China en India deden opvallende toezeggingen in de wereldwijde klimaatonderhandelingen. Waarom zijn deze opkomende landen ineens bereid mee te denken over een oplossing voor het klimaatprobleem?
Een historisch moment, zo wordt de toespraak van de Chinese president Hu Jintao bij de VN-klimaatconferentie door commentatoren, politici en zelfs milieuorganisaties omschreven. Want China dat altijd dwarsligt bij klimaatonderhandelingen, zegt voor het eerst bereid te zijn broeikasgassen terug te dringen om opwarming van de aarde tegen te gaan.
Die belofte was ook historisch omdat ze werd gedaan door het staatshoofd op een conferentie met de hoogste wereldleiders. Dat is niet iets dat China vaak doet doet. China staat er om bekend al zijn diplomatieke en economische zaken achter de schermen af te handelen. Of het nu gaat om het aanhalen van de banden met omstreden Afrikaanse landen die olie exporteren naar China, of gesprekken met Europese staatshoofden over mensenrechten. Achter de schermen, vinden de Chinezen doorgaans, kan meer bereikt worden dan door discussies in het openbaar met alle media-aandacht die daar bij komt kijken.
Voor China is de discussie over broeikasgassen gevoelig. Want het land stoot wereldwijd de meeste CO2 uit. Nog maar drie maanden geleden, tijdens een bijeenkomst van de acht grote industrielanden, wensten China en India daarop niet eens aangesproken te worden. Laat staan dat ze toezeggingen deden in de klimaatonderhandelingen. Het bekende argument werd van stal gehaald: de geïndustrialiseerde landen, de VS en Europa voorop, hebben de klimaatproblemen veroorzaakt en hebben daarom de plicht hun broeikasgassen als eerste terug te dringen. Zolang de VS geen getallen zouden noemen voor het inperking van broeikasgassen, waren China noch India bereid mee te denken.
Sindsdien is er weinig veranderd. Hoewel president Obama met veel passie op de VN klimaattop uitlegde waarom we nú een oplossing moeten vinden voor het klimaatprobleem, kwam hij niet met concrete voorstellen. De vraag blijft waarom China en, in mindere mate, India vlak voor de klimaattop in Kopenhagen, een draai van 180 graden maken?
„Het is niet ineens. Het is een strategisch gekozen moment”, zegt Taco van Someren. Hij is hoogleraar duurzaamheid aan Nyenrode Universiteit en was gasthoogleraar duurzaamheid en strategische innovatie aan de Beijing Normal University in Peking. Daarnaast adviseert Van Someren bedrijven die in China actief willen worden op het gebied van duurzame technologie.
„Het oppoetsen van het imago van China speelt een rol’’, zegt Van Someren. „Op internationaal niveau is het land vaak op de vingers getikt, denk aan kwesties met mensenrechten. Nu wil China laten zien dat het een voortrekkersrol kan spelen in een zeer belangrijk internationaal dossier.”
'Waarom nu en niet drie maanden geleden? „Nu zijn alle ogen gericht op Kopenhagen. En China ziet dat Europa op het gebied van klimaat verdeeld is en dat de Verenigde Staten verzwakt zijn. In economisch onzekere tijden zullen belangengroepen, met de industrie voorop, in de VS nog minder snel milieuconcessies doen. Dat maakt het voor Obama lastig om de Senaat ervan te overtuigen dat ook de Verenigde Staten hun broeikasgassen moeten terugdringen.”
China, dat op een berg geld zit en geen politieke meningsverschillen laat blijken, grijpt zijn kans. Niet alleen in het klimaatdossier, ook op internationaal economisch terrein. De voorstellen van China over eerlijker stemverhoudingen binnen IMF en Wereldbank, waar opkomende landen meer te zeggen moeten krijgen, zijn daar voorbeelden van.
„De Chinezen doen nooit iets als ze er niet voor 300 procent achter staan”, zegt Van Someren. „Een bekend Chinees gezegde luidt: ‘ga nooit de strijd aan als je hem niet kunt winnen’. De Chinezen weten dat ze met duurzaamheid nu kunnen scoren.”
Met dezelfde snelheid als waarmee China zich de afgelopen jaren ontwikkeld heeft als een van de grootste economieƫn ter wereld, investeert het land nu in duurzame energie en technologie. Doel: het imago van grootvervuiler wegpoetsen. De komende tien jaar gaat China 400 tot 600 miljard dollar investeren in duurzame energie, schrijft het nieuwe vijfjarenplan voor. Daarmee heeft China wereldwijd het groenste stimuleringspakket ingevoerd vanwege de crisis.
