Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Slotervaart, is een van de populairste lokale politici van het land. Maar in zijn eigen wijk klinkt gemor over zijn dadendrang. Maandag beslissen de lokale PvdA-leden of Marcouch weer lijsttrekker wordt.
Slotervaart baadt in de najaarszon. De fotograaf neemt Ahmed Marcouch dus mee naar buiten, weg van het fantasieloze Amsterdamse stadsdeelkantoor. Binnen een minuut is Marcouch in gesprek met een groep mannen in oranje hesjes. Herintreders, die namens het stadsdeel aanbellen bij mensen die niet zijn komen opdagen voor de inburgeringscursus. Ze willen graag hun ervaringen delen met de stadsdeelvoorzitter. „Ze doen heel nuttig werk”, vindt Marcouch. Vorige week waarschuwden ze wijkbewoners tegen nepmedewerkers van Nuon. De problematiek in Slotervaart is veelzijdig.
Ahmed Marcouch (1969, Beni-Boughafer) is nu drie jaar de baas in een van de meest besproken stadsdelen van Nederland. Hij valt op door zijn onorthodoxe en soms controversiële maatregelen. De waardering uit Den Haag is groot. Binnen zijn partij, de PvdA, wordt Marcouch gezien als een mogelijke kroonprins. Maar in de wijk zelf zwelt de kritiek aan. Marcouch is té uitgesproken en provoceert te veel, klinkt het.
De weerstand openbaarde zich vorige maand. Het afdelingsbestuur weigerde Marcouch voor te dragen voor het lijsttrekkerschap voor het nieuw te vormen stadsdeel Amsterdam-Nieuw West. Marcouch leek de gedroomde kandidaat. Het bestuur koos Achmed Baâdoud, een minder uitgesproken wethouder uit Osdorp. Een crisis was het gevolg.
Zag u het conflict aankomen?
Marcouch: „Er worden in Amsterdam-West drie stadsdelen samengesmolten. Dat geeft natuurlijk spanningen. Maar ik was wel verrast door de opstelling van het bestuur. Ik heb bij de kandidatencommissie nadrukkelijk gesolliciteerd voor de functie van lijstrekker. Zij plaatste mij ook bovenaan.”
„Nadat het bestuur zich over de lijst had gebogen, werd ik uitgenodigd voor een gesprek. De boodschap was dat Baâdoud op één moest komen – terwijl ik van dit bestuur nooit eerder een wanklank gehoord heb. Ik heb toen gezegd dat ik dat respecteer, maar niet accepteer.”
Waarom niet?
„Ik ambieer alleen die ene functie. Alleen dan kan ik het beleid van de afgelopen jaren voortzetten. Mensen om mij heen zeiden: ’Wen er maar aan, dit is nu politiek’. Dat wil ik dus niet. Ik was sowieso voor een ledenraadpleging, zoals maandagavond gaat gebeuren. Het moet volledig transparant zijn.
Toen greep de partijtop vanuit Den Haag in. Dankzij voorzitter Ploumen staat u bovenaan de lijst.
„Dat beeld is niet helemaal juist. De vergadering van het afdelingsbestuur was op een gegeven moment twee dagen geschorst. Dat schaadt de partij, en dan kun je de partijleiding niet verwijten dat ze langskomen en vragen: ’Wat is hier aan de hand?’. Niemand is groter dan de partij.”
Waarom trok de politiek u eigenlijk?
„Mijn vader kende twee politici, maar niet bij naam. Hij sprak over ’de kale’, dat was Den Uyl, en over ’de moedervlek’, Van Agt. De kale deugde en de moedervlek niet. Ik ben grootgebracht in de sociaal-democratische traditie. Bij de politie kon ik de sociaal-democratische waarden ook al in de praktijk brengen. Opkomen voor vrijheid, bestrijden van onrecht. En mensen verheffen door ze aan te spreken: „Jij woont in een prachtland, vol mogelijkheden. Wat zit je daar nou in die cel te doen?”
U trad aan in 2006: hoe lag Slotervaart erbij?
„Het was hier vijf voor twaalf. De politie kon er niet in alle vrijheid functioneren. De slechtste school van Nederland stond hier. Jongeren stonden met de rug naar de samenleving door hun extremistische religieuze ideeën.”
„Mijn lijn is altijd helder geweest: iedereen doet mee, dit is de norm en dit is acceptabel. Je blijft met je pootjes van andermans spullen af. We zijn ouders van 18- en 19-jarigen gaan aanspreken op het gedrag van hun kinderen. Dat was nieuw. We zijn het slachtofferschap van moslims tegengegaan. Ik hoop dat ik dit mag zeggen, maar het gaat echt beter hier. De criminaliteit is sinds 2006 gedaald. De ouderparticipatie op scholen was ’nul komma nul’. Tegenwoordig is er te weinig ruimte om ze allemaal te ontvangen.”
Slotervaart is er nog lang niet, beaamt Marcouch. Hij hamert op stedelijke vernieuwing en op het bestrijden van onveiligheid en overlast. Marcouch verwijt zijn opponent voor het lijsttrekkerschap, Baâdoud, dat die vooral sussend benadrukt wat er allemaal wel goed gaat. „Maar ik ben geen veredeld VVV-kantoor”, zegt Marcouch. „Maandag kiezen de leden voor mijn lijn van aanpakken of zijn lijn van stilstaan. Ik ga ervan uit dat iedereen ziet wat er in Slotervaart is bereikt.”
Misschien loopt u soms wel te hard van stapel.
„Vindt u dat echt?”
U was net vijftien minuten aan het uitweiden over een stortvloed aan maatregelen.
„Ik laat de problemen niet liggen. Bijvoorbeeld homorechten. We organiseren in Slotervaart open podia waar alles bespreekbaar is. Een keer stond een homo in een zaal vol moslims op en zei: ’Ik kom vanavond nog een keer uit de kast.’ Dat was heel indrukwekkend.”
Alles bespreekbaar maken is mooi, maar de wijze waarop u homorechten aankaart, wordt door sommige moslims als provocerend ervaren. Waarom provoceert u?
„Ik spreek over essentiële dingen. De slagader van onze samenleving is vrijheid. Ik weiger daarop af te dingen omdat een groep het oneens is met me. Dan ga ik de confrontatie aan. Voor het eerst voeren bewoners nu intense gesprekken over homoseksualiteit. Acht op de tien gasten die hier vertrekken, heb ik aan het denken gezet.”
U heeft de Gay Pride naar Slotervaart gehaald. Is het niet contraproductief om hier blote mannen op een boot rond te laten varen?
Marcouch, geïrriteerd: „Wat is contraproductief? Is dat erger dan dat homo’s zich niet veilig voelen in hun eigen buurt? Het ergste wat er kan gebeuren, is dat iemand gaat schelden op homo’s. Er zijn hier orthodoxe moslims die homo’s minderwaardig vinden. Maar zodra ze dat uitspreken, zeg ik: ’Ha! En nu hebben we iets om over te praten!’ Want jouw recht om orthodox moslim te zijn, is precies hetzelfde als andermans recht om homo te zijn.”
Toch betichten critici u ervan dat u een geheime agenda heeft. U bent een wolf in schaapskleren die de wijk wil islamiseren.
„Ik heb de intense behoefte om iedereen die dat roept hier aan tafel uit te nodigen voor een gesprek. Het is gemene kritiek. Ik houd van Nederland; in Marokko schep ik altijd op dat je hier over alles kunt discussiëren. Maar deze mensen komen niet met argumenten, maar met verdachtmakingen.”
U maakt het uw critici soms makkelijk. U heeft gepleit voor koranlessen op openbare scholen en morrelt daarmee aan de scheiding tussen religie en staat.
