*

 

Zijn hart kromp al in zijn jeugd

Annemarié van Niekerk − 18/07/09, 00:00

In het slotdeel van zijn driedelige autobiografie zet Coetzee ene Vincent aan het werk om te achterhalen wie de ’overleden’ Coetzee was. Dat blijkt geen eenvoudige opgave.

  • Coetzees jeugd in de desolate Karoo zette een levenslang stempel op zijn persoonlijkheid. (FOTO AP)

In theorie dient een biografie ertoe de mens te vinden die achter het publieke masker van een bekende persoonlijkheid schuil gaat. Maar hoe kom je er achter wélk verhaal over zo iemand de waarheid is? Vandaag de dag wordt immers alom betwijfeld of het mogelijk is een volledig betrouwbaar beeld van een ander mens te geven. Niet dat dat de biografische interesse in de weg staat: vooral in de populaire media leeft die nog altijd even sterk.

Het kan niet anders of de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee is geïntrigeerd door het mijnenveld dat de biografie per definitie is. ’Zomertijd’, het pas verschenen slotdeel van een (auto)biografisch drieluik, spant in dat opzicht de kroon. Vincent, de fictieve biograaf, zet zich aan de levensbeschrijving van de pas overleden (!) auteur Coetzee.

In deze geschiedenis is het vooral de periode 1972-1977 die zijn aandacht heeft. De schrijver werkte toen aan zijn debuutroman ’Schemerlanden’ en woonde samen met zijn vader in een arbeidershuisje in de Kaapse voorstad Tokai. Om een beeld te krijgen van het bestaan dat hij in die tijd leidde, gaat Vincent over de hele wereld op zoek naar getuigen. Hij voert gesprekken met Julia, een getrouwde vrouw met wie Coetzee een verhouding heeft gehad, met zijn lievelingsnichtje Margot, met de Braziliaanse danseres Adriana, die haar dochter naar Coetzee heeft gestuurd voor Engelse les, met oud-collega en vriend Martin, en tenslotte met Sophie, eveneens een voormalige collega.

De ironie wil dat al deze gesprekken veel kennis over de geïnterviewden opleveren, maar weinig over Coetzee. Naarmate Vincent meer lijn in zijn gegevens probeert te brengen en bij zijn informanten aandringt op een verhaal met een kop, een romp en een staart, neemt de chaos toe. Julia zegt hem zelfs dat er niet eens een romp is. Al wat er omtrent Coetzee aan het licht komt is zijn geslotenheid, sociale onhandigheid en geremdheid, plus zijn eigen besef dat tijdens zijn jeugdjaren in de Karoo zijn hart gekrompen is en dat het sindsdien nooit meer goed gekomen is. Volgens Julia ontbrak het ‘deze koude vis’ dan ook volledig aan sexappeal. „Het was alsof hij van hoofd tot voeten met een neutraliserende spray was bespoten, een steriliserende spray.”

Vincent komt weliswaar het een en ander aan de weet over Coetzees even liefdeloze als schuldbeladen verhouding met zijn vader, de vervreemding ten opzichte van zijn familie, zijn taal, zijn geschiedenis, maar de gesprekken daarover werken eerder versluierend dan verhelderend. Op de relatie tussen de tobberige privépersoon Coetzee en de Nobelprijswinnaar van die naam werpen ze geen licht.

De interessantste suggestie komt van Julia, die haar vroegere minnaar een van de vredelievendste mensen vindt die ze kent. Die eigenschap wortelt volgens haar in de omstandigheid dat hij alle gewelddadige impulsen heeft weten te kanaliseren in zijn literaire werk, ‘dat als gevolg daarvan een soort oneindige oefening in catharsis zou worden’.

Naast de gespreksverslagen bevat ‘Zomertijd’ ook ongedateerde dagboekfragmenten van de schrijver en aanvullende aantekeningen over aspecten van zijn persoonlijkheid waarover hij verder wil nadenken. Door de verdubbeling van de zoektocht naar het ware zelf achter het masker raken werkelijkheid en fictie op een ingewikkelde manier met elkaar vervlochten. Vincent is een schepping van Coetzee, die op zijn beurt onderwerp wordt van een gefingeerde biograaf die zonder succes waarheid en verdichting van elkaar probeert te scheiden. Het resultaat is een onontwarbaar kluwen van schijnbaar authentieke verslagen en bedrieglijke speculaties, dat ongetwijfeld bedoeld is om te laten zien dat het onmogelijk is om vat te krijgen op de menselijke psyche.

Tegelijkertijd is deze getrapte en meervoudig gelaagde structuur de enige manier waarop de afstandelijke Coetzee naar zichzelf kan kijken. Je zou hem, bij alle genadeloze kritiek die hij zijn personages over hem laat uitgieten, gemakkelijk het verwijt van narcisme kunnen maken. En misschien is het versluieren van een eventuele waarheid en het moedwillig vergroten van het raadsel Coetzee wel een daad van schaamteloze zelfverheerlijking.

Toch levert deze quasi-autobiografische roman bijna driehonderd pagina’s meeslepende lectuur op. Met Vincent ben je naarstig op zoek naar de man achter de schrijver, totdat je moet ervaren dat een biografie nooit iets anders kan zijn dan een tweeslachtig geheel waarin de schaduwen van de beschreven persoon, diens biograaf en zijn informanten in elkaar overvloeien. Uiteindelijk is de enige winnaar in dit spel met werkelijkheid en fictie Coetzee zelf. In een knappe verdwijntruc weet hij te voorkomen dat hij in een levensbeschrijving wordt gestempeld en geëtiketteerd. En daarmee ontglipt hij niet alleen ons, maar ook zichzelf.

mailIcon print |