*

 

De pijnen van Patricia

Wim Boevink − 11/12/09, 00:00

Patricia Paay ging in goudfolie verpakt. Ik betaalde 6,95 voor haar. „Gaat het zo mee?”, vroeg de verkoper. „Of zal ik er iets omheen doen?” Die vraag was misschien relevant. Zelf ben ik van onbestemde leeftijd, maar Patricia Paay’s verschijning in het kerstnummer van Playboy, haar eeuwig schijnende jeugd, leek ook eisen te stellen aan de jaargangen van de afnemers van het blad: hoe oud mag je zijn om openlijk belangstelling te tonen voor de sensualiteit van een ontklede vrouw van zestig?

Sylvain Ephimenco schreef dat hij rond Kerst stiekem een sigarenwinkel zou binnensluipen.

Ik stopte Patricia Paay in mijn tas om haar thuis uit te gaan pakken, maar voor ik daarvan klein verslag doe, moet ik hier even stilstaan bij wat hier aan de orde is.

Deze krant, Trouw, is een krant met speerpunten, die – geciteerd uit de merkpresentatie op de site van de Persgroep – liggen op het terrein van levensbeschouwing, onderwijs, opvoeding en gezondheidszorg. Zo bezien is Patricia Paay misschien geen speerpunt; je zou haar eerder rangschikken onder licht amusement, een gezelschapspel voor roddelbladen en televisietafels. Maar zichtbaar zijn ook contouren van beschouwelijke vraagstukken die met ijdelheid en vergankelijkheid van doen hebben, met lust en leegte, of met de pijn van de verlatenheid, want – zoals een vriendin op het schoolplein analyseerde – al haar gedrag, al haar exhibitionisme, kwam voort uit pure boosheid om wat haar man haar had aangedaan. Kijk mij, gilt deze gekwetste furie, ik kan elke man krijgen die ik wil. En ze zegt het – in alle camera’s, op elk glanzend drukwerk – exclusief tegen haar ontrouwe man, en wij allen – of we haar nu tegenkomen op de radio, op televisie, in gratis kranten of in goudfolie verpakt – wij allen zijn daarvan getuige.

Patricia Paay is een groot narcistisch talent, dat zwakte overschreeuwt met uitbundig beleden zelfverheerlijking. Er zijn er die zo’n diagnose zouden loslaten op grote delen van de samenleving.

Ik pakte haar thuis voorzichtig uit, op het omslag keek ze me aan vanachter een voile. Ik bladerde, passeerde playmate Loes en ook Diederik Samsom, die gepresenteerd werd onder de kop ’Als ik iets niet kan, is het verliezen’,wat me ook een vorm van modern narcisme leek. En toen vond ik haar.

Ze droeg donkere lingerie, in de meest onnatuurlijke poses, die op ons haar gespeelde opwinding moesten overdragen, of ze droeg niets, op hoge hakken na, terwijl ze over de bodem van een herfstbos kroop. Ze was leeftijdsloos. Op een van de foto’s had men onder haar een bedpartner neergelegd, maar van hem zag ik alleen de tors. Ze bereed een onthoofde man.

Aan het eind volgde nog een naschrift van de hoofdredacteur. ’We doen het omdat ze het waard is’, schreef hij, in de taal van de reclame. Ernaast stond een advertentie met een potje Anti-aging.

For men.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />