*

 

Natuurbescherming schiet haar doel voorbij

Joep Thönissen en Guido van Woerkom, directeur organisatie recreatieondernemers Recron; hoofddirecteur ANWB − 10/11/09, 00:00

De natuur wordt tot in het extreme beschermd tegen menselijke activiteiten. Zelfs fietsers en wandelaar zijn nu al een bedreiging.

  • Fietspad 40 centimeter breder? Eerst ecologisch onderzoek nodig.  (FOTO ANP )
    Fietspad 40 centimeter breder? Eerst ecologisch onderzoek nodig. (FOTO ANP )

Geen land ter wereld dat zo veel kennis heeft verzameld over ’zijn’ natuur als Nederland. Van elke hectare is bekend welke plant- en diersoorten er leven. Of er zouden moeten leven. Die rijkdom aan kennis versterkt de neiging om alle processen in de natuur te willen sturen. Waar sturing niet goed lukt, wordt de regelgeving verfijnd om het wel voor elkaar te krijgen. Daarmee schiet de natuurbescherming in Nederland haar doel voorbij.

Juist in een dichtbevolkte land moet het doel zijn om natuur en menselijke activiteit met elkaar te verbinden. Dat is een waarde op zich. Dat ligt echter steeds gevoeliger. De Crisis- en herstelwet, waar de Kamer deze week over vergadert, doet daar nog een schepje bovenop. De wet vormt de opmaat voor een nieuwe Natuurwet. De voorstellen ademen een sfeer van wantrouwen. Wantrouwen tegen de mens.

De overheid gaat er op voorhand van uit dat menselijke activiteiten in de natuur verstorend werken. En creëert daarmee een onwenselijke en contraproductieve tegenstelling tussen ecologische en economische belangen.

Enkele voorbeelden. Om fietspaden op de Veluwe met veertig centimeter te verbreden, is voor elk fietspad een kostbaar ecologisch onderzoek nodig om aan te tonen dat die extra centimeters de flora en fauna niet verstoren. Een pannenkoekenhuis heeft een natuurbeschermingswetvergunning nodig als het langer open wil zijn. Verenigingen die al jaren in natuurgebieden evenementen organiseren, moeten aantonen dat hun zeil- of roeiwedstrijden, wandel- of fietstochten de natuur niet schaden.

Inmiddels zijn adviesbureaus rijk aan het worden met het uitvoeren van dergelijke onderzoeken. Maar overheden zijn niet overtuigd van de wetenschappelijke waarde ervan. Daarom besluiten ze gemakshalve om recreanten preventief de toegang tot bepaalde gebieden in bepaalde periodes te ontzeggen. Of kunnen ze straks een meldplicht instellen voor bepaalde activiteiten.

Door de crisis- en herstelwet is het straks ook mogelijk om met rekenmodellen de mogelijke verstoringen op natuurwaarden te voorspellen. Aangenomen wordt dat dergelijke modellen betrouwbaar zijn omdat er al zoveel kennis is over de natuur. Maar hier schiet de kennis toch echt tekort. De uitstoot van stikstof (landbouw) en fijnstof (verkeer) laat zich wel redelijk modelmatig voorspellen, maar er zijn geen betrouwbare gegevens om de invloed te meten van recreanten die wandelen, fietsen en varen.

Natuurwetgeving moet zich niet concentreren op het behoud van lange lijsten met planten- en dierensoorten die het misschien –en ondanks al onze goede zorgen– toch niet redden. Dat beleid creëert een kostbare en voor ondernemers byzantijnse handhavingsmachinerie van de overheid.

Voor mensen die gewoon willen genieten van de natuur tijdens een dagje uit, betekent het een wirwar van ge- en verboden. Daarmee wordt het draagvlak voor natuurbescherming ondergraven. Wetgeving die niet is uit te leggen, is geen goede wetgeving.

Het kan anders. Een eenvoudige en flexibele natuurwetgeving legt de focus op de gezondheid van een heel gebied. En de overheid? Die kan vertrouwen op de veerkracht en het zelfregulerend vermogen van de natuur. Ook in gebieden waar de mens actief is, gaat de natuur zijn eigen gang.

Dit artikel is medeondertekend door HISWA, Nederlands Platform voor Waterrecreatie, Horeca Nederland en Sportvisserij Nederland.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />