De auteur Curzio Malaparte zag in de jaren twintig en dertig om hem heen overal staatsgrepen. Hij schreef een essay met richtlijnen voor een geslaagde coup: het draaide volgens hem vooral om een goede organisatie. Malaparte voorspelde dat Hitler langs democratische weg aan de macht zou komen. Maar hij zat ook wel eens fout in zijn voorspellingen.
Curzio Malaparte mikte op een brede doelgroep. Zijn in 1931 verschenen boek ’De techniek van een staatsgreep’ verschafte volgens hem inzicht aan kandidaat-putschisten én verdedigers van de gevestigde orde. De auteur had ook geen enkele twijfel dat de door hem blootgelegde oproertactiek algemene geldigheid had. Zelfs zou deze werken in „Zwitserland of Nederland, twee van de meest geciviliseerde en best georganiseerde staten van Europa, waar orde niet alleen een product van de politieke en bureaucratische staatsmachine maar ook het kenmerk van de volksaard is”.
Malaparte ontpopte zich tijdens zijn leven als avonturier, soldaat, diplomaat en journalist/schrijver. Politiek verschoot hij al even vaak van kleur: de republikein werd een fascist, de fascist een anti-fascist en de anti-fascist een communist. Rode draad was een zekere hang naar anarchie.
Na de Tweede Wereldoorlog zou Malaparte furore maken met de romans ’Kaputt’ en ’De huid’. ’De techniek van een staatsgreep’ houdt het midden tussen een lang essay en een pamflet. De schrijver putte veelal uit eigen ervaringen. Hij was in Polen in 1920, toen ook daar een geslaagde linkse revolutie nog slechts een kwestie van dagen leek. Hij bezocht de Sovjet-Unie en observeerde de communistische leiders, Stalin in het bijzonder, van een paar meter afstand. Hij stond midden tussen de fascisten in Italië en zag als kenner van beide kampen dat de tactiek van hun leider Benito Mussolini duidelijk die van een ex-marxist was: il duce maakte slimmer dan de communisten zelf gebruik van de stakingen in zijn land.
Voor een man met een licht anarchistische inborst hamerde Malaparte nogal sterk op organisatie. Niet de maatschappelijke chaos, niet het bestormen en gewapenderhand overnemen van regerings- en parlementsgebouwen vormden volgens hem het geheim van een geslaagde staatsgreep. Het draaide om het in handen krijgen van de technische infrastructuur van een samenleving: elektriciteitscentrales, de spoorwegen, telefoon- en telegraafcentrales, de havens, gashouders, waterleidingen.
Leon Trotski beheerste dit metier bijna perfect tijdens de Russische Revolutie in 1917. „De opstand is geen kunst”, zei hij. „Het is een machine. Er zijn technici om haar in beweging te zetten. Niets zou haar kunnen stilzetten, zelfs geen tegenwerpingen. Alleen technici zouden haar kunnen stilzetten.” In 1917 regelde Trotski die technici. Zij bezaten cruciale kennis en wisten dankzij voor de massa onzichtbare exercities precies wat ze moeten doen.
Bij de machtsstrijd met Stalin in de jaren twintig delfde Trotski het onderspit. De onverstoorbare Georgiër had zijn lessen geleerd en zorgde voor een geheim apparaat dat de technische infrastructuur van de Sovjet-Unie in zijn handen kon houden. Geconfronteerd met die onverwachte tegenstand bleek bij Trotski plotseling veel van zijn koele intelligentie verdwenen en liet hij zich meeslepen door zijn passie. Met fatale gevolgen voor zijn plannen en nog veel later (negen jaar na verschijning van Malaparte’s boek) voor zijn eigen leven.
Na de bolsjewistische revolutie van 1917 in Rusland was het niet Lenins strategie die het potentiële gevaar opleverde voor andere Europese regeringen, maar de oproertactiek van Trotski, oordeelt Malaparte. Omdat die nergens goed navolging vond, liepen bijvoorbeeld de machtsgrepen van links en rechts in Duitsland in de jaren na de Eerste Wereldoorlog op niets uit.
Malaparte’s ’leerboek’ werd een internationaal succes. Maar de aangeboden stof en zijn duidelijke teleurstelling over ’Mussolini’s verraad aan de fascistische revolutie’ maakte hem verdacht in de ogen van de Italiaanse autoriteiten. Het kwam hem op een leven van internering en politietoezicht te staan. ’De techniek van een staatsgreep’ werd een soort vloek. De schrijver: „Ik haat dit boek van mij. Ik haat het uit de grond van mijn hart. Het heeft me roem gebracht, dat schamele iets dat roem heet, maar ook onnoemelijk veel ellende.”
In zijn nawoord bij de nieuwe Nederlandse vertaling doet journalist H.J.A. Hofland pogingen om ’De techniek van een staatsgreep’ nog enige actualiteitswaarde te geven. Hij komt er niet helemaal uit. Anarchie ziet Hofland wel. Bijvoorbeeld op het internet waar het afgewogen oordeel van deskundigen het steevast aflegt tegen het digitale geschreeuw van de massa. Maar of de machine van een staatsgreep iets teweeg kan brengen in de huidige samenleving? En of die dan werkt volgens de door Malaparte beschreven techniek? De journalist weet het niet.
’De techniek van een staatsgreep’ is vooral aardig als tijdsdocument. De grote revoluties van de eerste decennia van de twintigste eeuw worden geanalyseerd door iemand die er middenin stond. ’Profetisch en scherpzinnig’ wordt Malaparte’s oordeel op de achterkant van het boek genoemd. Dat is wat al te kort door de bocht. De Italiaan beging soms missers en schoot soms raak.
Curieus is in dat verband zijn beschrijving van het fenomeen Adolf Hitler. Malaparte signaleerde in 1931 ’diepe ontevredenheid’ bij de stormtroepen van de nazi’s. „Het wordt hun namelijk steeds duidelijker dat Hitler er niet toe in staat is het probleem van de verovering van de macht uitdrukkelijk in revolutionaire termen te stellen.” Uit die analyse volgde een voorspelling dat de NSDAP-leider uiteindelijk langs parlementaire weg de macht zou grijpen en zou moeten afrekenen met de gevaarlijkste krachten in zijn paramilitaire organisaties. Beide voorspellingen kwamen uit: in januari 1933 werd Hitler kanselier, een kleine anderhalf jaar later werd in de ’Nacht van de Lange Messen’ op wrede wijze de macht van de SA gebroken.
Tegelijkertijd onderschatte Malaparte Hitler. Misschien was het chauvinisme, misschien mediterraan machisme, wellicht een combinatie van beide, maar de nazileider wekte bij hem vooral medelijden met het Duitse volk op. Malaparte vergeleek Hitler met een zwakke vrouw en noemde hem een ’middelmatige namaak-Mussolini’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.