*

 

Kamer wil oorspronkelijke plek

Cyntha van Gorp − 17/06/09, 00:00

De standvastigheid van minister Plasterk over de locatie van het Nationaal Historisch Museum brokkelt af. Vandaag is de Kamer aan zet.

  • Minister Plasterk ziet het Nationaal Historisch Museum (NHM) het liefst verrijzen in het centrum van Arnhem, naast de John Frostbrug. Volgens de Tweede Kamer was dat niet de afspraak: het NHM zou naast het Openluchtmuseum komen. (FOTO JAN DE VRIES)

Zijn voorkeur gaat uit naar een Nationaal Historisch Museum (NHM) naast de John Frostbrug in het centrum van Arnhem, maar eigenlijk vindt cultuurminister Plasterk de locatie naast het Openluchtmuseum (NOM) in het noorden van de Gelderse hoofdstad ook prima. Zo schreef de bewindsman maandagavond in een brief naar de Tweede Kamer.

Enkele uren later, als hij de media te woord staat, zegt Plasterk te hopen dat hij de Kamer kan overtuigen van de locatie naast de Rijn, zoals het museum zelf ook wil. Maar: „Ik denk dat de werkelijkheid is dat je niet een Nationaal Historisch Museum bouwt op een plek waarvan de Tweede Kamer zegt: ’Dat heb ik liever niet’.”

Een opvallende opmerking voor een minister die half mei tijdens een spoeddebat nog stellig beweerde dat hij niet van plan was een andere locatie voor het NHM te overwegen. De bewindsman was met spoed door de Kamer opgetrommeld, nadat deze had ontdekt dat het NHM van plan was zich in het centrum van Arnhem te vestigen. Dat was niet de afspraak, riepen Kamerleden om het hardst. Het museum zou naast het Nationaal Openluchtmuseum komen, zodat de beide musea nauw konden samenwerken.

Een poging van Plasterk om de gemoederen te sussen, liep op weinig uit. Aanvankelijk schrok hijzelf ook van de ’verhuizing’, zo gaf hij toe, maar de museumdirectie wist hem te enthousiasmeren voor de nieuwe plannen. Niet alleen is de locatie naast de brug een historische plek uit de Slag om Arnhem, ook is het op loopafstand van het station en is een goede samenwerking met het Openluchtmuseum nog steeds mogelijk. Plasterk stelde de Kamer gerust: als de woordvoerders zelf met de directie zouden gaan praten, zouden ze ook overtuigd raken.

Dat bleek te optimistisch gedacht, want de hoorzitting bleek enkel een bevestiging van datgene waarvoor de Kamer al vreesde: de verhouding tussen de beide musea heeft iets weg van een vriesvak.

Ook het werkbezoek aan de beide locaties, dat de fractiewoordvoerders moest overtuigen dat het allemaal wel goed zou komen, kweekte extra bezorgdheid. „De spanning tussen de twee directies was te snijden”, wist CDA’er Van Vroonhoven te vertellen. „Ik heb er een hard hoofd in dat ze zullen samenwerken.”

En dus was de oproep aan Plasterk: beƫindig die impasse, want als het niet voor het Kamerdebat geregeld is, staat Arnhem inderdaad op losse schroeven.

Die waarschuwing nam de bewindsman meteen ter harte, waardoor hij – na enkele gesprekken en een uitgebreide brief aan de Kamer – de PvdA nu weer aan zijn zijde vindt. Een Kamermeerderheid van CDA, SP, PVV en D66 ziet echter nog steeds niet in waarom het NHM van locatie moet veranderen.

De kans dat Plasterk hen vandaag in het Kamerdebat weet te overtuigen, lijkt klein. Al was het maar omdat Van Vroonhoven, als woordvoerster van de grootste regeringspartij, vorige week nog veelzeggend zei: „Wij hebben in de fractievergadering besloten dat we die samenwerking met het Openluchtmuseum toch heel belangrijk vinden, en dat we dus voor de oorspronkelijke plek zijn. Dat weet Plasterk ook.”

Een waarschuwing die Plasterk ook maar beter ter harte kan nemen.

mailIcon print |