*

 

’Ik had geen stok om mee te slaan’

Ingrid Weel − 04/12/09, 00:00

Het moet de kroon op haar werk worden: een klimaatakkoord ondertekend door 192 landen,

  • Informele sessies met internationale collega's houden minister Jacqueline Cramer hoopvol gestemd. 'We spreken dan af op exotische plekken, zoals Groenland, en nemen geen blad voor de mond.'
  • Informele sessies met internationale collega's houden minister Jacqueline Cramer hoopvol gestemd. 'We spreken dan af op exotische plekken, zoals Groenland, en nemen geen blad voor de mond.' (FOTO GUIDO BENSCHOP, HH )

’Nederland heeft nog niet de voortrekkersrol die we hadden kunnen hebben. Nederland is niet het enthousiasmerende voorbeeld dat andere landen nu en straks inspiratie zal bieden”, luidde de inbreng van D66 tijdens het laatste klimaatdebat in de Tweede Kamer. SP en de Partij voor de Dieren waren het daarmee eens.

Minister Jacqueline Cramer, tot bijna drie jaar geleden een onbekende in de politiek, zet het milieu onvoldoende op de agenda, luidt de kritiek.„Laat zien dat je tot de kopgroep van Europa wilt behoren. Nederland zou in 2020 toch tot de schoonste en zuinigste economieën moeten behoren. Zorg daar dan ook voor”, riep GroenLinks het kabinet op.

Zelf denkt minister Cramer daar heel anders over. „Mijn programma ’Schoon en Zuinig’ is misschien wel groter dan het kilometerheffingsproject”, reageert ze op de actualiteit. „De kilometerheffing is een doorbraak. Ik ben er erg blij mee, maar ik had dat ook wel gekund”, zegt ze over het project waar minister Eurlings van verkeer de geschiedenisboekjes mee zal halen als het hem lukt dat landelijk in te voeren. „Eurlings heeft alleen met mij en minister Bos van financiën te maken. Ik moet met veel meer ministers zaken doen.” Daarmee doelt Cramer op de ministers van economische zaken, wonen & wijken, landbouw en ontwikkelingssamenwerking, naast de bewindspersonen op verkeer en financiën.

Ze vertelt dat zij in de beruchte eerste honderd dagen van het kabinet-Balkenende IV, waarbij alle ministers het land in gingen, vooral hard gewerkt heeft aan ’Schoon en Zuinig’. Daarin is afgesproken dat in 2020 de uitstoot van broeikasgassen 30 procent lager moet liggen dan in 1990, er jaarlijks twee procent energie moet worden bespaard en het aandeel duurzame energie moet stijgen naar 20 procent in 2020. „Ik kom uit het veld, dus ik had daar geen achterstand. Ik moest juist in Den Haag orde op zaken krijgen. Toen ik aantrad, was er tijdelijk geen directeur-generaal, dus ik heb het helemaal zelf gedaan.”

Cramer besloot om met convenanten te werken om haar doelen te halen, en pas later eventueel bindende maatregelen op te stellen. „Ik kon geen vliegende start maken, want voorgaande kabinetten hanteerden een zigzagbeleid. Ik begon feitelijk met nul. Er waren met niemand afspraken gemaakt – niet met de industrie, niet met de bouw, niet met de agrarische sector, niets. Ik had dus geen enkele stok om mee te slaan.”

Nadat ze landelijk haar doelen had gesteld, moest ze ’Europa zo ver krijgen’. „De klimaatboodschap was mede dankzij de film van Al Gore wel bekend, maar om milieumaatregelen in je beleid op te nemen, is een vervolgstap die niet veel politici snel namen. Gelukkig zijn in de Europese Milieuraad veel ministers voor een beter klimaat die met ferme stem spraken over ’ambitie tonen’ en de anderen meekregen.”

De uitgangspunten op papier zetten ging nog vrij gemakkelijk, blikt Cramer terug. „En dat terwijl de ambities twee jaar geleden veel groter waren dan bij het Kyoto-protocol uit 1997. Toen werd afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen met 6 procent te verminderen in 2012 ten opzichte van 1990. Wij kwamen met 20 tot 30 procent reductie in 2020. Daarmee konden we ons op Bali krachtig presenteren.”

Sinds haar aantreden als minister vertoeft Cramer maandelijks in het buitenland. Wekelijks voert ze gesprekken met buitenlandse ambassadeurs, ministers, parlementariërs, hoge ambtenaren, directeuren van klimaatbureaus en mensen als oud-vicepresident en Nobelprijswinnaar Al Gore. Ze spreekt haar buitenlandse collega’s nog net niet vaker dan de Nederlandse ministers met wie ze elke vrijdag vergadert.

„In internationale vergadercircuits is stijf en formeel de norm, waar ik nooit helemaal aan zal wennen. Niet dat ik iets tegen strikte omgangsvormen heb, maar het voorlezen van al die eindeloos voorgekookte spreekteksten brengt de oplossing van een probleem zelden dichterbij”, aldus Cramer.

