*

 

Zolang de achterdocht regeert, is kritiek al snel gelijk aan demoniseren

14/11/09, 00:00

De cabaretier Herman van Veen en de werkgeversvoorman Van Kesteren uitten deze week kritiek op de PVV en kregen van fractieleider Wilders prompt het verwijt dat ze zijn partij demoniseren. Dat is een verwijt met een zware lading, omdat de term sinds de moord op Fortuyn ook de betekenis heeft gekregen van uitlokking van geweld. Degene die demoniseert, overschrijdt vanuit die optiek in wezen al de grens waar het woord ophoudt en de vuisten of erger gaan spreken. Was dat de intentie van Van Veen en Van Kesteren?

De werkgever vindt dat de PVV geen deel moet uitmaken van een volgend kabinet, omdat haar antiislamprogramma schadelijk is voor de economie. Zijn argument is dat onze open economie er niet bij is gebaat belemmeringen op te werpen op grond van religie of huidskleur. Het is stevige kritiek, maar het is overdreven dat argument als demoniserend te kwalificeren. Laat Wilders maar uitleggen waarom Van Kesteren het mis heeft en dat hij trouwens ook niet gaat over de formatie van een volgend kabinet.

Herman van Veen trok een vergelijking tussen de PVV en de NSB, omdat ook in deze beweging op basis van het leidersbeginsel één man de dienst uitmaakte. Op zich is er met die vergelijking niets mis, maar in het hypergevoelige mediaklimaat blijkt het wel lastig een aspect van de vroege (nog niet anti-joodse) NSB volledig te ontkoppelen van de oorlogsgruwelen en de landverraderlijke rol van de latere NSB. Dat wordt nog moeilijker als in de samenleving de vertrouwensbasis ontbreekt. Als de achterdocht regeert, hebben grote woorden en beelden al snel het effect dat zij het debat doodslaan. Het is dus verstandiger het inhoudelijke argument en de gematigde toon te zoeken in plaats van de overtreffende trap.

Nu heeft Wilders wel recht van spreken sinds hij onder permanente bewaking van lijfwachten staat en zich niet vrijelijk in de samenleving kan bewegen. In onze democratie is dat een wrange realiteit. Aan de andere kant moet niet worden onderschat hoe beducht en bezorgd velen zijn door de wijze waarop dezelfde Wilders tegen de religie van een omvangrijke bevolkingsgroep fulmineert. Niet zelden zijn het mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt die bezorgd zijn, omdat zij de mechanismen menen te onderkennen die een partij van kwaad tot erger kunnen brengen.

Voor beide kanten is de opgave om in het publieke debat de inhoud weer voorop te zetten.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />