*

 

’Ik zal het AOW-plan tot het uiterste verdedigen’

Lex Oomkes − 20/10/09, 00:00

Wouter Bos, PvdA-leider en minister van financiƫn is een mediaoffensief begonnen. Het land, de kiezer en zijn partij moeten weten dat het kabinet een goed besluit genomen heeft over de AOW. Een bij uitstek sociaal-democratisch voorstel, meent Bos.

  • Wouter Bos. ( ANP)
  • (Trouw)

Aan aandacht ontbrak het Wouter Bos de laatste weken al niet. De perikelen rond de verkoop van delen van ABN Amro, de instelling van ambtelijke werkgroepen die moeten zoeken naar mogelijkheden de overheid met desnoods twintig procent in te krimpen, het omvallen van DSB Bank: het politieke bestaan van Bos kent geen saaie momenten.

Maar het is nog niet genoeg. De AOW-leeftijd gaat omhoog, besloot het kabinet en Bos wil dat maar wat graag toelichten. Tussen alle retoriek en boosheid wil hij nog eens nuchter de achtergronden van het besluit uiteen zetten. Zodat ook anderen kunnen inzien dat hier het meest sociale voorstel voor de oudedagsvoorziening uit het gewoel naar voren gekomen is.

Hangt het uiteindelijke kabinetsbesluit niet van compromissen aan elkaar? Mensen vanaf 55 jaar uitzonderen en de ingewikkelde regelingen rond zware beroepen en mensen met een lang arbeidsverleden?

„Hoezo? Dit is een buitengewoon simpel voorstel. We beginnen in 2020 en uiteindelijk is een aantal jaren later de leeftijd voor de AOW definitief 67 jaar. Eenvoudiger kan niet. Het zou ingewikkeld worden als we bijvoorbeeld een uitzondering zouden hebben gemaakt voor mensen met allerlei zware beroepen. Daarom hebben we daar ook bewust niet voor gekozen. De werkgever wordt verantwoordelijk voor mensen met een zwaar beroep. En daarnaast hebben we andere maatregelen, mocht iemand met een zwaar beroep onverhoopt de verhoogde AOW-leeftijd niet halen, zoals een verlenging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en de werkloosheidsuitkering.”

Toch, het aanvankelijke idee – per jaar een maand later met pensioen – zag er veel simpeler uit en, wellicht belangrijker, leek rechtvaardiger. Nu worden mensen uitgezonderd die in 1954 en eerder zijn geboren. Het lijkt alsof u geen oog heeft voor de belangentegenstelling tussen generaties.

„Eerst over die maand per jaar. Uiteraard, daar is serieus naar gekeken. Zeker, voor de AOW zelf is dat niet zo moeilijk uitvoerbaar. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om de AOW. De pensioenfondsen zagen de bui al hangen. Voor hen wordt het vrijwel onmogelijk om in hetzelfde tempo mee te groeien naar, uiteindelijk, een pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar. Elk jaar zouden ze dan gedwongen worden tot nieuwe premieberekeningen. Ondoenlijk. Dat wordt een absolute chaos.

En dan dat verwijt dat we de babyboomers te gemakkelijk laten wegkomen. Mag ik er even aan herinneren dat zij, veel meer dan jongere generaties, uiteindelijk wat de hoogte van hun pensioen betreft er last van krijgen dat de pensioenen momenteel niet worden geïndexeerd? Jongere generaties kunnen dat gat waarschijnlijk repareren.

Daar komt bij, dat 55-plussers veel meer risico lopen op werkloosheid dan jongere generaties. En onder die 55-plussers zitten veel meer mensen die al op jonge leeftijd zijn begonnen met werken.

Bovendien, en dat is mijn laatste argument, het is ook een kwestie van zorgvuldigheid: je moet op situaties kunnen voorbereiden. En dat kunnen 55-plussers eenvoudigweg minder.

We hebben overwogen om mensen vanaf 50 jaar te ontzien, mensen dus die zijn geboren in 1959 of eerder. Maar dat bleek niet haalbaar. Nee, het kabinet heeft over dit deel van de uiteindelijke oplossing niet lang na hoeven denken. Het is logisch en sociaal, daarover was geen enkel politiek verschil van mening.”

U heeft het over eenvoud. Vindt u de nieuwe regeling rond zware beroepen dan zo eenvoudig?

