*

 

D66 en PVV treuren elk om het verlies van hun Nederland

Hans Goslinga − 14/11/09, 00:00

Zijn er twee soorten christen-democraten? Het CDA-Kamerlid Marleen de Pater boekte na het herfstreces een succesje met een motie die de eed op Allah uit het publieke domein wil weren. Islamitische ambtenaren die niet de christelijke eed (‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’) willen afleggen, moeten straks maar hun toevlucht nemen tot de belofte (‘Dat verklaar en beloof ik’). De Pater kreeg voor het uniformeren van de eed steun van VVD, PVV, Rita Verdonk, SGP en ChristenUnie.

Het succesje van het CDA was de gehele parlementaire pers ontgaan, vermoedelijk omdat er in de bewuste motie niet over Allah of moslims werd gerept. Pas afgelopen woensdag maakte het liberale avondblad de natie attent op het wapenfeit en de achtergronden ervan. Dat was een dag nadat een andere christen-democraat, minister van justitie Hirsch Ballin, bij het vijftienjarig bestaan van de Commissie gelijke behandeling een rede had gehouden waarin hij geheel andere taal sprak dan De Pater. De minister pleitte voor een herwaardering van verscheidenheid ‘in plaats van het elimeren van verschillen’.

Dat geluid kwam niet uit de lucht vallen. In 2003 had de minister zich al hardop afgevraagd of je het gelijkheidsbeginsel zo moet interpreteren dat elk onderscheid in de samenleving wordt ‘weggewerkt’. Hij vond van niet. Volgens hem beoogt het beginsel niet ‘om hetgeen mensen ten diepste eigen is terzijde te schuiven’, maar wil het juist beschermen tegen achterstelling en benadeling. Het eerste artikel van de grondwet moest dus niet alleen worden gelezen als een verbod te discrimineren, maar tegelijk als opdracht het respect voor iemands persoonlijke waardigheid tot uiting te brengen.

Hirsch Ballin trok deze lijn zes jaar later krachtig door. Deze tijd, zei hij, vraagt om een visie op het gelijkheidsbeginsel die recht doet aan de verschillen in identiteit van mensen en daarmee aan de menselijke waardigheid, die het fundament is van artikel 1. Hij pleitte daarom voor een democratie die mensen niet uitsluit vanwege aspecten van hun identiteit. Zijn paukenslag was dat culturele en religieuze verscheidenheid samen met tolerantie de basis zijn van een duurzame, krachtige staat.

Het ziet ernaar uit dat de katholieke Hirsch Ballin en de protestantse De Pater dit weekend iets te bespreken hebben. De motie van het Kamerlid staat haaks op de visie van de minister en laat het Nederland zien dat grote moeite heeft met het opnemen van een niet-traditionele cultuur. Hirsch Ballin verwijst met zijn noties naar het Nederland van vòòr 2002, dat sterk leunde op de idee van verscheidenheid, openheid en tolerantie. Vermoedelijk heerst aan beide kanten van deze streep een gevoel van verlies en bepalen de frustraties daarover het negatieve publieke klimaat.

Wilders zet zich af tegen de progressieve elite die te lang, en vermoedelijk ook te vanzelfsprekend, heeft geleund op wat oud-D66-leider Hans van Mierlo ‘de spiegel van de tolerantie’ noemde. Van Mierlo’s politieke kleinzoon Pechtold keert zich tegen de conservatieven en islamofoben die krampachtig vasthouden aan het beeld van Nederland van vóór de immmigratie. Deze tegenstelling speelt thans zowel D66 als de PVV in de kaart, maar houdt de patstelling die zich in het publieke debat aftekent alleen maar in stand. Na de verkiezingen van 2011 (of eerder) kan het als gevolg daarvan erg lastig worden een stabiel kabinet te vormen.

In de meeste andere partijen brengt de tegenstelling verdeeldheid en verwarring voort, waardoor hun koers in het immigratie- en integratiedebat wisselvallig is. Het verschil in visie tussen Hirsch Ballin en De Pater brengt de verwarring in het CDA haarscherp in beeld. De uiteenlopende waardering voor de Amsterdamse mannetjesputter Marcouch laat de verdeeldheid in de PvdA zien. Zelfs de doorgaans consistente ChristenUnie is het spoor bijster. Door steun te geven aan de motie-De Pater handelt deze partij in strijd met haar principe dat de scheiding van kerk en staat ruimte schept voor religieuze pluriformiteit.

Dat is het cruciale verschil met de SGP, die er in het geheel geen moeite mee heeft dat de overheid het protestantisme bevoordeelt. Het Kamerlid Van der Staaij verpakt zijn weerstand tegen de islam eufemistisch door zich te verzetten tegen de ‘multiculturalisering’, maar hij bedoelt daarmee precies hetzelfde als Wilders die strijdt tegen de ‘islamisering’. Op grond daarvan verzette de SGP zich het afgelopen voorjaar tegen de aanstelling van de eerste moslim tot legerimam, waar de ChristenUnie die benoeming juist steunde.

De idee van religieus/culturele verscheidenheid zit noch bij het CDA, noch bij de ChristenUnie erg diep verankerd, hoewel beide partij nazaten zijn van Abraham Kuyper, die de soevereiniteit in eigen kring uitdroeg. Vergelijk dat eens met de reactie van de chef-staf van het Amerikaanse leger, George Casey, op de slachting die een islamitische majoor onlangs aanrichtte op de legerbasis Fort Hood in Texas. Na dit drama, waarbij dertien doden en vele gewonden vielen, waarschuwde Casey voor speculaties over de motieven van de majoor, omdat anders de verscheidenheid (van etnische groepen) in het leger ‘het volgende slachtoffer zou worden’.

Sinds de tolerantiespiegel is gebroken, zoals Hans van Mierlo in 2002 vaststelde, ontbreekt het in Nederland aan een breed gedragen idee om de immigratiekwestie tegemoet te treden. De ene helft van de samenleving treurt om het verlies van de open, tolerante en gastvrije natie, de andere helft treurt om het verlies van Nederland uit de tijd dat we nog onder elkaar waren. De frustraties veroorzaken tezamen niks minder dan het verdriet van Nederland.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />