Kweekvlees. Het klinkt niet, maar is wel mogelijk en komt steeds dichterbij. Nederland loopt voorop in de wereld met onderzoek ernaar.
Sommigen noemen het nepvlees of kunstvlees. Dat is het niet. Kweekvlees is echt vlees. Het groeit alleen niet op de natuurlijke manier, in een lichaam, maar de dierlijke cellen worden opgekweekt in flessen.
Al vier jaar doen de universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Eindhoven onderzoek naar het kweken van vlees uit stamcellen van een varken. Vandaag promoveert een van die onderzoekers, Karlijn Wilschut, aan de Universiteit Utrecht.
„Stamceltechnologie is vooral bekend uit de medische wetenschap. Daar wordt het gebruikt om therapeutische redenen, het repareren van organen of spieren. Ontwikkeling van medicijnen is ook een mogelijkheid. Maar je kunt er dus ook vlees mee kweken”, zegt Wilschut. „Duurzaam vlees, want het heeft een lage milieu-impact. De term kweekvlees is inderdaad niet zo gelukkig, het is de vertaling van de naam van ons project In vitro meat. Een andere naam zou welkom zijn.”
De celbioloog onderzocht met name welke omstandigheden optimaal zijn om de stamcel in te laten groeien. „Als die omstandigheden optimaal zijn en ze groeien goed, hebben stamcellen de eigenschap zich oneindig te delen. Zo kun je in principe met één stamcel heel veel vlees opkweken dat geschikt is voor humane consumptie.”
Zo ver is het nog niet want Wilschut is er na vier jaar onderzoek nog niet in geslaagd de ideale cel te vinden. „Ik heb wel stamcellen gekarakteriseerd en de optimale omstandigheden, waaronder zo’n cel moet groeien, kunnen benaderen. Ook heb ik uitgezocht welke eiwitten een rol spelen bij de methode om de cel te specialiseren naar spierweefsel. Dat is waar het bij vlees voor menselijke consumptie om gaat.”
Conclusie? „Dat er een belangrijk begin is gemaakt met kweekvlees. Er kan een start worden gemaakt om varkensspier op te kweken uit een stamcel. De volgende stap is de ideale cel te vinden. Mijn medeonderzoekers aan de Technische Universiteit Eindhoven zijn trouwens bezig met het elektrisch stimuleren van de spiercelspecialisatie. Daar zijn ze al aardig mee op streek. Je ziet ook werkelijk al iets en je zou dat in principe kunnen eten. Of dat een doorbraak is? De doorbraak is dat het idee om op grote schaal kweekvlees te produceren dichterbij komt.”
Het ligt dus binnen niet al te lange tijd in de winkel? „Nee, dat duurt zeker nog tien jaar. Het zal op grote schaal geproduceerd moeten worden in bioreactoren en uitgebreid getest moeten worden voor het in de schappen ligt. Als het wordt vrijgegeven voor menselijke consumptie zal het eerst in samengestelde producten als worst en hamburgers worden verwerkt. Worstmaker Stegeman is bij het onderzoek betrokken.”
Het opkweken van een karbonade ligt verder weg. „De structuur en de beet van een echt stuk vlees zijn moeilijk te creëren. Een karbonade is spierweefsel en dat krijgt zijn structuur door voortdurende doorbloeding. Ik kan nu spierweefsel uit een stamcel kweken, maar bloedvaatjes daarin is een ander verhaal.”
Het begin is er, wil Wilschut maar zeggen, en wijst daarbij nog eens op de maatschappelijke voordelen. „Er zitten geen groeihormonen of antibiotica in kweekvlees. Bovendien kunnen we het vetgehalte naar behoeven aanpassen. Je hebt geen intensieve veehouderij nodig. Dat scheelt een hoop milieuvervuiling.”
Of consumenten kweekvlees zullen accepteren als alternatief is de vraag. „Mensen moeten eraan wennen. Als het goed smaakt gaat dat vanzelf. Zeker ook als ze weten hoeveel beter het is voor hun eigen gezondheid en het milieu. En: dit vlees is echt, het is geen vervanger.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.