„Uiteindelijk wel. Dat komt door het grote verschil tussen het kabinetsbesluit en het alternatief, dat de vakbeweging aandroeg. Wij verhogen niet alleen de AOW-gerechtigde leeftijd naar, uiteindelijk, 67 jaar, maar verlengen ook de sociale zekerheidsregelingen, zoals de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de WW. Met het alternatieve plan van de vakbeweging kan het gebeuren dat je uitkering gewoon stopt als je 65 wordt. Daarna moest je de tijd tot de AOW maar overbruggen met, bijvoorbeeld, bijstand. Dat wilden we per se niet. Dus als iemand met een zwaar beroep onverhoopt in een uitkeringssituatie terecht komt, dan houdt hij die uitkering tot hij 67 is.

Maar zover willen we het niet laten komen. Alles is gericht op meer inzet van de werkgever om ook mensen met zware beroepen duurzaam in het arbeidsproces te laten deelnemen.”

U stelt nu het begin van de verhoging van de AOW-leeftijd uit. Dat betekent ook dat de langzame groei van het aantal werkende 60-plussers geen extra duwtje krijgt. Dat positieve bijeffect, dat er was door afschaffing van de vut en prepensioen krijgt geen vervolg.

„Dat klopt. Dat zag je inderdaad gebeuren toen het vorige kabinet die maatregelen afschafte. Maar er is toen ook met de vakbeweging afgesproken dat er tot 2015 niets meer zou veranderen. Aan die afspraken waren wij gebonden. Een verhoging van de AOW-leeftijd met een maand per jaar, had dus pas in 2015 kunnen beginnen.

En er is nog iets. De AOW-leeftijd moet omhoog vanwege de kosten van de vergrijzing en de het dreigende lage aantal werkenden dat de AOW voor een groot deel moet opbrengen. Maar er is nu ook een crisis. Wij hebben eenvoudigweg de tijd niet om te wachten op positieve bijeffecten.

Er was een tijd dat we dachten dat we konden kiezen uit maatregelen om de AOW toekomstbestendig te maken. Zeker, die tijd was nog niet voorbij toen we de laatste verkiezingsprogramma’s maakten. Nu moeten we op alle fronten werken.”

Waarom heeft u niet besloten de AOW verder te fiscaliseren? Dan betalen ook de gepensioneerden bij aan de oudedagsvoorziening. Als we het over solidariteit hebben...

„We hebben dat al gedaan. Met die zogenoemde Bos-belasting (door de tweede belastingschijf voor ouderen niet aan te passen aan de inflatie vallen zij eerder onder de tweede, hogere schijf van de inkomstenbelasting en betalen ze dus meer belasting, red.) betalen ouderen in een aantal jaren volledig mee aan de AOW. Zouden we dat verhogen, dan zouden ouderen met een aanvullend pensioen lager dan rond 18.000 euro al mee gaan betalen. Dat is te veel gevraagd als het om inkomenssolidariteit gaat. Daar wilden we niet aan.”

Uw partijgenoot Pierre Heijnen zei gisteren met terugwerkende kracht spijt te hebben dat verhoging van de AOW-leeftijd niet in het verkiezingsprogramma stond. Hij vermoedde dat er destijds enige lafheid in de programmacommissie was.

„Ik heb geen spijt van dat verkiezingsprogramma. Alleen die fiscalisering stond er in. We hebben toen geprobeerd om de meest sociale variant te vinden. Vergeet niet, drie jaar geleden dachten we nog te kunnen kiezen uit een aantal mogelijke maatregelen. Nu hebben we het allemaal nodig: fiscalisering, een hogere AOW-leeftijd en langer doorwerken. Het is alleen jammer dat het dus ook niet aan de kiezer is voorgelegd. Maar wel aan ons partijcongres, gelukkig”

Er zijn partijgenoten van u, die ervoor pleiten om invoering van het kabinetsvoorstel uit te stellen tot het alsnog aan de kiezers is voorgelegd.

„Wachten op verkiezingen maak ik echt niet mee. Ik wil echt geen confrontatie met mijn partij, maar dit zal ik tot het uiterste verdedigen. Mijn partijgenoten moeten zich realiseren dat de oplossing, die het kabinet gekozen heeft voor de oudedagsvoorziening een bij uitstek sociaal-democratische oplossing is. Mensen die daar toe in staat zijn, wordt een offer gevraagd voor hen, die minder in staat zijn bij te dragen.

mailIcon print |