In Riksgrünsen, Zweden, kwamen vijfendertig milieuministers in juni 2007 voor het eerst informeel bij elkaar. Een verademing, vindt de Nederlandse minister. Het is een groep waarin alle grote spelers deelnemen en veel daarvan een voortrekkersrol spelen. „Met die informele club spreken we vaak af op exotische plekken, zoals in Groenland en op de Zuidpool. Maar ook in New York, Barcelona en Warschau zijn we geweest.”

De informele overleggen houden haar hoopvol gestemd. „Zonder dergelijke informele bijeenkomsten, waarbij we geen blad voor de mond nemen, komen we in Kopenhagen niet tot een overeenkomst.” Connie Hedegaard, de Deense minister van klimaat en energie en binnenkort eurocommissaris, leidde deze sessies. „Hedegaard deed dat voortreffelijk. Als voorzitter moest zij echter onpartijdig blijven.”

„Vaak was het mijn rol, of die van collega Ed Milliband uit Groot-Brittannië, om bruggen te slaan tussen de standpunten van de diverse landen en een vrije discussie te voeren. Ik kijk voortdurend naar de insteek van alle landen en probeer goed te luisteren of er gezamenlijke voorstellen uit voort kunnen komen. Maar ook als iets me tegenstaat, spreek ik landen daarop aan. En landen die helemaal niets willen? Die negeer ik.”

Tussen de 192 landen die praten over een klimaatakkoord zit geen enkel land dat het klimaatprobleem ontkent. Maar ’de landen met veel zand’, zoals Cramer ze noemt, zijn zeer terughoudend. „Ik praat alleen nog met hun ministers, niet meer met de onderhandelaars. Maar ook hun reactie luidt vooral: ’Het gaat allemaal wel ten koste van ons’. Toch zie je dat er telkens weer wat wordt opgeschoven.”

Ook in Rusland en Oekraïne speelt het klimaat niet zo. Cramer: „De leden van het informele groepje gaan een voor een achter elkaar naar Rusland om met ze te praten. Finland spant zich daarbij extra in, omdat zij goed contact heeft met de Russen. Ik heb staatssecretaris Frans Timmermans (Europese zaken) gevraagd erheen te gaan,omdat hij vloeiend Russisch spreekt.”

Het vele vergaderen verveelt haar niet. „Het blijft leuk om te proberen iedereen door die ene deur te krijgen. Het is een soort schaakspel: Wie zet welke stap? De westerse wereld moet hoge CO2-reducties bieden, de ontwikkelingslanden moeten mee willen doen en met zijn allen moeten we geld bij elkaar zien te krijgen.”

Op het gebied van de ontbossing en de financiën is Cramer actief. „Het is moeilijk om de ministers van financiën mee te krijgen, want die hebben niet zoals milieuministers allemaal een groen hart. Toen kwam ook de economische crisis er nog eens doorheen fietsen. Maar het is ons toch gelukt om ze erbij te betrekken. Er moeten duidelijke afspraken komen over het geld, want anders hebben wij als ministers van milieu niets te zeggen.”

Het geld is momenteel het grootste pijnpunt. Geruzied wordt over het bedrag en ook in wat voor soort fonds dat moet komen. Ontwikkelingslanden zijn bang dat hun huidige ontwikkelingssamenwerkingsbudget eronder gaat lijden. De EU vindt dat er in eerste instantie zeker 5 tot 7 miljard euro per jaar naar de ontwikkelingslanden moet gaan om zich te beschermen tegen verdroging en overstroming, oplopend tot 100 miljard in 2020.

Cramer verwacht geen klimaatverdrag in Kopenhagen over drie weken. Een akkoord is het hoogst haalbare. Maar een kniesoor die daar een punt van maakt, meent Cramer. „Als de belangrijkste besluiten maar vallen en deze bindend zijn. Het verdrag, de juridische uitwerking, komt dan wel daarna. Dat hindert niet.”

Natuurlijk had ook zij graag een verdrag gezien, maar het is simpelweg niet mogelijk omdat de Verenigde Staten hun nationale klimaatdoelen nog niet door de Senaat hebben kunnen loodsen. De VS kunnen dus ook geen handtekening zetten onder een internationaal verdrag. President Obama is wel aanwezig op 9 december en staat op vrijdag 18 december standby.

Premier Balkenende, zijn Franse collega Sarkozy en vele andere regeringsleiders zijn op de laatste dag sowieso aanwezig. Zij komen de eer opstrijken van het akkoord dat er dan moet liggen en dat door de milieuministers de afgelopen twee jaar is voorbereid. Cramer: „Klimaatafspraken hebben zoveel consequenties dat het logisch is dat het een wereldleiderskwestie is. Zij willen het akkoord dragen en er de klappen op geven. Prima.” Een beter milieu is haar doel, en niet de politieke eer.

mailIcon print |