Samir Bergachi ijvert voor homorechten in Marokko. Dat doet hij vanuit Madrid, want dat is een stuk veiliger.
Samir Bergachi is jong, 23, en hij durft. Want veel Marokkaanse homoseksuelen die voor hun geaardheid uitkomen en zich ook nog verzetten tegen de homofobie in hun land, zijn er niet. Bergachi is de leider van Kif Kif (’maakt niet uit’) een van de eerste verenigingen voor homoseksuelen in de Arabische wereld.
In hartje Madrid, waar hij islamitische cultuur studeert, deelt Bergachi een kantoor met een aantal andere jongerenorganisaties. Hier geeft hij antwoord op vragen uit het moederland en maakt hij de website van Kif Kif (gaymaroc.net/kifkif). „In Marokko zouden de autoriteiten nooit accepteren dat er een organisatie voor homo-emancipatie zou worden opgericht”, legt Bergachi uit. „Dat zou conservatieven en islamisten te veel irriteren. Op zichzelf is dat begrijpelijk.”
Bijna dagelijks gaat de telefoon. Soms wil een islamist duidelijk maken dat Bergachi – die inmiddels ook op de Marokkaanse televisie te zien was – zijn activiteiten moet staken. Niet zo lang geleden is hij met de dood bedreigd door iemand die hem op straat zou opwachten: Bergachi maakt een snel gebaar met zijn hand onder zijn strottehoofd. Onder politiebegeleiding heeft hij het pand toen verlaten.
Aanleiding voor Bergachi om Kif Kif op te richten was de zogenoemde Tetouan-affaire in 2004, waarbij de politie 43 homoseksuelen op een verjaardagsfeest in die stad arresteerde. Een aantal heeft lang vastgezeten, behalve degenen die de politie wat toestopten. Zo lang homoseksualiteit strafbaar is, kan de politie zomaar opduiken. „Sinds de onafhankelijkheid in 1956 zijn er 5000 homoseksuelen in de gevangenis beland. Als je geld hebt, is er niets aan de hand. Egypte is veel erger, daar wordt, via nepafspraken op internet, echt jacht gemaakt op homoseksuelen.”
Een omwenteling in de mentaliteit teweegbrengen die vergelijkbaar is met wat in Europa heeft plaatsgevonden, is moeilijk beaamt Bergachi. „Maar je moet ergens beginnen. Eerst moet homoseksualiteit uit het wetboek van strafrecht, dat overigens dateert van de tijd dat Marokko werd bestuurd door Frankrijk.”
Het probleem is ook niet de islam, benadrukt hij. Bergachi is gelovig en kent veel andere gelovige homoseksuelen. Er is ruimte voor homoseksualiteit in de islamitische cultuur, denkt hij. „Je hoeft niet het geloof onder vuur te nemen of te pleiten voor de scheiding tussen kerk en staat, binnen de huidige verhoudingen is veel mogelijk. Polygamie bijvoorbeeld is toegestaan in de islam. Toch is het sinds enige tijd verboden in Marokko. Dan zou homoseksualiteit niet strafbaar hoeven zijn.”
Zelf heeft Bergachi er geen last van dat zijn religie zijn geaardheid afwijst. „Ik vraag me af hoe God, die mij als homo heeft gemaakt, mij zou willen straffen voor iets dat hij zelf heeft gewild. Ik heb er in ieder geval niet voor gekozen.”
Dat er in Rotterdam rumoer is ontstaan rond de Zwitsers-Egyptische theoloog Tariq Ramadan, inmiddels ontslagen als integratieadviseur, verbaast Bergachi niets. Ramadan zegt dat hij respect heeft voor homo’s maar heeft homoseksualiteit eerder ook een ’aandoening, een stoornis, een onevenwichtigheid’ genoemd. „Dat gaat natuurlijk niet samen met respect, deze man is een groot acteur. Ik heb hem een keer gesproken op een bijeenkomst in Egypte. Daar ontkende hij dat huiselijk geweld tegen vrouwen in dat land een probleem is. Het zou door Westerse media worden overdreven om de islam zwart te maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.