*

 

Geen kind aan de kant. Hoe doe je dat?

Cyntha van Gorp − 25/08/09, 00:00

Ouders en leraren voelen zich gepasseerd bij de invoering van passend onderwijs voor kinderen met een beperking. Staatssecretaris Dijksma gebruikt het zomerreces om ’het proces te heroverwegen’. Waar dat op uit draait, weet alleen zij.

  • (Trouw)
  • Voor ieder kind het onderwijs dat bij hem of haar past, daar kan niemand tegen zijn. Maar ouders en leraren vrezen dat de praktijk weerbarstig is en kinderen die extra zorg nodig hebben, die ondanks goede voornemens niet zullen krijgen. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

’Ik wil niet over tien jaar worden gehoord door een commissie van uw opvolgers die mij vraagt waarom ik destijds niet heb geluisterd en gehandeld naar de geluiden uit het veld”, zei staatssecretaris Sharon Dijksma, verantwoordelijk voor de invoering van passend onderwijs, vlak voor het zomerreces tegen de Tweede Kamer. De PvdA-bewindsvrouw doelde daarmee op de commissie-Dijsselbloem, die vorig jaar een vernietigend oordeel velde over de onderwijsvernieuwingen van de jaren negentig.

Drie dagen eerder liet ze het parlement weten dat ze het zomerreces ging gebruiken om ’het proces van het passend onderwijs te heroverwegen’. Ondanks haar eerdere voornemens besloot ze toch de regie naar zich toe trekken. Daarbij staat de onderwijsvernieuwing zelf niet ter discussie, wel de manier waarop die wordt ingevoerd.

Momenteel starten én eindigen zo’n achthonderd kinderen het nieuwe schooljaar thuis op de bank, omdat geen enkele school ze wil of kan aannemen. Gedurende het jaar verdwijnt een aantal van hen van de wachtlijst, maar er komen er ook twee- tot drieduizend bij.

Staatssecretaris Dijksma wil van die praktijken af. Doel van passend onderwijs is dat elk kind het onderwijs krijgt dat het beste bij zijn talenten en beperkingen past. Dit kan in het speciaal onderwijs zijn, maar ook – met extra ondersteuning – in het reguliere onderwijs. Kinderen met een handicap of beperking simpelweg doorsturen naar de volgende school? Wat Dijksma betreft komen schoolbesturen er niet langer mee weg. Ze wil – in jargon – een ’sluitende infrastructuur van regionale netwerken’, waarin afspraken worden gemaakt zodat er voor elk kind een passend onderwijsaanbod beschikbaar is.

Het klinkt als een oplossing waar niemand tegen kan zijn; desondanks is er gemor van alle kanten. Ouders en leraren voelen zich gepasseerd bij de invoering. Een door Dijksma zelf ingestelde evaluatiecommissie bevestigt dat beeld. Passend onderwijs is vooral een zaak van beleidsmakers, bestuurders, managers en door hen ingehuurde adviseurs, concludeerde ze half juni in een tussentijds rapport. Ouders worden onvoldoende betrokken, leraren gelden als probleem, doelstellingen blijven steken in wensen als ’het kind centraal’ en ’geen kind tussen wal en schip’, en invoering per 2011 is ’bijna onmogelijk’. En dat kwam hard aan, nog geen maand nadat de Onderwijsinspectie de noodklok had geluid: ’Wij zijn er niet klaar voor’.

In de Kamer is de SP de grootste tegenstander van de onderwijsvernieuwing. „Elk kind naar school, geen enkel kind thuis, dat is natuurlijk prachtig. Zo kun je niet tegen passend onderwijs zijn. Wat wil de SP dan? Onpassend onderwijs? Nee, natuurlijk niet”, zegt SP-Kamerlid Manja Smits fel. „Uit onze enquête blijkt dat slechts één op de vier leraren denkt dat hij aan zorgleerlingen onderwijs van voldoende kwaliteit kan bieden. Zorgwekkend.”

De grootste oppositiepartij was nooit een warm pleitbezorger van het passend onderwijs. In geval van minder bureaucratie, lagere werkdruk, kleinere klassen, meer handen in de klas en scholing, zou de partij er wel heil in zien, maar nu is het niets meer dan een regelrechte bezuiniging op het speciaal onderwijs, stelt Smits. Ze zwaait met het A4’tje Kamervragen dat ze vorig jaar bij de staatssecretaris indiende.

’Meer leerlingen opvangen binnen het reguliere onderwijs kan de voortdurende groei van het (voortgezet) speciaal onderwijs afremmen, zodat er geen wachtlijsten meer ontstaan. Het speciaal onderwijs blijft dan in voldoende mate beschikbaar voor die leerlingen die dat echt nodig hebben’, citeert ze Dijksma en concludeert: „De enige plek waar passend onderwijs past, is op de begroting van het kabinet, want in de klas wordt het een rotzooi.”

Kathleen Ferrier, woordvoerder van het CDA, is eveneens bezorgd, maar stoppen is voor haar fractie geen optie. Niet eerlijk tegenover de mensen die veel moeite deden en initiatieven namen die wél goed zijn gegaan. „Zoals in Eemland, waar het ook niet eenvoudig was, maar wel is gebeurd.”

„Wat voor mij voorop staat is dat ouders betrokken zijn”, benadrukt ze. Ze doelt op de ouderorganisaties die zich begin juli hebben teruggetrokken uit het overleg tussen Dijksma en het veld. Volgens het Platform VG, de belangenbehartiger van mensen met een verstandelijke beperking, hun ouders en verwanten, heeft het ministerie van onderwijs sinds het rapport van de evaluatiecommissie slechts een keer met de ouderorganisaties gesproken. „De boodschap was: laat de regio’s het oplossen”, zei directeur Wim Drooger destijds in Trouw. „Daar hebben we weinig vertrouwen in. Ook in het overleg in de regio’s worden we slechts gedoogd.”

Reden voor het CDA om Kamervragen te stellen. Maar de antwoorden stelden niet gerust, zegt vragensteller Jack Biskop. „De ouderorganisaties trekken zich terug en wat zegt Dijksma? ’Ja maar ik heb ze wel uitgenodigd’. Dat is natuurlijk geen antwoord”, vindt hij.

Een woordvoerder van de bewindsvrouw laat weten niets over de stand van zaken te kunnen zeggen. „De heroverweging is in volle gang. Het gaat daarbij over vragen als hoe moet het passend onderwijs worden ingevoerd, wanneer en wie heeft welke rol hierin.” Het wachten is op de verlossende brief in september.

mailIcon print |