*

 

Zonder krant geen nieuws

Otto Scholten en Nel Ruigrok, onderzoekers bij de Nederlandse Nieuwsmonitor − 27/06/09, 00:00

Internet is populair als nieuwsbron, maar haalt zelf het nieuws vooral uit de krant. Als de kranten verdwijnen, is er op internet ook niets meer aan.

  • Dalende oplagen en minder advertenties. (Werry Crone/Trouw)

Na presentatie van het verslag van de commissie-Brinkman ging het debat meteen over één klein onderdeel van het advies namelijk de nieuwsheffing op internet. ’Tegen’ was de allesoverheersende reactie. Minister Plasterk was daarin al voorgegaan.

Alle commotie ten spijt, is de heffing slechts bijzaak. Waar het echt om gaat, is of onze samenleving kans ziet om op de langere termijn een journalistieke infrastructuur in stand te houden die een kwalitatief hoogwaardige en pluriforme nieuwsvoorziening garandeert.

De dagbladsector heeft – de gratis dagbladen uitgezonderd – al een aantal jaren te maken met dalende oplagen en een zwakker wordende positie op de advertentiemarkt. Vooral jongeren laten de betaalde krant vaak links liggen. De commissieBrinkman stelt vast dat in de leeftijdsgroep 18-34 jaar een derde betaalt voor een krant tegen meer dan twee derde in de leeftijdsgroep 55+.

Uit een recent onderzoek van Ruigrok|Netpanel komt eenzelfde beeld naar voren. De vraag wat de belangrijkste informatiebron is, beantwoordt 32 procent van de 18- tot 34-jarigen met ’Nederlandse websites’ (krant: 16 procent). In de leeftijdsgroep 55+ liggen de verhoudingen precies andersom: 11 procent voor ’Nederlandse websites’ en 31 procent voor ’krant’. De vooruitzichten voor dagbladen zijn niet best: de kans dat jonge lezers de wegvallende oudere lezers zullen vervangen, is klein. Mensen blijven vooral de media gebruiken waarmee ze zijn opgegroeid. In het zwartste scenario is er ruimte voor slechts enkele kranten, de rest verdwijnt bij gebrek aan economisch draagvlak.

Is dat erg? In de loop der eeuwen zijn immers wel meer media uitgestorven zonder dat de samenleving daar nadeel van ondervond. Telex, bioscoopjournaals, rondreizende troubadours – ze spelen geen enkele rol meer in de nieuwsvoorziening. Toch is dit al te laconiek.

Wat dreigt te verdwijnen is het model van een (deels) door burgers direct betaalde nieuwsvoorziening. Publieke televisie wordt gefinancierd uit belastinggeld, commerciële televisie uit reclame en sponsoring. Voor internet en gratis kranten hoeven consumenten evenmin in de buidel te tasten, reclame moet daar voldoende geld in het laatje brengen.

Hierdoor krijgt de burger het idee dat nieuws gratis is. Een tragisch misverstand. Kwalitatief hoogwaardige nieuwsgaring en -productie is een arbeidsintensief en daardoor duur proces. Dagbladen zijn in dat geheel (vooralsnog) niet weg te denken. Zij zijn van groot belang voor de publieke agenda, leveren analyse en opinie en bieden een platform voor publiek debat. Deze rol kan door televisie noch door internet worden overgenomen.

Qua omvang, breedte en diepgang kan televisie niet hetzelfde bieden als de dagbladen. Gratis dagbladen, internetsites en blogs hebben de afgelopen jaren laten zien dat ze de agenderende functie van dagbladen (deels) hebben overgenomen met hun nieuwsaanbod.

De internetsites doen echter, net als de gratis kranten, zelf nauwelijks onderzoek. Het valt ook niet te verwachten dat advertentie-inkomsten de kosten van onderzoeksjournalistiek kunnen dekken. Blogs doen soms wel aan onderzoeksjournalistiek, maar dat is vrijwilligerswerk en biedt daarom onvoldoende garantie voor continuïteit en (soms) ook voor kwaliteit.

De functie van de krant kan dus moeilijk door andere media overgenomen worden: bijdragen aan burgerschap. Gedegen informatie is immers essentieel voor betrokkenheid en participatie in een democratie. Een gebrek aan informatie leidt in onze samenleving tot vervreemding van elkaar en tot een steeds groter wordende kloof tussen burger en politiek. Maar willen wij ons nog wel overgeven aan verantwoord burgerschap, zeker wanneer dit geld kost?

De commissie-Brinkman zoekt de oplossing in een aantal maatregelen die twee doelen dienen. Kostenbesparing voor dagbladen en het ontstaan van een zo eerlijk mogelijk speelveld. Zo ontstaat tijd en ruimte voor de dagbladsector om een nieuw verdienmodel te ontwikkelen waarin niet alleen de papieren krant maar ook internet moeten bijdragen aan de inkomsten.

De commissie pleit voor vergaande samenwerking tussen de publieke omroep(en) en gedrukte media, het (eindelijk) vrijgeven van de programmagegevens van de publieke omroep en het gratis beschikbaar stellen van nieuwe technologische toepassingen binnen de publieke omroep (internet). Dit alles vanuit de overweging dat wat met belastinggeld is verzameld en ontwikkeld, beschikbaar moet zijn voor iedereen.

Dat zijn verstandige voorstellen die het verdienen snel beleid te worden. Op een punt toont de commissie zich terughoudend: verder dan pleiten voor een onderzoek naar de gevolgen van afschaffing van de Ster-reclame gaat Brinkman cum suis niet, omdat de gederfde reclame-inkomsten eerder ten goede zullen komen aan de commerciële zenders dan aan de dagbladsector.

Blijft over de vraag of en hoe de burger bereid zal zijn en blijven een goede en betrouwbare nieuwsvoorziening op waarde te schatten.

En wat betreft de nieuwsheffing op internet: die komt er niet, want de minister wil niet de man zijn van de ’Plasterk-heffing’.

mailIcon print |