’, ’Manon Lescaut’, ’La Gioconda’ en nog een paar nieuwe ’Fanciulla’s’. De combinatie tussen Duits en Italiaans is op dit moment precies wat ik wil.”

Een prachtige lijst, op internationaal topniveau. In 2015 is Westbroek zelfs de nieuwe Isolde van Bayreuth. Maar is het het allemaal waard?

„Ja. Hoe langer je het doet, hoe leuker het wordt. Het belangrijkste van dit werk is eigenlijk dat je goede huisvesting hebt. Dat is een groot ding, omdat je vaak zo lang in een vreemde stad zit. Het is prettig als je je er dan thuis voelt, dat je een stekje hebt waarnaar je steeds kunt terugkeren. In de carrière die ik nu heb, kom je vaak dezelfde mensen tegen, je wereldje wordt steeds kleiner. Je sociale leven schiet er gigantisch bij in, maar de mensen met wie je werkt hebben allemaal hetzelfde probleem. Die zijn ook eenzaam, of vinden het saai. Wat ik wel gek vind is dat ik nu al aanbiedingen heb voor het seizoen 2014-2015.”

Westbroek treedt dit seizoen toevallig vaak in Nederland op: nu ’La fanciulla’ bij DNO, dan ’La Wally’ in februari bij de ZaterdagMatinee, en in april opnieuw bij DNO Cassandre in Berlioz’ ’Les Troyens’. In Brussel zingt ze tussendoor in januari bovendien de rol van Chrysothemis in Strauss’ ’Elektra’. Daarna is het weer stil in Nederland rondom de Hollandse diva. Hoe komt dat toch? Vroeger zongen Gré Brouwenstijn en Cristina Deutekom veel regelmatiger hier.

„Volgens mij heeft dat te maken met het feit dat er tegenwoordig zo enorm ver vooruit gepland wordt door operahuizen. Voor je het weet is je seizoen van drie, vier jaar verder ineens vol. Ik vermoed dat veel internationale huizen nóg verder vooruit plannen dan De Nederlandse Opera. Maar het is niet alleen een probleem voor Nederland hoor. Ik zou bijvoorbeeld dolgraag terugkeren naar München, maar dat zit er de komende jaren niet in omdat mijn agenda vol is. Na Wally en Cassandre is het voorlopig gedaan in Nederland, al heeft de ZaterdagMatinee wel een paar weken in mijn agenda geblokt”.

Hoe ervaart Westbroek haar optreden nu in ’La fanciulla del West’ bij De Nederlandse Opera? Hoorde ze het spontane applaus bij haar spectaculaire entree?

„Ja, ik hoorde het daarboven op het podium, boven al het orkestrale geweld uit. Wat leuk was dat. Deze opkomst slaat werkelijk alles! Ik vind het fijn om terug te zijn bij DNO, vooral omdat ik hier mijn lievelingsrol kan en mag zingen met zulke geweldige collega’s en zo’n fantastische dirigent. Hoe mooi en knap ik de productie ook vind, en hoe dol ik ook ben op regisseur Nikolaus Lehnhoff – ik geloof niet dat ik hem helemaal heb kunnen overtuigen over hoe geweldig deze opera is.”

„Hij liet in een interview doorschemeren dat hij de opera ongeloofwaardig vindt en eerder een driestuiverroman. Daar ben ik het niet mee eens. Je hoort vaker dat men de opera oppervlakkig vindt. Waarom? Omdat het goed afloopt?”

„Minnie is de meeste geloofwaardige figuur van Puccini die ik ken. Ze is ongelofelijk sterk en heel erg zich zelf. Ik zie ’La fanciulla del West’ als een feministische opera, die prachtig in deze tijd past. Als vrouwen vroeger een plaats in de mannenwereld wilden veroveren trokken ze een mannenpak aan. Nu proberen we uit te gaan van onze vrouwelijkheid; Minnie doet precies dat en is haar tijd dus ver vooruit! Zij kent de diepe zieleroerselen van al die mannen omdat ze met hen communiceert. Daarom heeft ze status en luistert iedereen naar haar. Deze opera gaat over mensen die een tweede kans krijgen. Minnie wil ook zo’n tweede kans, omdat ze altijd haar liefdekant heeft afgesloten.”

Bij de laatste glitter & glamour opkomst van Minnie als filmgodin heeft Westbroek zo haar twijfels. Volgens haar voelt Minnie zich vaak een sukkel en kan zij niet zó snel ineens iemand anders zijn.

„In Londen heb ik de rol ook gezongen. De regisseur daar had zó’n liefde voor het stuk; elke rol was daar met veel inzicht uitgewerkt. Het was een oude productie waar ik altijd naar zat te kijken op video. Toen ik hoorde dat ik in die enscenering mocht komen zingen heb ik wel even de champagne ontkurkt. Alsof je je eigen favoriete film binnenstapt.”

mailIcon print |