*

 

Weg uit Uruzgan is volgende stap naar onbetekenendheid

Rob de Wijk − 04/12/09, 00:00

‘All politics is local’ meende wijlen Tip O’Neill, voormalig voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Ik moest er aan denken toen ik Derk Jan Eppink, Belgisch-Nederlands Europarlementariër, hoorde uitleggen waarom Neelie Kroes een zware post in de Europese Commissie was misgelopen. ’Den Haag was te veel met Den Haag bezig’, zei hij in ’Buitenhof’. Kroes werd naar voren geschoven terwijl in Brussel de kaarten al waren geschud. Zo rangeert Nederland zichzelf uit.

Of het nog erger wordt moet blijken uit de discussie in het kabinet over Uruzgan. Het ging allang niet meer om solidariteit met de Europese bondgenoten binnen de Navo, steun aan de zo bejubelde Amerikaanse president Obama, de wederopbouw van Afghanistan of de strijd tegen het terrorisme. Centraal staat de motie Van Dam (PvdA) en Voordewind (CU), die het kabinet dwingt om uit Uruzgan weg te gaan.

Het adagium van O’Neill is hier in extreme mate van toepassing en doet de vraag rijzen wat Nederland met zijn krijgsmacht wil. Twintig jaar geleden begon Nederland in een vlaag van vooruitstrevendheid het leger om te vormen tot een ’expeditionaire macht’ voor humanitaire, vredes- en gevechtstaken ver van huis en onder de zwaarste omstandigheden. Nederland werd een van de meest gerespecteerde troepenleveranciers van de wereld. De Dutch approach zet de standaard voor andere landen, inclusief Amerika.

Als Nederland uit Uruzgan vertrekt, is het gebeurd met die aanpak en stort alles in wat de afgelopen jaren is opgebouwd. Daar komt bij dat de Franse onderminister van Europese Zaken Pierre Lellouche vorige week zei dat het dan niet meer verantwoord is Franse troepen in de provincie te houden.

Als Nederland vertrekt, zullen dus de Amerikanen de klus moeten overnemen. Maar Obama riep de bondgenoten juist op om 10.000 troepen extra te sturen, zodat de ruim 30.000 extra Amerikanen zich op de echte knelpunten kunnen concentreren.

Is er nog hoop? Deze week zei PvdA-minister Koenders dat er in Uruzgan veel bereikt is door de inzet van militairen, diplomaten en ontwikkelingssamenwerking. De economische ontwikkeling is op gang gekomen, vijftig maatschappelijke organisaties zijn nu actief en iedereen heeft toegang tot gezondheidszorg –dankzij de veiligheid die militairen brengen.

Koenders verhaal klinkt als een pleidooi om te blijven. Terwijl de buitenlandse druk tot ongekende hoogte wordt opgevoerd, wordt duidelijk dat de politieke prijs die voor een vertrek moet worden betaald steeds hoger wordt.

Stel dat Nederland toch weg gaat. Wat gaat de krijgsmacht dan doen? Naar Afrika? Daar doen niet-westerse landen onder leiding van de VN uitstekend werk. De Nederlandse krijgsmacht is voor de huidige conflicten in Afrika overgekwalificeerd en het is raar als een land een zeer gewenste klus beëindigt om een missie te beginnen die ook door anderen kan worden gedaan.

Of zit ook hier een binnenlandspolitieke agenda achter? De ministerraad heeft alsnog besloten om ook Defensie te onderwerpen aan een onderzoek dat twintig procent bezuinigingen moet opleveren. Voor Defensie pakt zo’n bezuiniging dramatisch uit omdat het budget, gecorrigeerd naar inflatie, nu niet hoger is dan in 1990. Delen van de krijgsmacht zijn de afgelopen jaren al geamputeerd; er is roofbouw op mens en materieel gepleegd.

Twintig procent extra bezuinigingen levert een krijgsmachtje op dat met Fiji en Bangladesh simpele VN-operaties in Afrika kan uitvoeren. Twintig jaar ervaring met complexe vredesoperaties wordt door de gootsteen gespoeld en Nederland wordt van koploper, hekkensluiter.’All politics is local’ pakt zo dramatisch uit, niet alleen voor de krijgsmacht, maar ook voor Nederlands positie in de wereld.

mailIcon print |