Het idee om een buurt of stad zelfvoorzienend te maken krijgt ook in Nederland voet aan de grond. „Wij zijn de realisten van morgen.”
ICT’er Adri Ros heeft een tros rode bessen in zijn handen. „Deze bessen zitten boordevol vitaminen. Sinaasappels uit Spanje en Marokko hebben we niet nodig”, vertelt hij in de moestuin van het Hof van Twello bij Deventer.
In de voormalige paardenstal van de boerderij hielden Ros en een tiental anderen zaterdag een terugkomdag voor mensen die in Nederland bezig zijn met zogeheten ’Transition Towns’. De gedachte achter dit uit het Verenigd Koninkrijk afkomstige concept is om een buurt, wijk of stad zo zelfvoorzienend mogelijk te maken, om niet langer afhankelijk te zijn van aardolie. Dat betekent onder meer: zelf peultjes telen in plaats van groente laten invliegen uit Afrika, zonnepanelen op het dak plaatsen en vaardigheden leren die in onbruik zijn geraakt. Zoals bijvoorbeeld het repareren van kapotte spullen.
Paul Hendriksen uit Deventer is een van de initiatiefnemers van de Transition Towns-beweging in Nederland. Hij raakte in 2004 geïnspireerd tijdens een bezoek aan het Engelse dorp Totnes, de plek waar Rob Hopkins de allereerste Transition Town begon. „Het doel van een Transition Town is om met kleine stapjes een ideaal te verwezenlijken. Dat is dromen met beide voeten op de grond, daarvan krijg ik vlinders in mijn buik”, zegt Hendriksen met twinkelende ogen.
Wereldwijd zijn er inmiddels enkele honderden Transition Towns in oprichting. Het handboek van Rob Hopkins stond vorige zomer in de toptien van meest gelezen boeken onder Britse parlementariƫrs. De Nederlandse vertaling kwam vorige maand uit. Vijftig Nederlanders en Vlamingen werkten er aan mee.
In Nederland kwamen in nog geen jaar tijd veertien particuliere initiatieven van de grond, onder meer in Deventer, Groningen en Amsterdam. Op veertig plaatsen, verspreid over het land, willen anderen er ook mee aan de slag. Maar het kost tijd om mensen te laten wennen aan het idee van ’afkicken’ van de olie. „Dat voelt soms als een spagaat”, erkent Hendriksen. „Volgens analisten is ’piekolie’, het moment vanaf wanneer de wereld elk jaar minder olie zal oppompen, al geweest of is dat moment nabij. De urgentie is dus groot. In Transition Towns willen we samen als gemeenschap optrekken. Je kunt niet even snel iets invoeren. Een fundamentele cultuuromslag heeft tijd nodig.”
Op de bijeenkomst op het Hof van Twello wisselen deelnemers ervaringen uit. „Ik kwam helemaal geïnspireerd terug van de vorige training”, zegt Astrid Merkx uit Eckelrade. „Maar thuis word ik omringd door mensen die liefst zoveel mogelijk naar McDonald’s willen.”
Ook de 21-jarige Anne, samen met haar vriend Elmar (23) op de terugkomdag, merkt dat het lastig is anderen te enthousiasmeren voor het idee achter een Transition Towns. Ze wonen in een kraakpand in een villawijk in Elst en willen niet met achternaam in de krant. „Een vriendin van ons is boerin. Zij vindt de ideeĆ«n van permacultuur, waarbij gewassen door elkaar staan vanwege hun aanvullende eigenschappen, onzin. Als ik haar niet kan overtuigen, hoe moet het dan met anderen?”
Monique Sweep (50) is interim-manager in de zorg. Zij heeft in Bussum acht medestanders gevonden. Vorige week, op een lokale duurzaamheidsmarkt, hebben ze auto’s dusdanig aangepast dat ze zuiniger rijden – door de bandenspanning te controleren. Binnenkort vertonen ze met het filmhuis een reeks films over klimaatverandering en piekolie.
Gaan de Transition Towns ook echt een verandering teweegbrengen, of blijft het bij mooie dromen? Hendriksen: „De mensen die blijven vasthouden aan het idee van groei in een wereld met eindige voorraden, zijn luchtfietsers. Mensen die nu over die toekomst willen nadenken, zijn de realisten van morgen.”
De volgende Transition Town-training, die in augustus wordt georganiseerd, is al bijna volgeboekt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.