Gedreven allochtone vrouwen helpen elkaar vooruit. Hoogopgeleide en succesvolle allochtone vrouwen ervaarden geen problemen op de arbeidsmarkt. Ze grepen hun kansen, zeggen ze zelf. Een rolmodel helpt wel. Door elkaar te steunen hebben allochtone vrouwen succes. Afkomst hoeft geen rol te spelen, vinden zij zelf.
„Mijn moeder zou het geweldig ver geschopt hebben als ze de kans had gekregen.” Maar de moeder van Melek Usta (40) kwam uit een arm Turks dorp en was tot haar vijftigste analfabeet. Toch is ze deels de sleutel van Usta’s succes. „Een krachtige vrouw die anderen goed kon adviseren. En ze vond het belangrijk dat ik economisch zelfstandig werd.”
Of ze nu hoog of laag zijn opgeleid, alle etnische vrouwen komen moeilijker aan een baan dan hun autochtone seksegenoten, bleek onlangs uit onderzoek van studiecentrum Equality. Wat is de succesformule van vrouwen die wel slaagden? Uit een rondgang langs succesvolle etnische vrouwen blijkt dat stimulerende ouders, kansen grijpen en de Nederlandse cultuur aanvoelen van doorslaggevend belang waren voor hun voorspoedige carrière.
Usta was bijna twee jaar oud toen ze met haar ouders naar Nederland kwam. Ze deed de mavo, een secretaresseopleiding en ging werken. Ambitie dreef haar in de avonduren naar mbo en hbo en op 26-jarige leeftijd was ze vestigingsmanager bij Start Uitzendbureau. Een jaar later had ze vier vestigingen van het bedrijf onder haar hoede. Inmiddels heeft Usta een eigen wervings-, selectie- en adviesbureau, gespecialiseerd in diversiteitsvraagstukken. Ze was Zwarte Zakenvrouw van het Jaar in 2006 en trad toe tot het prestigieuze Innovatieplatform dat het kabinet moet adviseren.
„Wanneer een etnisch meisje vragen durft te stellen en kans ziet zich op trekken aan een rolmodel, kan het ongelofelijk snel gaan”, zegt Usta. „Maar het begint met de wil. Als je het vuur voelt, kan er veel in Nederland. In Turkije had ik minder kansen gekregen.” Ze denkt dat de gedrevenheid bij kinderen van arme migranten groter is. „Als je voorouders moesten knokken voor hun bestaan, krijg je die prikkel om te vechten en verder te komen waarschijnlijk mee. Ik heb mijn ouders ook zien worstelen.” De prikkel zou volgens haar bij autochtone vrouwen zwakker zijn omdat welvaart voor hen vanzelfsprekender is.
Mariëlle Paul (43) is wel degelijk geboren in welvaart. Toch heeft zij ook een sterke drive. „Ik heb geen strijd hoeven leveren, hoewel mensen zeggen dat ik mijn eigen kansen heb gecreëerd.” Haar Pakistaanse ouders studeerden en vonden in Nederland goede banen. Zelf rondde ze een studie internationaal recht in Leiden af. „Een plek verwerven in de Nederlandse samenleving en taal hielden me altijd bezig.” Paul, die accentloos Nederlands spreekt, werkte voor oliemaatschappij BP, had leidinggevende functies, was zelfstandig ondernemer en is nu manager corporate communication bij ABN Amro Hypotheken Groep. ’Netwerkcontact’ Melek Usta hielp haar aan een plek in een opleidingstraject voor commissarissen bij woningbouwcorporaties. „Ik wil me graag op andere terreinen begeven en nieuwe dingen leren.” Het traject, met voornamelijk vrouwen, loopt van oktober tot juli en is voor Paul ’de toegang tot een nieuwe wereld’. De deelnemers krijgen inzicht in het reilen en zeilen van een woningcorporatie en lopen vervolgens mee met een zittende raad van commissarissen. „Het is een kans in toezichtland. Mooi, hoe door Melek mijn netwerk groeit.”
„Raden van commissarissen zijn echte blanke mannenbolwerken”, zegt Melek Usta, die met haar bedrijf Colourful People een divers personeelsbeleid bij organisaties promoot. Dat goed opgeleide etnische vrouwen het moeilijker hebben op de arbeidsmarkt dan autochtone vrouwen was haar niet opgevallen. Wel ziet ze dat economisch laagtij het diversiteitsbeleid bij bedrijven onder druk zet.
„Mensen zijn geneigd kopieën van zichzelf binnen te halen, een universeel selectiemechanisme. In crisistijd willen beslissers veiligheid en kiezen voor bewezen succes. Medewerkers met een andere culturele achtergrond binnenhalen, is voor hen riskant, want onbekend. Sommige delen van de beroepsbevolking komen zo versneld aan de zijlijn te staan.”
Een sociale kloof is Mariëlle Paul onbekend en ze kreeg nooit te maken met uitsluiting. Haar katholieke ouders aardden snel in Brabant en de Pakistaanse komaf van het gezin wekte enkel nieuwsgierigheid in hun omgeving. „Afkomst zou je arbeidskansen niet mogen inperken, maar een afwijkende culturele achtergrond kan belemmerend werken. Een coach die je daarvan bewust maakt, is dan zinvol.”
Usta onderkent dit probleem. Ook hoog opgeleide etnische kandidaten realiseren zich niet altijd wat van hen verwacht wordt bij een nieuwe werkgever, zegt ze. „Je moet communicatiestijlen en gedragscodes begrijpen om te kunnen aansluiten bij je werkomgeving. Bij de overheid is het percentage allochtonen met salarisschaal dertien en hoger nog steeds bedroevend laag. Voor deze leidinggevende functies moet je politieke subtiliteiten aanvoelen. Dat wat je wel en niet kan zeggen. Heel moeilijk onder woorden te brengen.”
Fatima Siema Khawaja (31) koos voor het ondernemerschap. Tijdens haar studie bestuurs- en organisatiewetenschappen in Utrecht organiseerde ze activiteiten tegen betaling en met een bachelordiploma op zak ging ze hier fulltime mee door. Dat masterpapiertje moet er nog wel komen. „Anders ben ik minder waard op de arbeidsmarkt.” Haar Indiase vader en Surinaamse moeder zagen liever dat ze arts werd. „Ze hebben zelf moeten knokken en willen mij dat besparen.”
Khawaja heeft twee jongere broers en ging als enige in het gezin studeren. „Dat hebben mijn ouders enorm gestimuleerd. Hoe hoger de functie, hoe makkelijker het volgens hen zou zijn om in deeltijd te gaan werken. Een driedaagse werkweek zou dan ook genoeg salaris opleveren.”
Maar het werd de creatieve sector. Als zestienjarige zat ze dagelijks in het Amsterdamse buurthuis De Pijp en stortte zich op het meidenwerk. Een medewerker coachte Khawaja en gaf haar de kans om danslessen te organiseren. „Ik sprak met haar over thuis en ze leerde me plannen en programmeren.” Nu heeft Khawaja zelf die rol bij SJA Meidenplaza in Amsterdam. Met een meisje dat als veertienjarige dansles bij haar volgde, werkt ze volgend jaar samen aan een project. „Ze is nu twintig, studeert commerciële economie en houdt van aanpakken. Een beetje zoals ik het deed.”
Ook de Turkse Ayten Polat (39) heeft inmiddels haar pupillen. „Vooral jonge meiden. Ik help ze met sollicitatiebrieven en -gesprekken voorbereiden. Of we praten over opleidingen.” Polat rondde dit jaar een hbo-opleiding Personeel en Organisatie af. „Als je hogerop wilt komen, zul je moeten werken om diploma’s op zak te krijgen.” Het was zwaar, zegt ze. „Ik ben alleenstaand moeder en werk fulltime. Maar ik voel me enorm trots, de wereld ligt nu aan mijn voeten.”
Polat kwam op tweejarige leeftijd naar Nederland, groeide op in Zaandam en volgde de mavo en mbo-toerisme. Ze werkte als secretaresse bij de gemeente Haarlemmermeer. Nu is ze er personeelsadviseur, een ’onwijs leuke baan’. Onlangs werd ze gevraagd als bestuurslid van een poppodium. „Dat zal niet met mijn nieuwe functie te maken hebben. Maar mensen in mijn omgeving zien mij groeien en benaderen mij.”
Goed opgeleide etnische vrouwen komen geen extra obstakels tegen op hun carrièrepad, denkt Polat. „Je werkt hooguit wat harder. Ik kan niet zeggen dat ik het moeilijk heb. Je moet kansen grijpen. Ík laat ze in ieder geval niet liggen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.