Christen-democraten moeten wakker worden en bestrijding van PVV krachtig ter hand nemen.
Het is leuk bedacht, de PVV als tweede christelijke partij van Nederland (Trouw, 26 november), maar de feiten wijzen anders uit. De PVV is ongetwijfeld de meest seculiere partij in het huidige politieke bestel en de opkomst van de partij van Geert Wilders valt dan ook vooral te verklaren uit het wegvallen van de oude, vertrouwde kerkelijke kaders. Dat in het vroeger keurig katholieke dorp Volendam bij de Europese verkiezingen 49,9 procent van de bevolking op Barry Madlener c.s. stemde, toont vooral hoezeer traditionele waarden ook daar uitgehold zijn.
Er is overdreven veel aandacht voor de sympathie onder een kleine kring SGP-jongeren voor het anti-islamisme van Wilders, maar SGP en CU blijven in de peilingen constant en de laatste partij lijkt zelfs op enige groei te kunnen rekenen. Het verschijnsel moet vooral verklaard worden als een reactie op de reformatorische verzuiling. Door voor Wilders te kiezen kan men in naam opkomen voor het christendom, terwijl men zich tegelijk afzet tegen benauwende reformatorische kaders. De dissidente groep trekt alleen de aandacht omdat men niet gewend is dat enkelingen de strakke gelederen doorbreken. In de tijd van de verzuiling raakten KVP en ARP ook in paniek als ze eens een zetel verloren.
Wie de opiniepeilingen nuchter bekijkt, ziet dat voor het CDA Wilders de belangrijkste concurrent vormt. En dat niet omdat de PVV zo christelijk zou zijn, maar juist omdat de vaste kerkelijke aanhang van het CDA geslonken is. Volgens Maurice de Hond kan het CDA momenteel op 27 zetels rekenen; dat is minder dan de partij ooit in verkiezingen gehaald heeft. De Politieke Barometer (Nova/Synovate) voorspelt de partij nog 35 zetels, maar dat is nauwelijks meer dan het catastrofale resultaat (34 zetels) dat in 1994 onder Elco Brinkman bereikt werd. Bij de tien verkiezingen sinds zijn ontstaan behaalde het CDA gemiddeld ruim 44 zetels. Op dit moment kunnen CDA en VVD samen op niet meer dan 47 of 49 zetels rekenen, minder dan het CDA in de hoogtijdagen van Lubbers in zijn eentje wist te verwerven.
Links (D66, GL, PvdA, PvdD, SP) blijft met 65 of 68 zetels op volle sterkte en heeft van Wilders geen last. De groei van de PVV gaat volledig ten koste van CDA en VVD. Mark Rutte lijkt dat wel te beseffen, maar het is net alsof men bij het CDA niet inziet hoe dramatisch de situatie is. Als Willem Aantjes erop wijst dat het CDA-beginselprogramma regeren met een ondemocratische partij als de PVV niet toelaat, blijft het onheilspellend stil. Het is overigens nog maar de vraag of een coalitie van CDA-PVV-VVD een meerderheid kan halen. Samen staat het drietal op 73 (De Hond) of 76 zetels (Politieke Barometer) en dat is niet meer dan CDA en VVD vanouds samen behaalden.
Het wordt tijd dat het CDA wakker wordt en de bestrijding van de PVV als grootste concurrent krachtig ter hand neemt. Het scherpst is Wilders’ opstelling begin dit jaar geanalyseerd door de conservatieve publicist Bart Jan Spruyt: ’Er wordt vooral geprovoceerd. Doel van Wilders is niet het goede te halen uit de moslims. Volgens Wilders komt er principieel geen verzoening tussen hem en de moslims. Zijn strategie is wegpesten.’ Raker kan het niet. Wilders’ streven is niet moslims erbij te halen, maar om ze weg te jagen: vandaar zijn voorstellen miljoenen moslims uit Europa te deporteren of een stigmatiserende ’kopvoddentaks’ in te voeren. Wilders is zo niet voor, maar juist tegen assimilatie. Zelfs bij andere leden van zijn fractie hoort men wel eens andere geluiden.
Wilders’ anti-islamisme lijkt sterk op veel vooroorlogs antisemitisme. Op zich was dat ook vaak vrij onschuldig en de dragers ervan hadden ook toen zo hun empirische onderbouwing – de vermeende luidruchtigheid of financiĆ«le ’handigheid’ van joden – maar in een andere context bleek het ineens wel gevaarlijk te zijn. Daar hoeven we nu niet direct bang voor te zijn, maar duidelijk is wel dat het CDA met zijn nadruk op samenwerking en samenleving bij uitstek het instrumentarium in handen heeft om Wilders effectief aan te pakken.
De tragiek van minister-president Jan Peter Balkenende is dat sinds hij zeven jaar geleden waarden en normen (‘fatsoen moet je doen’) op de agenda zette, de politiek nog nooit zo onfatsoenlijk is geweest. Wilders demoniseert zijn tegenstanders door ze ’vreselijk’ te noemen of scheldwoorden te gebruiken die ik hier niet wens te herhalen. Over de PVV constateerde Spruyt al terecht: ’Het is een proleterige anti-islamitische eenmanspartij geworden’. Niemand hoeft sympathie voor de islam te koesteren, maar zelfs als de islam een volstrekt barbaarse ideologie zou zijn, dan moeten we nog nuchter constateren dat kinderen op een enkele islamitische basisschool daar misschien wel onder lijden, maar dat de rest van de samenleving daar verrassend weinig van merkt.
Het CDA moet heel goed in staat zijn om te laten zien dat Nederland zijn christelijke wortels niet hoeft te vergeten en ondertussen toch immigranten bij de samenleving kan betrekken. Maar dan moet de partij wel wakker worden en Wilders niet allereerst als mogelijke coalitiegenoot zien, maar als de politieke concurrent die hij is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.