De voortekenen voor de grote klimaatconferentie in Kopenhagen volgende maand zijn somber. Vrijwel niemand verwacht concrete afspraken, maar een politiek akkoord moet wel haalbaar zijn.
Het zou wel een origineel idee zijn: de hele klimaattop in Kopenhagen afgelasten en alle deelnemers een kaartje sturen met de boodschap ’kom maar als jullie er echt klaar voor zijn’. Maar Kopenhagen zal gewoon doorgaan, ook al lijkt er nu geen juridisch dichtgetimmerd verdrag uit de bus te komen om de opwarming van de aarde te stoppen.
De Deense premier Lars Lokke Rasmussen is straks voorzitter van de klimaatconferentie, die over minder dan drie weken begint. Denemarken is geen lid van de Apec, de club van Aziatische en Pacifische landen die zaterdag bijeenkwam in Singapore. Toch was Rasmussen afgereisd, want hij had een boodschap voor de Apec-leden, vooral voor China en de Verenigde Staten.
Een echt verdrag is misschien niet haalbaar in Kopenhagen, zei Rasmussen. Maar een politiek akkoord moet er zeker komen. Dat kan dan later uitgewerkt worden in bindende verdragstekst. Eén overeenkomst, twee stappen, dat is de nieuwe aanpak van de pragmatische Denen.
De Amerikaanse president Barack Obama stond klaar om de voorzet van Rasmussen in te koppen. „Laat het perfecte niet de vijand van het goede zijn”, zei hij. Ofwel: liever een enigszins vage overeenkomst nu, die later uitgewerkt kan worden, dan een conferentie die mislukt omdat de lat te hoog ligt.
Wat Obama zei was niet nieuw. De Nederlandse minister van milieu, Jacqueline Cramer, gaf eerder al toe dat een kant-en-klaar verdrag in Kopenhagen niet haalbaar is. Ook VN-klimaatchef Yvo de Boer hield onlangs de mogelijkheid open dat er volgend jaar verder gepraat moet worden.
Maar dát Obama op uitstel aanstuurde, is wel nieuws. De hele wereld kijkt naar de Verenigde Staten als het gaat om de mogelijkheid een nieuw klimaatakkoord te sluiten. De president heeft de aanpak van het klimaatprobleem wel een prioriteit genoemd, maar voor echte maatregelen is hij afhankelijk van de Amerikaanse volksvertegenwoordigers.
In Washington moet de Senaat nog instemmen met klimaatwetgeving en dat gaat voor Kopenhagen niet gebeuren. Daarom moet Obama op eieren lopen: als hij te ambitieuze toezeggingen doet, kan de Senaat zich tegen hem keren. Voor de president is het verstandiger zich op de vlakte te houden totdat de wet erdoor is.
Kortom, Kopenhagen komt eigenlijk te vroeg voor de Amerikanen. Zij willen zich hooguit vastleggen op algemene uitgangspunten, dan kan een verdrag volgend jaar wel gesloten worden. In juni in Bonn, of eind 2010 in Mexico-stad.
Dit scenario kent een groot risico: van uitstel kan afstel komen. Een hoge ambtenaar van de Europese Commissie maakt zich zorgen. „Wat Obama zei is misschien niet nieuw, maar het signaal telt wel.”
De Europese Unie heeft haar nek uitgestoken en is afhankelijk van de Amerikanen. In Brussel wil niemand nog een keer klimaatkampioen spelen terwijl de VS niet meedoen, zoals met het Kyoto-protocol gebeurde.
Dus moet Kopenhagen een succes worden, met tenminste een stevig politiek akkoord. Als de regeringsleiders hun handtekeningen daaronder zetten, zijn ze in ieder geval moreel gebonden. Zo wordt het des te belangrijker dat zij er echt bij zijn, straks in Kopenhagen. De Duitse bondskanselier Angela Merkel kondigde gisteren aan dat ze ook gaat.
Een politiek akkoord zal een stuk overzichtelijker worden dan een echt verdrag. Terwijl de ambtelijke vertegenwoordigers van 192 landen al maanden schaven aan een verdragstekst van meer dan 200 pagina’s, denkt Rasmussen nu aan een stuk van ’vijf tot acht A4’tjes’.
Zo’n kort stuk dient alleen om algemene principes vast te leggen, met twee harde cijfers: De aarde mag hooguit 2 graden opwarmen en daartoe moet de CO2-uitstoot wereldwijd met 50 procent omlaag in 2050. Duidelijk is dat de rijke industrielanden de grootste reducties moeten opbrengen, maar de verdeling van de doelstellingen is daarmee nog niet vastgelegd.
Daarbij komen nog andere heikele kwesties. Voor de arme landen moet er geld komen om de gevolgen van de opwarming van de aarde op te vangen. Ze kampen nu al vaker met perioden van droogte of juist met hevige regen, die tot overstromingen leidt. Bovendien dreigt het smelten van de gletsjers de wateraanvoer in rivieren als de Ganges te verstoren.
Voor deze klimaatsteun is vanaf 2020 tenminste 100 miljard euro per jaar nodig en de EU heeft al gezegd te zullen meebetalen. Maar in andere rijke landen is klimaatsteun nauwelijks onderwerp van discussie.
Een belangrijk punt voor de opkomende economieën is de overdracht van nieuwe technologie. Zij zien dat bedrijven in de VS en Europa nu patenten ontwikkelen voor het opwekken van alternatieve energie of het besparen van stroom en brandstof, terwijl landen als China, India en Brazilië juist willen delen in die nieuwe markten. Voor hen is het dus van levensbelang om toegang te krijgen tot de nieuwste technologieën.
Deze punten kunnen nog tot lange discussies leiden. De hoogste Deense diplomaat in Brussel, Poul Skytte Christofferson, vergelijkt het in een interview met de website Euractiv met de Doha-handelsbesprekingen. Die haalden eerder hun deadline niet, en sindsdien zijn er heel wat ’laatste kansen’ verstreken.
„Ik heb de Doha-ronde van dichtbij meegemaakt”, zegt Christofferson. „Het moment is nooit goed. Als je in deze logica terecht komt, begeef je je op een hellend vlak.” De Doha-ronde is nog steeds niet afgerond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.