*

 

Erkend talent

Rob Schouten − 29/06/09, 00:00

Georg-Philipp Telemann. Karl Ditters von Dittersdorf. Namen die me de laatste dagen geregeld door het hoofd schieten. Van componisten die in hun tijd beroemder waren dan respectievelijk Bach en Mozart, van wie wij inmiddels de voornamen niet eens meer hoeven te memoreren.

Van wie zou Michael Jackson eigenlijk de Telemann of Dittersdorf zijn? Welk miskend of verguisd talent zal straks in zijn eigen tijd volkomen overschaduwd blijken te zijn geweest door zangers als Jackson, maar op den duur bekend komen te staan als de beste en grootste die onze epoche te bieden had? Of is de tijd van miskend talent voorbij, zijn media en publieke smaak inmiddels zulke precisie-instrumenten geworden dat we feilloos kunnen aanwijzen wie groot is en wie minder groot?

Michael Jackson, ’the King of Pop’. Míjn muziek was het nooit zo maar dat hoeft ook niet, sommige verschijnselen hoeven je niet te boeien om je toch te begeleiden en te vormen. Zo ken ik heus al die nummers wel, die ze de laatste dagen onvermoeibaar draaien, het was ook in mijn jonge en wat oudere jaren het muzikaal behang. En toen wij onze eerste videorecorder kochten kregen we er een gratis bandje van ’Thriller’ bij, waar we naar zaten te kijken als de eerste bioscoopbezoekers naar de stoomtrein die de zaal inreed, als de eerste televisiekijkers naar het zwart-witte scherm met Pipo en De duivelsgrot.

Misschien klopt de roem en dan nu de rouw die Michael Jackson ten deel valt, inmiddels wel. In elk geval lijkt hij voor een publiekslieveling de juiste ingrediĆ«nten te hebben ingebracht. Mooi en beroemd zijn, maar vervolgens ook tragisch en mislukt. Wat ons in iconen aantrekt: de opkomst maar daarna vooral de ondergang. Elvis. Prinses Diana. Je kunnen vergapen aan hun leven en dan zien hoe miserabel het ondanks alles eindigt. Het memento mori van onze tijd. Het onbegrijpelijke virus dat kennelijk met wereldwijde uitstraling gepaard moet gaan. In zijn geval de transformatie van mooi mens (ik heb nog nooit zoveel vrouwen horen roepen wat voor knappe jongen ’ie vroeger was) tot vreemd verschijnsel. Het krimpen van de neus, de papierwording van de huid. We stonden er allemaal bij en keken ernaar.

Die almaar gekker wordende koning die met kleine kinderen en met chimpansees wilde slapen. Het fenomeen van de ’Moonwalk’ dat zijn kinderen maskers voorbond opdat ze niet gekidnapt zouden worden. Ik denk dat een deel van de massale rouw ook een gevoel van opluchting betreft, dat wijzelf niet zo hoefden te zijn. Dat roem en rijkdom toch niet echt tellen, maar dat we nu weer wel op zoek moeten gaan naar een nieuwe koning die ons dat leert.

Ik hoor dat Michael Jackson in z’n jeugd geslagen werd en misbruikt is, dat-ie een vreselijke vader had. Dat-ie zich liet omringen door allemaal foute figuren. Dat willen we horen. Alsof hij het bij ons beter had gehad. En wie weet, ik had hem vast voorgelezen uit Montaigne’s ’Over de roem’ waarin deze de ijdelheid van de roem gispt, ons aanbeveelt om onzichtbaar te leven en wijs mompelt: ’Ik wil rijk van mijzelf zijn, niet door lening op onderpand.’

mailIcon print |