*

 

’Zelfkastijding lost klimaatprobleem niet op’

Maaike Bezemer en Gijs Moes − 22/09/09, 00:01

Hij wordt gezien als de spin in het web, de vertrouwenspersoon van alle landen die meedoen aan de wereldconferentie in Kopenhagen. Yvo de Boer ziet overal de wens om er samen uit te komen.

  • (AP)

Of de wereldwijde klimaatconferentie in Kopenhagen in december een succes wordt, hangt ook af van Yvo de Boer. Als hoofd van het klimaatbureau van de Verenigde Naties staat hij voor de opgave om 192 landen tot elkaar te brengen. In Kopenhagen moet er een vervolg komen op het Kyoto Protocol, dat in 2012 afloopt.

Het lijkt haast onmogelijk: al die naties moeten het eens worden over een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en dan is er ook nog een flinke som geld nodig zodat met name ontwikkelingslanden zich kunnen voorbereiden op extreme droogte of juist overstromingen.

Yvo de Boer blijft er ontspannen onder. Het proces waaraan hij werkt is er een van kleine stapjes, maar hij ziet overal de wens om er samen uit te komen. Af en toe toont een land zelfs onverwachte ambities. „Perfect voorbeeld is de nieuwe regering in Japan. Die heeft aangegeven te streven naar een vermindering van broeikasgassen van 25 procent in 2020, in plaats van 8.”

Het pakket dat nu voorligt in het Amerikaanse congres, gaat volgens hem veel verder dan de eerste voorstellen die de Amerikaanse president Obama in zijn campagne had opgenomen. En ook China, de grootste uitstoter van het broeikasgas CO2, is op de goede weg.

„Iedereen weet dat daar elke week een of twee nieuwe elektriciteitscentrales opengaan, maar je hoort niemand over het feit dat in China duizenden zeer inefficiënte fabrieken sluiten. Je kan niet jaar, na jaar, na jaar een groei van 8 procent realiseren en tientallen miljoenen Chinezen het platteland laten verruilen voor een stedelijke omgeving, zonder het economisch model aan te passen. Het land gebruikt de economische crisis voor een richtingsverandering naar schone energiebronnen en duurzamere vervoersmiddelen. Opvallend dat nota bene een ontwikkelingsland met het groenste herstelpakket komt.”

In zijn kantoor in Bonn ontpopt de baas van het klimaatbureau zich vooral als een nuchter man. Klimaatonderhandelingen kunnen misschien wel leiden tot een schonere wereld met een rijke biodiversiteit en een eerlijker verdeling tussen arm en rijk. De Boer denkt niet dat zo’n vergezicht de meeste betrokkenen drijft.

„Klimaatonderhandelingen zijn primair een economisch verhaal,” zegt hij. „Het gaat om concurrentiekracht en handelsverhoudingen. Ik heb het gevoel dat landen zich veel zorgen maken over het klimaat, maar op cynische momenten besef ik dat de grootste kracht achter het Europese klimaatbeleid was dat de Russen de gastoevoer naar de Oekraïne dichtdraaiden. Op het moment dat economische- en milieuvraagstukken bij elkaar kwamen, schoot het klimaatbeleid ineens vooruit. Ook in het herstelpakket van Obama gaat het in eerste instantie over olieverslaving en energieprijzen, pas daarna komt het klimaat.”

De Boer kan er niet erg mee zitten. „Als klimaatbezorgden mogen we blij zijn dat er overduidelijk ook een economisch belang in het geding is. Niets gaat vanzelf, maar naarmate we het economische belang zien van beter omgaan met energie en naarmate we de problemen steeds meer internationaal gaan aanpakken, komt een oplossing voor de klimaatveranderingen dichterbij.”

Maar is er niet ook een steeds grotere groep burgers die een omslag probeert te forceren? Die voedsel uit hun eigen streek kopen of zich aansluiten bij coöperaties die zelf zonne- of windenergie opwekken?

„Die burgerbeweging zie ik niet zo. Die is veel sterker in landen waar de opwekking van duurzame energie fiscaal gestimuleerd wordt. Mensen zijn vast ongelooflijk groen, tot ze een stemhokje binnenstappen. Dan is het in belangrijke mate de portemonnee die hun gedrag bepaalt.”

De Boer wil niet al te cynisch doen. „Ik geloof zeker dat de burger zijn steentje kan bijdragen. Ik heb zelf ook zonnepanelen op mijn dak en spaarlampen ingedraaid. En als ik tijd heb, stap ik op de fiets. Maar ik geloof niet dat we het klimaatprobleem gaan oplossen met zelfkastijding.” Zelf rijdt hij enkele malen per week met de auto van zijn huis in Zuid-Limburg naar Bonn.

De burger moet wat hem betreft vooral druk blijven uitoefenen op de politiek. „Het is de taak van de overheid om het collectieve belang te dienen en de kosten van vervuiling door te berekenen in de prijs van producten. Emissiehandel is effectief om bij de industrie een uitstootreductie te realiseren, maar je moet ook eisen stellen aan auto-industrie, vliegtuigmotoren of de energiezuinigheid van witgoed. En belastingen zijn nodig om de consument te bewegen.”

