*

 

Waar ben je nu mee bezig?

Peter Dekkers − 20/06/09, 00:00

opinie Een week geleden hield mijn nagelnieuwe iPhone er ineens mee op. Zomaar. Er verschenen wat cryptische mededelingen op het schermpje waar ik de crux niet van begreep, maar het was wel duidelijk dat de hele boel geblokkeerd was.

Ik toog naar de winkel waar ik het apparaat, samen met een abonnement, onlangs had aangeschaft. Een paar swingende laat-pubers achter de toonbank ontfermden zich over het apparaat, mompelden iets over ’resetten’ en ’updaten’ en plugden het ding met gespeelde achteloosheid aan een computer.

Na wat routineus geschuif en geklik met de muis, waarbij hoofdzakelijk glazig naar het straatbeeld buiten werd gestaard, klonken de opmerkingen ’hé... waarom....’ en ’shit man’.

Waarmee duidelijk was dat het probleem niet ter plekke kon worden opgelost en dat de phone terug moest naar de leverancier.

Inmiddels heb ik, na tien werkdagen, een nieuwe iPhone gekregen; de oude was kennelijk niet meer te repareren. Een nette oplossing van het probleem, al ben ik een kleine twee weken verstoken geweest van het elektronische kleinood.

En het gekke was: ik heb hem niet eens echt gemist, mijn iPhone. Ik heb een antiek mobieltje uit mijn dressoir tevoorschijn getrokken, waarmee ik in elk geval bereikbaar was. Eigenlijk net zo bereikbaar als met mijn iPhone. Ik kon bellen en gebeld worden. Ik kon ook sms’jes ontvangen en sturen.

Al doe ik dat laatste zelden, omdat mijn liefde voor de Nederlandse taal mij daarbij noopt ergens te gaan zitten, mijn leesbril uit een diepe zak op te graven en een kwartier uit te trekken om een paar fatsoenlijke volzinnen in het minuscule beeldschermpje te toetsen. Teveel gedoe. Ik bel liever even.

Ik zou met mijn iPhone nog veel bereikbaarder kunnen zijn. Door bijvoorbeeld te gaan twitteren. De basisvraag van de dienst ’Twitter’, waarover de dagbladen hele pagina’s volschrijven, schijnt te zijn „Waar ben je nu mee bezig?” Ik heb dan de neiging te antwoorden „Dat gaat je geen sodemieter aan, ga een ander in zijn nek staan hijgen.”

Als ik het wezen van mijn vrienden en kennissen inschat, zal het hen worst wezen om te weten wanneer ik wakker word, wanneer ik mijn koffie zet, wanneer en vooral hoe lang ik de stapel auto-tijdschriften raadpleeg op mijn toilet, wanneer ik op mijn fiets stap en wanneer ik op mijn werk aankom, of daar weer vertrek.

Het leven kent al vele verantwoordelijkheden. Vrijwillige, maar vooral ook veel onvrijwillige. Ik kijk wel uit om daar nog een onvrijwillige aan toe te voegen, door me 24/7 verantwoordelijk te moeten voelen anderen op de hoogte te houden van handelingen die slechts de kleinheid van het bestaan uitvergroten.

Bereikbaar zijn. Het is zo vanzelfsprekend geworden dat welhaast niemand meer de weldadige werking van het onbereikbaar zijn nog kent. Onbereikbaar zijn, dat kan je alleen de kop kosten als je bijvoorbeeld partijvoorzitter bent en drie weken lang door Toscane fietst terwijl hier te lande de pleuris is uitgebroken.

Toch bloeit de internet-dienst Twitter momenteel (hoe lang nog?) omdat sommige gebruikers groot nieuws als eerste melden. Zoals de Amerikaan Janis Krums, die op 15 januari vanuit New York als eerste via Twitter meldde dat er een vliegtuig was geland pal naast de veerboot waar hij op voer. Dat was groot nieuws. Maar ik zie mijzelf niet eindeloos heen en weer varen op het IJ in de hoop ook ooit eens zulk nieuws als eerste via Twitter te kunnen melden.

mailIcon print |