Een week na sinterklaas zijn de kamers van kinderen onbegaanbaar. Alles
Crisis of geen crisis, de Nederlander tastte weer diep in de buidel voor cadeautjes die op sinterklaasavond uit hun verpakking werden gescheurd. De speelgoedbranche bleef daarbij niet achter. En elk jaar bekruipt ouders weer dat gevoel dat het eigenlijk een tandje minder had gekund. Maar dan is het te laat. Dan puilt het huis al uit met troep dat het huis bijkans ondoordringbaar maakt.
Huishoudcoach Els Jacobs helpt mensen om hun huis woon- en leefbaar te houden. Zij komt daarom vaak bij ouders die zelf bepaald niet uitblinken in opruimen. En hoewel haar hulp niet speciaal voor sinterklaas wordt ingeroepen, vormt deze dag vaak wel de druppel die de emmer doet overlopen. Niet alleen de kamers van de kinderen puilen dan uit met speelgoed, maar ook de huiskamer, de zolder en de kelder.
Nederland lijkt volgens Jacobs soms aan de cadeauziekte te lijden. Behalve sinterklaas, Kerstmis en verjaardagen zijn er tegenwoordig nog genoeg andere gelegenheden om voor kinderen een aardigheidje te kopen: bijvoorbeeld na een tandartsbezoek of bij het halen van een zwemdiploma. Dan zijn er ouders die van een stedenreis thuiskomen, uiteraard niet met lege handen.
Ook een bezoekje aan de kermis is altijd goed voor de nodige prullen. En als klap op de vuurpijl lijken supermarkten elke maand een nieuwe actie te verzinnen, wat de speelgoedberg nog eens doet toenemen.
Het is duidelijk, zegt huishoudcoach Jacobs, dat het grote probleem ligt bij de ’instroom’. Mensen slepen cadeaus naar huis waarvan zij niet weten waar zij ze moeten laten. „Het is veel beter om goed te zoeken naar één fatsoenlijk cadeau, waar kinderen lang mee kunnen spelen, dan te kiezen voor een berg prullen dat lekker goedkoop is, maar na een paar keer spelen van narigheid uit elkaar valt. Mensen vergeten hoeveel energie het hebben van veel speelgoed kost. Wat vies is moet schoon, wat kapot is moet gemaakt, wat kwijt is moet gezocht, wat van zijn plek is moet opgeruimd.”
Ouders en grootouders moeten in de winkel al nadenken over de vraag of er wel plek is voor een stuk speelgoed. Een sjoelbak is leuk, maar neemt veel ruimte in. Volgens Jacobs belemmert een grote berg speelgoed in de praktijk juist het spelen. „Zij raken simpelweg het overzicht kwijt. Kinderen krijgen zoveel impulsen dat zij niet kunnen kiezen. Ouders begrijpen dat dan niet: je hebt zoveel speelgoed en nóg verveel je je. Met kinderen geldt: less is more.”
In dit soort gevallen raadt Jacobs de wisseltruc aan. Ouders moeten een groot deel van de sinterklaascadeaus in een doos doen en op zolder zetten. Na een paar maanden komt die doos weer tevoorschijn en dan gaat er een wereld voor de kinderen open. „Zij hebben dan het idee dat zij nieuw speelgoed krijgen. Maar het belangrijkste is dat het enorm scheelt in de rotzooi in de kamers.”
De eerste stap om orde in de chaos te brengen bij ernstige rommelkonten is het periodiek uitsorteren van speelgoed. Het blijkt dan vaak dat in de kamer van een achtjarige nog speelgoed ligt dat hoort bij een vierjarige. „Dat moet echt weg. Ik stel dan altijd wel voor om een nostalgiedoos te maken voor speelgoed waar men erg aan is gehecht. Een knuffel waar een kind jaren mee in bed heeft gelegen, maar die nu in een hoek stof ligt te verzamelen. Maar ook daar moet je een grens stellen: voor je het weet, staat het hele huis vol met nostalgiespullen.”
In veel kinderkamers ontbreekt het volgens Jacobs aan de broodnodige overzicht en rust. Een goede organisatie kan daarbij helpen. Doe de knuffels bij elkaar in een mand en zet die in een aparte en vaste hoek van de kamer. Doe hetzelfde met de lego en de Playmobil. „Maar hou het ook laagdrempelig en eenvoudig”, stelt Jacobs. „Probeer niet perfectionistisch te zijn. Gooi de prulletjes gewoon in een doos. Ik zie soms dat ouders van een dochter die van Barbie houdt, al de bijkomende prullaria apart houden, zoals de schoentjes, de kammetjes en de spiegeltjes. Dat is natuurlijk geen doen. Voor de kinderen is dit ook niet leuk, want ze durven er niet mee te spelen uit angst dat ze rommel maken.”
Om een huis leefbaar te houden, is het ook nodig dat kinderen leren opruimen. En dat begint ermee dat de doelen niet te hoog liggen. „Zeg nooit dat de hele kamer in een klap opgeruimd moet zijn. Begin met iets kleins. Houd het ook meetbaar. Stel bijvoorbeeld voor om de boeken op te ruimen, en als dat is gedaan, kun je een compliment maken en kom je de volgende keer met een ander voorstel. Dan vinden kinderen opruimen ook leuk.”
Het dichtgroeien van huizen hangt nauw samen met de huidige consumptiedrift. Ouders geven vaak het slechte voorbeeld aan kinderen door zelf ook maar raak te kopen. Zij geven daarom te makkelijk toe aan de wensen van hun kinderen die – vaak opgehitst door agressieve reclames op televisie – ook alles willen hebben. De stelregel van speelgoeddeskundige Marianne de Valck is: verlanglijstjes zijn geen boodschappenlijstjes. Kinderen zijn vaak helemaal niet in staat om te bepalen of zij er wel mee gaan spelen. „Zij kiezen op uiterlijke kenmerken, en dat is niet alleszeggend.”
Op zich is het volgens De Valck ook geen ramp wanneer kinderen veel cadeautjes voor sinterklaas of voor hun verjaardag krijgen. Als je het maar niet allemaal in het zicht zet. Dat begint al met kleine kinderen. De Valck heeft voor kinderen tot 24 maanden de regel: een derde van het aantal maanden. Een kind van twaalf maanden moet je dus vier speeltjes binnen zijn bereik geven. Dat geldt ook voor oudere kinderen. „Drie puzzels in de kast is genoeg. Volwassenen denken dat een kind na een keer een puzzel te hebben gemaakt, daarmee klaar is. Dat is niet zo. Na één keer wordt het juist leuker.”
De praktijk wijst uit dat kinderen met minder dingen inventiever worden. „Als je ze maar drie kleuren verf geeft, gaan ze daar intensiever mee om. Ze ontdekken dat geel en rood de kleur oranje geeft. Ouders moeten kinderen de ruimte geven om een eigen oplossing te vinden. Dat verruimt het speelplezier”, aldus De Valck.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.