„Dat verhaal is een eigen leven gaan leiden. Veel moslimkinderen krijgen koranles op primitieve weekendscholen, waar ook lijfstraffen worden gegeven. Daar maak ik me zorgen over. Dus heb ik moslimouders gewezen op de wettelijke mogelijkheid om op openbare scholen les over religie aan te vragen. Zo houd je moslimkinderen bovendien binnen het openbaar onderwijs. De ophef heeft me verbaasd. Ik heb niets bepleit dat niet in de wet is geregeld.”
Hecht u wel aan de scheiding kerk-staat?
„Die is net zo belangrijk als het kiesrecht. Een fundamenteel goed. Ik zal daar nooit aan tornen. Het is onterecht dat mensen mij dat verwijten. Ik vind wel dat je niet moet wegkijken van religie. Maar je rommelt niet in elkaars instituties of gedachtengoed. Dat is het essentiële punt.”
En toen weigerde een van uw straatcoaches een vrouw de hand te schudden. U vond dat geen probleem. Dat botst dan toch met uw overtuiging?
„Ik heb gezegd tegen deze man: dit hoort niet in Nederland. Vervolgens stel je jezelf de vraag: moet je hem ontslaan? Dat vond ik niet nodig. Het handen schudden was op dat moment niet van wezenlijk belang. De man maakte vervolgens een heel hoffelijke buiging waar de vrouw zelfs van moest blozen.”
U bent opeens heel pragmatisch in plaats van principieel.
„Het gaat hier ook om een fundamenteel recht van deze man om orthodox gelovige te zijn. Religie is geen jasje dat je even uit doet. Als je je overtuiging maar niet oplegt aan anderen.”
Welk profijt heeft u als immigrant bij het begrijpen van de integratieproblematiek?
„Ik ken beide werelden goed. Tot mijn tiende woonde ik in Marokko. Het was een belangrijke periode. In mijn pubertijd in Nederland kreeg ik toegang tot bepaalde bronnen; ik las boekjes over het geloof. Dan komt er een periode waarin je raakt aan radicalisering. Dat je vatbaar bent voor extreme gedachten. Ik ben daar gelukkig goed uitgekomen.”
Waarom is dat u wel gelukt en slagen jongeren in Slotervaart daar niet in?
„De huiselijkheid was er. En ik ging om met vrienden die me leerden zelfstandig na te denken. Ik leerde dat je mag twijfelen – ook over geloof – en dat er meerdere waarheden bestaan.”
Je kunt ook zelfstandig denkend tot heel extreme conclusies komen.
„Ik ga niet pretenderen dat ik geloof ik de maakbaarheid van alle mensen. Als iemand denkt ’Ik ben moslim en de rest is minderwaardig’, dan wordt het een lastige exercitie. Maar de oplossing zit in het debat. Daar ben ik van overtuigd.”
Wat doet u wanneer u maandag niet tot lijsttrekker wordt gekozen?
„Dan maak ik de klus af tot aan de verkiezingen en zoek ik een baan.”
U zult ongetwijfeld kunnen terugkeren bij de politie. U bent ook een soort politieagent in de politiek.
Marcouch lacht: „Ja, ik zal wat van mijn oude werk hebben meegenomen. Ik heb bij de politie geleerd dat je zo snel mogelijk naar de plaats delict moet als er iets gebeurt. Dat doe ik in Slotervaart ook.”
Was u in Marokko ook agent of politicus geworden?
„Dat is moeilijk om te zeggen. Ik heb heel veel aan Nederland te danken. Mijn vader heeft hier altijd hard gewerkt en alle kansen met beide handen aangegrepen. Ik ben aan hem verplicht om hetzelfde te doen. De jeugd van nu die klaagt en anderen de schuld geeft van het gebrek aan kansen, moet zelf eens wat harder werken. Dat heb ik ook gedaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.