Voor jongeren zit aan de crisis ook een ’positieve’ kant: zij moeten wel verder leren. Uiteindelijk is dat zelfs beter voor hun loopbaan.
„Ik weet het ook niet meer – zelfs voor makkelijk productiewerk vragen ze nu mensen met een mbodiploma. Ik snap er niks van.” Ryan Tromp (22) zit bij het jongerenloket van het UWV WERKbedrijf in Hoorn. Boven zijn hoofd prijkt een poster met de slogan ’Jij hebt talent’.
Elk uur schuift er een nieuwe (aanstaande) jeugdwerkloze aan bij het bureau van werkcoach Sonja den Bakker. Dat was een jaar geleden wel anders: toen kwamen er bij het jongerenloket in Hoorn – als ze ’geluk’ hadden – per week tien jongeren langs.
Door de economische crisis steeg de jeugdwerkloosheid onder 15- tot 25- jarigen volgens cijfers van het CBS het afgelopen kwartaal tot 11,4 procent. Vorig jaar was dat nog 9,3 procent. Jongeren zonder een afgeronde opleiding zijn tot nu toe het zwaarst getroffen: de werkloosheid onder hen kwam volgens de laatste cijfers uit op 15,2 procent. Dat is bijna zes procent meer dan het jaar daarvoor.
Voor de jongeren zelf is het schrikken. Ze groeiden op in een tijd dat de banen voor het oprapen lagen. Nu is het: voor jou tien anderen. Ze zijn té jong, té onervaren en iedereen met een beetje meer opleiding kaapt de banen voor hun neuzen weg. Na een paar mislukte sollicitatiepogingen worden ze ruw wakker.
Maak van de nood een deugd en ga terug naar school, adviseert arbeidseconoom Joop Schippers: „Misschien zien de jongeren en hun ouders nu eindelijk in dat het toch wel verstandig is om je opleiding af te maken. Anders kom je gewoon niet aan de bak.”
Jongeren zijn het eerst de dupe als het allemaal minder wordt. Ze werken vaak op basis van tijdelijke contracten en bij een reorganisatie liggen ze er als eerste uit. Terug naar school is een advies dat ook werkcoach Den Bakker de laatste maanden vaak geeft. „Tot voor kort konden ze vaak zo aan de slag in een goedbetaald baantje. Nu ligt het anders, en dat is misschien uiteindelijk wel beter voor hun loopbaan. Met meer opleiding hebben ze meer perspectieven. Je kunt het zien als een positief effect van de crisis.”
Met een nummertje in haar hand wacht Els Hoogewerf (25) op haar afspraak met de werkcoach. De afgelopen drie jaar werkte ze als administratief medewerker bij een houtconstructiebedrijf. Maar dat is sinds kort failliet. „Het is jammer, ik had leuke collega’s. Gelukkig ben ik niet iemand die stilzit, desnoods ga ik wel kranten bezorgen. Als je wilt werken, ís er werk. Daar ben ik van overtuigd.”
„School heeft me nooit zo erg gelegen; ik was blij dat ik ervan af was. Nu moet ik nog vier jaar, maar ik haal m’n motivatie uiteindelijk wel ergens vandaan”, vertelt Max Pender (23). Hij moet ook wel, want ja, ’de huur en zo’. Een paar maanden geleden rondde hij zijn opleiding mbo Bouwkunde af . Hij kon niet wachten om de bouwplaats op te gaan, maar het bedrijf waar hij stage had gelopen, ging failliet, en via uitzendbureaus kon hij alleen maar aan de slag als puinruimer. Pender: „Ik heb m’n kansen afgewogen en ik heb besloten een hbo-opleiding te gaan doen. Het is geen ideaalbeeld; ik ben ook niet meer de jongste. Maar wat moet ik anders?”
Dit schooljaar stromen 10.000 leerlingen extra in het mbo. Mbo-instellingen hebben al hun leerlingen gevraagd naar hun toekomstplannen. Zo hopen ze meer leerlingen te interesseren voor een vervolgopleiding, omdat voor velen de kansen op de arbeidsmarkt door de economische crisis ongunstig zijn.
Ze mopperen wel soms, maar Den Bakker ziet tot haar tevredenheid dat ’haar’ jongeren uiteindelijk vol goede moed de schouders eronder zetten. „Het vinden van werk duurt weliswaar langer en het aantal werkzoekenden is groter, maar ook nu nog vindt een groot deel van de jongeren binnen drie maanden een baan of opleiding. Het zijn vooral de moeilijke gevallen die in mijn bestand blijven staan.”
Ryan Tromp is zo’n ’moeilijk geval’. De jonge werkloze heeft geen enkel diploma en de afgelopen vier jaar had hij talloze verschillende baantjes: van asbestverwijderaar tot productiemedewerker bij een dropfabriek – nergens bleef hij lang. Tromp: „Ik heb de afgelopen maand zes keer gesolliciteerd, maar dat leverde iedere keer niks op. Ik krijg zelfs geen reactie dat ze mijn brief hebben ontvangen.” Hij zit nu ruim twee maanden werkloos thuis.
„Oké, Ryan, wat heb je in die periode ondernomen?” Jongerenwerkcoach Sonja den Bakker kijkt de jonge werkloze onderzoekend aan.
Tromp gaat rechtop zitten: „Ik heb zes keer gesolliciteerd, maar dat leverde niets op. Ik bel iedere week.” Hij zucht.
Den Bakker knikt: „Heel goed, het is heel belangrijk contact te houden. Bel gerust om te vragen of ze je mail hebben ontvangen. Vraag het wel netjes. Zeg niet: ’Ik wil nu weten of ik bij jullie aan de slag kan’ – dat werkt niet.”
De werkcoach gaat verder: „Waarom had je laatste opdrachtgever je niet meer nodig? Is er soms iets gebeurd?”
„Ik paste op de honden van m’n tante die waren weggelopen en daardoor was ik een keer te laat.” Tromp zucht maar weer eens, hij kijkt vermoeid naar buiten: „Ik wil gewoon werken. Wat mij betreft, letten ze wat minder op een papiertje.”
„De meeste jongeren die ik tegenkom zijn zoals Ryan en hebben geen afgeronde opleiding. Voor deze groep is het daardoor nog lastiger geworden”, vertelt de werkcoach na het intakegesprek. „Ryan heeft bijvoorbeeld een tijd gejobhopt, maar bedrijven nemen in deze tijd liever iemand met een diploma, of iemand die kan laten zien dat hij langere tijd ergens heeft gewerkt.”
„Ik heb een vacature voor je” , zegt werkcoach Ronald van Ammers later die dag tegen Ryan Tromp. Bij het nieuws lichten de ogen van de jonge werkloze op. Van Ammers: „Een spelletjesfabriek zoekt mensen. Het gaat om tijdelijk productiewerk; dat is goed te doen. In ieder geval voor een paar weken.” Tromp laat zijn schouders zakken. Eigenlijk wil hij een eigen kapsalon, of ’iets met computers.
Tromp: „Misschien ga ik maar weer naar school. Je hebt toch echt een diploma nodig. En na een tijdje word ik spelletjes inpakken ook weer zat.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.