*

 

Watertekort in Irak

Judit Neurink − 01/09/09, 00:00

Het vruchtbare land tussen Eufraat en Tigris verdroogt door afdamming van rivieren en regengebrek. In Irak vertrekken boeren naar de steden. Slot van een tweeluik.

  • (Trouw)
  • Een Iraakse boer en zijn vrouw op hun verdroogde land. (FOTO AP)

„Irak beleeft de grootste watercrisis uit zijn geschiedenis.” De Iraakse parlementariër Mohamed Khalef al-Jiboeri windt er geen doekjes om. Het historische, vruchtbare land tussen Eufraat en Tigris verzilt en verdroogt. Boeren raken hun werk kwijt en trekken naar de steden.

Wie van Doekan naar Rania rijdt, in het Koerdische noorden van Irak, verwacht een glanzende watervlakte te zien. De brede Kleine Zab voedt het stuwmeer van Doekan, en het achterland tot aan Kirkoek. Maar de rivier is tegenwoordig niet breder dan een stroompje, de uiterwaarden zijn zanderig en kurkdroog. Het zelfde beeld is te zien naar het zuiden, waar de rivier de Sirwan het meer van Derbandigan voedt. De rivier ligt het grootste deel van het jaar droog.

„Het is een oud, en een nieuw probleem”, zegt Al-Jiboeri, die lid is van de agrarische commissie van het Iraakse parlement. Het oude probleem is het politieke, zegt hij: de Eufraat en Tigris en de rivieren die ze voeden, stromen door Turkije, Iran en Syrië, en die houden zich niet aan verdragen. „Turkije eiste op de laatste conferentie zelfs geld. Het wil water net zo behandelen als olie. Het gebruikt dat om Irak politiek in de hoek te drukken.”

De Iraakse overheid noemde vorige zomer al de slechtste in zeventig jaar; dit jaar is nog erger. Dat komt, zegt de parlementariër, omdat de bouw van dammen in Turkije en Iran de toevoer van water naar het zuiden van Irak ernstig heeft verminderd. Via de Eufraat komt nog maar 250 kubieke meter water per seconde het land in, nog niet de helft van vroeger.

Boeren verlaten de dorpen en trekken naar de steden. De steden weten zich geen raad met deze ontheemden, er is geen werk voor ze, geen sociaal vangnet. Daarom wil de parlementscommissie allereerst de boeren helpen met het slaan van nieuwe putten en de aankoop van irrigatie-apparatuur, vertelt Al-Jiboeri.

„Zodat ze niet ten onder gaan voordat oplossingen voor de langere termijn zijn doorgevoerd.”

Want, zegt de parlementariër, Irak bevindt zich in een overgangsfase waarin de belangrijkste beslissingen worden uitgesteld. „We hebben goed watermanagement nodig. Er moeten waterreservoirs komen, nieuwe dammen worden gebouwd, ondergrondse watervoorraden aangeboord irrigatieprojecten opgezet.”

En dan is het nog de vraag of boeren als ze een inkomen in een stad hebben weten te vinden en hun kinderen naar school gaan, nog overgehaald kunnen worden naar huis terug te keren. Ervaringen in Iraaks Koerdistan stemmen somber. Daar zijn dorpen die Saddam in de jaren tachtig en negentig vernietigde deels herbouwd, zonder dat de bewoners willen terugkeren. „Je kunt niemand dwingen”, stelt Al-Jiboeri vast, „je kunt ze alleen proberen te verleiden met een goede infrastructuur, ziekenhuizen in de buurt, goedkope brandstof, water en elektriciteit. Je moet zorgen dat de producten die ze verbouwen genoeg opleveren. Nu is de concurrentie van gesubsidieerde exportproducten uit Syrië, Turkije en Iran veel te groot.”

Zijn conclusie is dat een deel van de schade niet meer ongedaan te maken is. Zo is het wassen van de verzilte grond een dure klus. Er moeten watermanagementsprojecten worden opgezet, en dat kost tijd. Oplossingen liggen deels buiten Irak, stelt hij vast. „Ik hoop dat de internationale gemeenschap bereid is ons te helpen. Er is allereerst druk nodig op Turkije. Wellicht dat onze gemeenschappelijke vrienden in de VS en Europa een dialoog kunnen stimuleren.”

mailIcon print |