Met zonne-energie loopt China al voorop. Nu nog wordt het grootste gedeelte (95 procent) van de zonnepanelen geƫxporteerd, maar Van Someren verwacht dat binnen afzienbare tijd de binnenlandse vraag naar zonnepanelen zal toenemen. Een overheidscampagne voor heet water uit zonne-energie moet daaraan bijdrage.
Windenergie is ook zo’n groeimarkt. In afgelopen vier jaar is de capaciteit van windenergie ieder jaar verdubbeld. Chinese windturbinemakers hebben al een marktaandeel van 50 procent op hun binnenlandse windenergiemarkt. Eenderde van de kernenergie-centrales wereldwijd wordt gebouwd in China. Ook met elektrische auto’s, schone kolen en led-verlichting loopt China voorop. Met deze technieken worden complete steden uit de grond gestampt die duurzaam worden ingericht, zeggen de Chinezen.
Ook verruilt de Chinese regering op grote schaal vieze brommers, waarvan wemelt het in de steden, voor elektrische scooters.
Een enorme dadendrang gaat schuil achter al deze campagnes. „China wil nummer 1 in de wereld worden op het gebied van duurzaamheid. Dat pakt het land voortvarend aan”, zegt Van Someren.
China loopt ook tegen een noodzaak aan om te verduurzamen, blijkt uit een vorige week gepubliceerd rapport, China, Copenhagen and Beyond van het Nederlandse onderzoeksinstituut Clingendael. De Chinese CO2-uitstoot is in rap tempo toegenomen, tussen 2000 en 2006 met maar liefst 80 procent. Onderzoekers verwachten dat de uitstoot van broeikasgassen tot 2030 nog eens zal verdubbelen als de economie in hetzelfde tempo blijft groeien. Nog steeds is China voor 70 procent afhankelijk van energie uit vieze kolen. Twee tot drie kolencentrales per week worden er gebouwd om aan die afhankelijkheid tegemoet te komen.
In het rapport wordt uiteen gezet dat China ook baat heeft bij een duurzame ontwikkeling, onder meer doordat kolen op lange termijn het milieu op desastreuze wijze zullen schaden.
Hoewel China lange tijd economische groei belangrijker vond dan het milieu, komen er in het land protestbewegingen van de grond die zich daartegen verzetten. De luchtvervuiling is in veel gebieden in China een nijpend gezondheidsprobleem geworden. In sommige steden worden bewoners gedwongen een mondkapje te dragen vanwege de smog.
Bovendien wenst China op lange termijn niet volledig afhankelijk te worden van buitenlandse olievoorraden. De Chinese olieconsumptie bestaat voor de helft uit importen, onder meer uit Afrika. Die afhankelijkheid zal alleen maar toenemen als China niet meer inzet op energiebesparingen, duurzame energiebronnen en elektrisch vervoer.
Volgens Saleemul Huq van het International Institute for Environment and Development (IIED) in Londen zijn het milieuprobleem en de afhankelijkheid van olie de enige redenen voor Hu om nu aan te kondigen mee te willen werken op de klimaattop in Kopenhagen.
„China en in mindere mate India zijn de grootste vervuilers ter wereld. Dat weten ze en ze weten ook dat de situatie van nu onhoudbaar is voor de toekomst. Dat heeft verder niets te maken met een voortrekkersrol die beide landen willen spelen.”
India, een economie die zich zeer snel ontwikkeld heeft, heeft al last van klimaatverandering. De droogte die op dit moment de oogsten in het land aantast, is daar een voorbeeld van. Die droogte wordt volgens deskundigen vooral veroorzaakt door opwarming van de aarde.
Ruim 60 procent van de Indiase bevolking werkt in de landbouw, een van de redenen waarom volgens Huq ook India toezeggingen heeft gedaan in het klimaatdossier. Ook dit land investeert, hoewel met minder grote bedragen dan China, in duurzame technologie. Vooral zonne-energie is populair.
Dus deed ook de op vier na grootste vervuiler ter wereld toezeggingen om de CO2-uitstoot in eigen land onder de loep te nemen. Jairam Ramesh, de Indiase minister voor milieu, zei te willen kijken naar wetgeving in eigen land om broeikasgassen terug te dringen en hij wil meer inzetten op duurzame vormen van energie. Maar Ramesh hield meer slagen om de arm dan de Chinese president Hu. „Het is geen belofte aan de wereldgemeenschap.” Zo wil Ramesh dat hij buigt voor de Verenigde Staten en Europa.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.