weblog Dit is ‘m dan, de derde dinsdag. Ik was die mevrouw met dat zwarte haar (en een draadje grijs) die geen hoed droeg. U dacht nog: nou die durft! Maar zo is het protocol, ik mag helemaal geen hoed op.
De gastvrouw draagt geen hoed. Er is misschien ooit, bij een welkomst-buiging, een aanvaring is geweest tussen twee hoeden. Zo ontstaan die dingen. U begrijpt, dit verzin ik zelf.
Er is eigenlijk geen tijd om dit weblog te schrijven, maar wel veel tijd om na te denken. Want verrassingen zijn vandaag uitgesloten. Ik hoef niet in de gaten te houden of de Koningin over haar spreektijd heen gaat. De leiding van deze gemeenschappelijke vergadering is in handen van de voorzitter van de Eerste Kamer. Ik ben vandaag voorzitter van de zogenaamde commissie van in- en uitgeleide.
Terwijl ik luister naar de Koningin dwalen mijn gedachten even af. Goed van haar dat ze blijft wie ze is, denk ik. Iedereen met autoriteit wordt aangetast door het doemaargewoon-virus. Nou nee dat is te negatief. We leven in de tijd van de emancipatie van de leek. Iedereen heeft toegang tot alle kennis. Wie zich niet lekker voelt, kijkt eerst op internet voor hij naar de dokter gaat. De patiƫnt overlegt nu met de dokter. Vroeger was de dokter de raadsman van de familie, ook in niet-medische kwesties. Verleden tijd. Iedereen heeft ingeleverd aan aanzien en noem het uitstraling. Behalve de Koningin. Kamerleden en ministers zijn allemaal gekrompen in publiek aanzien. Alleen de Koningin niet. Ik kijk naar haar en vraag mij af hoe zij dat doet.
Na het “leve de Koningin” door de voorzitter van de Eerste Kamer lijkt het hoera, hoera, hoera iets luider te klinken dan vorig jaar. De gebeurtenissen van 30 april liggen nog vers in het geheugen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.