Een lijst van zware beroepen om de route van een werknemer naar zijn AOW te bepalen? Onzin, vindt Jan Berghuis van FNV Bondgenoten.
Woede en onbegrip spuiten door de telefoon. „Dat Donner en Kleinsma hiermee hebben durven komen”, briest Jan Berghuis, onderhandelaar Metaal van FNV Bondgenoten over het recente beroep dat het duo op Sociale Zaken heeft gedaan op de sociale partners. „Dat is theoretisch Haags tekentafelwerk! Een vreselijk slecht voorstel.”
De bewindslieden van Sociale Zaken willen dat werkgevers en werknemers een lijst van zware beroepen opstellen. Wie dat werk dertig jaar heeft gedaan, moet door de werkgever worden omgeschoold naar lichtere arbeid, zodat doorgewerkt kan worden tot 67 jaar.
Een andere mogelijkheid is dat werkgevers 140 procent loon gaan betalen, zodat werknemers alsnog met 65 met pensioen kunnen gaan.
„Zo’n lijst met zware beroepen is niet samen te stellen”, zegt Borghuis, „dat is een mission impossible. Beroepen zijn zo sterk in ontwikkeling dat de ene lasser niet is te vergelijken met een ander. Wie in een moderne fabriekshal werkt, heeft het vaak minder zwaar dan bijvoorbeeld een lasser in de scheepsbouw, die overal op moet klauteren of onder moet kruipen. Je krijgt dus lassers in allerlei groepen, dat is dus onbegonnen werk.”
„Wat mij betreft kan je het recht op AOW beter definiëren langs inkomensgrenzen. Een inkomen van 35.000 euro per jaar bruto zou dan een criterium kunnen zijn, dan heb je 90 procent van de zware beroepen wel gehad. Dan wordt de regel: verdien je minder dan 35.000 euro? Dan kan je op je 65ste met pensioen. Verdien je meer, dan moet je nog langer door.”
„Bij de lage inkomens komt nu eenmaal veel zwaar werk voor. Die mensen raken het snelst opgebrand en verdienen dus een goede AOW. Die mensen zijn bovendien vaak jong gaan werken.”Â
„We moeten dan alleen nog wat bedenken voor mensen met ploegendiensten. Die komen vaak boven de 35.000 euro uit, maar doen natuurlijk ook vaak zwaar werk.”Â
„Dat er genoeg licht werk is voor werknemers die dertig jaar een zwaar beroep hebben gehad, acht ik ondoenlijk. Misschien is dat bij grote bedrijven als Corus of Stork nog wel te vinden op een kantoortje of zo, maar voor kleine bedrijfjes van vijf, zes man – waarvan de metaalelektro er zeer vele telt – is dat een illusie. Waar moet je dan heen met zo’n lasser?”Â
„Het alternatief van Donner, dat werkgevers verplicht tot het betalen van 140 procent loon, is ook onzinnig. Die huren dan vooral flexwerkers in, voorspel ik je. Als vakbondsbestuurder heb ik daarvoor dan eerlijk gezegd ook nog wel begrip. Want dit is een verschrikkelijk slecht plan.”Â
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.