*

 

Adoptie is een morele plicht: je redt een kind

Rien van IJzendoorn, hoogleraar pedagogiek, Centrum voor gezinsstudies, universiteit Leiden − 25/08/09, 00:00

Er zitten nog miljoenen verlaten kinderen in tehuizen. Voor hen is adoptie een kans op een beter leven.

Adoptie is de laatste jaren in de publieke opinie steeds meer verdacht geraakt. Met enige regelmaat wordt het land opgeschrikt door berichten over handel in kinderen. Adoptie zou onverantwoord zijn. Dat beeld wordt nog versterkt door het idee dat adoptiekinderen ’moeilijke’ kinderen zijn, omdat ze in kindertehuizen ernstig beschadigd zijn. Dat negatieve beeld is onterecht.

Om te beginnen: adoptiekinderen zijn misschien oververtegenwoordigd in de geestelijke gezondheidszorg en in het speciaal onderwijs. Maar de meeste geadopteerden functioneren goed, in alle levensfasen en op alle fronten. Dankzij het adoptiegezin maken zij een enorme inhaalslag, zoals hoogleraar adoptie Femmie Juffer en ik in 2006 in onze Emanuel Miller Memorial Lecture lieten zien.

Adoptie is dan ook primair een ethische kwestie. De cruciale vraag is hoe de rechten en belangen van het kind en de biologische ouders gediend kunnen worden in een wereld waarin helaas niet iedere ouder voor zijn of haar kind kan of wil zorgen.

Adopties bestaan grofweg in twee categorieën: adopties van ’echte’ weeskinderen en adopties van afgestane of verlaten kinderen. Het is evident dat adoptie van weeskinderen altijd gerechtvaardigd is wanneer dit leidt tot een veilig gezinsleven voor het kind. Adoptie door verwanten heeft dan de voorkeur.

Het ethische dilemma komt vooral naar voren bij verlaten of afgestane kinderen. Dan zijn er drie partijen: de biologische ouders, het geadopteerde kind en de adoptieouders. Samen vormen zij de ’adoptiedriehoek’. De kwestie is hoe we de rechten van de kinderen afwegen tegen de rechten van de biologische ouders en de belangen van de adoptieouders. Uitgangspunt daarbij is dat de ontwikkelingsmogelijkheden van adoptiekinderen duidelijk beter zijn dan die van leeftijdgenoten die in het tehuis achterblijven –dat staat wetenschappelijk vast.

Harvard-filosoof John Rawls stelt in zijn ’rechtvaardigheidstheorie’ dat morele keuzes – hier: adoptie of niet– beginnen met de vraag wat we zouden doen als we vooraf niet zouden weten welke rol we in het echte leven zouden hebben (’original position’). In een dergelijk dilemma zou iedereen willen vermijden dat de zwakste partij in een onleefbare situatie belandt. Niemand wil eindigen in de positie van een mishandeld of verwaarloosd kind van wie de ouders hem of haar hebben afgestaan of verlaten, zonder de mogelijkheid van adoptie, zelfs als dat adoptie is buiten de landsgrenzen.

Adoptie is een morele plicht. Natuurlijk moet er geen twijfel bestaan over de werkelijke onmogelijkheid van de biologische ouder(s) om voor het kind te zorgen. De rechten van de biologische ouders mogen niet in gevaar komen, zelfs al zou een kind misschien beter af zijn in een ander gezin. Ook de regels van vraag en aanbod op de ’adoptiemarkt’ mogen geen rol spelen, want dat kan arme ouders ertoe brengen hun kinderen achter te laten.

Zo is ook het Haags Adoptieverdrag opgezet, en dat verdrag moet dan ook nauwgezet nagekomen worden. Volgens het verdrag moet een kind harmonieus kunnen opgroeien in een gezin, in een sfeer van liefde en begrip. Elk land moet zorgen dat kinderen in hun gezin van herkomst kunnen blijven. Internationale adoptie is een laatste redmiddel, als er geen passend gezin gevonden kan worden. Opvoeding in een ’weeshuis’ is geen oplossing.

Wel schiet het Haags Adoptieverdrag tekort, juist op punten die de positie van de biologische ouders raken. Biologische vaders hebben geen rol in het verlenen van toestemming voor adoptie. Ook de positie van biologische ouders die door armoede of ideologie (China) gedwongen hun kind afstaan, is niet sterk.

Jaarlijks worden zo’n 40.000 kinderen interlandelijk geadopteerd (2003). Dat aantal valt nog steeds in het niet bij de miljoenen kinderen in tehuizen, een groeiend aantal. Het is de hoogste prioriteit dat verlating van kinderen zoveel mogelijk voorkomen wordt. Het Adoptieverdrag doet daarvoor geen voorstellen.

Internationale adoptie zou altijd aangeboden moeten worden náást hulp aan arme gezinnen of de ondersteuning van de binnenlandse adoptie of pleegzorg in de landen van herkomst. Diverse adoptieorganisaties zijn deze weg al ingeslagen, waaronder Wereldkinderen, die nu haar directeur ziet vertrekken. Hopelijk laat deze organisatie zich hierdoor niet uit het veld slaan – in het belang van de adoptiekinderen.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />