Hij zei niets, hij zag niets. Met gesloten ogen hing John Demjanjuk in zijn rolstoel, in zaal A101/1 van het Landgericht in München. Bij zijn binnenkomst – via een zijdeurtje in de coulissen – was even al het geluid in de aanvankelijk tumultueuze rechtszaal verstomd.
De twee openbare aanklagers, de raadslieden met hun talrijke, veelal uit Nederland afkomstige medeaanklagers, achter hen de beëdigde tolken en weer daarachter de honderden vertegenwoordigers van de wereldpers en de mensen op de publieke tribune – allen zwegen een moment toen dat deurtje open zwaaide en een forse man naar binnen werd gereden met een honkbalpet op zijn hoofd, gekleed in een leren jack, dat deels schuilging onder een blauwe thermodeken.
Aan de onderkant staken twee wielen naar buiten en een paar blauwe sportschoenen. Demjanjuks hoofd rustte tegen een steun: hij hield zijn ogen gesloten en zijn mond was half open gezakt – alsof hij in coma naar de tandarts moest.
Het was inderdaad moeilijk niet in de lach te schieten over zoveel vertoon van gebrekkigheid. Moeilijk ook jezelf voor te houden dat hier een bijna negentigjarige man zat die er weliswaar van verdacht werd als kampbewaker medeplichtig te zijn aan de dood van tienduizenden joden, maar die vooralsnog toch ook niet meer was dan een verdachte. Een verdachte die, zo kwamen een arts, een psychiater en een internist in de rechtszaal toelichten, weliswaar in staat was in beperkte mate de zaak te volgen, maar ook werkelijk aan meerdere kwalen leed; kwalen die gisteren uitvoerig aan de orde kwamen.
Zo kregen we tenminste een indruk van dat massieve lijf dat onder die warmtedeken in die al heel erg warme zaal lag te broeden: van de granaatscherfverwonding in het kruis, van het ritsloze litteken na een operatie aan de ruggewervel, van de hoge bloeddruk, de verhoogde urinezuurspiegel, de lichte hartruis, de spierverrekking, de jicht, en van zijn myelodysplastisch syndroom, een zeldzame beenmergziekte die, sinds hij in mei in Duitsland arriveerde, tot vier bloedtransfusies leidde en tot 405 bloedonderzoeken, die moesten helpen aantonen dat de kans op acute leukemie in negen jaar op 25 procent lag.
Maar over de zaak zelf leerden we niets. De verdediging wilde meteen de hele rechtbank naar huis sturen omdat diezelfde rechtbank, decennia eerder, SS-officieren die bevelen gaven aan kampbewakers had vrijgesproken, zodat niet nu alsnog de kampbewakers schuldig konden worden verklaard.
Na de pauze kwam Demjanjuk op een brancard naar binnen gerold: een grote bundel blauwe en witte dekens. Hij lag op zijn zij, met zijn rug naar de zaal. Raadslieden klaagden over deze ’schemerige’ vertoning. De rechter schorste even. De bundel werd de zaal uitgereden. De dokter gaf hem een spuitje. Toen hij terugkeerde in de zaal, lag hij in half zittende positie, met een nieuw dekentje over hem heen – wit met roesjes dit keer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.