Maar is het niet juist de politiek die aarzelt om impopulaire maatregelen te nemen? De discussie over een vleestaks wordt in Nederland in de kiem gesmoord. De milieubelasting op vluchten is bij de eerste economische tegenwind teruggedraaid.

„Het is lastig voor de politiek om af te wegen hoe ver ze kan gaan. In die zin is Brussel de grote redding van 27 kabinetten. Een van de problemen van de vliegtaks was dat Nederland die als eenling ging doorvoeren. Ik ben zelf vanuit mijn woonplaats net zo snel bij Schiphol als in Luik, Bonn, Brussel of Düsseldorf. Als ik bij een kapper in Delft een tientje betaal, laat ik mijn haar natuurlijk niet voor vijftig euro knippen in Den Haag.”

Het is het beste als heel Europa tot een gemeenschappelijke beleidsrichting kan komen, vindt hij. „Beter nog in Kopenhagen, met 192 landen tegelijk, dan hebben ze het gevoel dat ze onderdeel zijn van een groter geheel en niet alleen maar de rotzooi van anderen moeten opruimen.”

Toch zijn ook de voorstellen van de Europese Commissie niet echt hoopgevend. Vorige week werd bekend dat Europa vanaf 2020 2 tot 15 miljard euro wil bijdragen aan een klimaatfonds, waarmee ontwikkelingslanden dijken kunnen bouwen of juist irrigatiekanalen. Dat terwijl volgens berekeningen van het VN- Klimaatbureau, jaarlijks minstens 150 miljard nodig is voor dergelijke adaptatie-projecten.

Yvo de Boer formuleert voorzichtig. „Het Europese voorstel is duidelijk aan de lage kant, er mag wel een schepje bovenop, maar ik weet niet of ik die bedragen voor 2020 en 2030 zo verschrikkelijk relevant vind. Het heeft geen zin om in een ezeltje-prikachtige sfeer met bedragen te komen, terwijl je nog niet weet waarvoor je die gaat gebruiken. Belangrijk is dat er onmiddellijk geld op tafel komt in Kopenhagen. Eerst maar eens 10 miljard dollar voor het maken van goede analyses. Welke landen worden geraakt door de klimaatveranderingen. Hoe kunnen ze hun emissies inperken. Hoe kunnen ze participeren op de internationale markt. En wie bepaalt of en hoeveel geld ze krijgen om hun nationale klimaatplannen uit te voeren.”

Met intenties en beloftes kan De Boer niet zo veel. „Eerder dit jaar was er een sessie waar rijke landen toezeggingen deden over voedselhulp, een fractie daarvan wordt uiteindelijk ook betaald. Dingen roepen over 2020 vind ik een intentie. Tien miljard op tafel in Kopenhagen vind ik een resultaat.” Belangrijk is daarnaast dat industrielanden eind van het jaar tot een goede verdeelsleutel komen. „Als dan helder is hoeveel geld we uiteindelijk nodig hebben, dan weten we ook wat elk land afzonderlijk moet bijdragen.”

December lijkt kort dag, maar de hoogste baas van het klimaatbureau heeft tot die tijd nog heel wat bijeenkomsten te gaan. Vandaag is er een VN-top in New York, de 25ste september komen de twintig belangrijkste economieën, de G20, bijeen in Pittsburgh, en in oktober en november volgen klimaatonderhandelingen in Bangkok en Barcelona.

Voor een succes in Kopenhagen is het heel belangrijk dat Amerika en China elkaar beter begrijpen, zegt De Boer. Feitelijk denkt hij wel eens dat China het enige land is dat telt voor de VS en omgekeerd. „Tot voor kort was Amerika de eerste en China het tweede land wat betreft de uitstoot van broeikasgassen, nu is het omgekeerd. Samen zijn ze verantwoordelijk voor 40 procent van de mondiale emissies. Zonder deze twee landen is er geen oplossing.”

In Kopenhagen moet het ook echt gebeuren, benadrukt De Boer. „Dat heeft de wetenschap ons duidelijk gemaakt. Gaat dat moment voorbij, dan hebben we een probleem. Obama zal zich gaan richten op de midterm-verkiezingen van 2010. Ook het Europese klimaat- en energiepakket is geformuleerd onder voorwaarde dat er internationale afspraken komen. Wordt Angela Merkel opnieuw verkozen, dan is dat met een conservatievere regeringspartner. Zeker, er is altijd weer een nieuwe conferentie, maar het proces is dan te veel vertraagd. Bovendien loopt het vertrouwen in een brede internationale aanpak dan een flinke deuk op.”

De Boer houdt goede moed, en niet alleen omdat dat zijn taak nu eenmaal is. „Het is in niemands belang dat ik ’hoezee’ roep als daar geen aanleiding toe is. Als ik serieus het gevoel zou hebben dat we in Kopenhagen niet tot een akkoord kunnen komen, dan zou ik zeggen: ’We nemen nog een jaartje langer de tijd’. Maar er is nog volop beweging.”

mailIcon print |