*

 

Docenten blijven slecht met hun tijd omgaan

Edith Hooge, lector School en Omgeving in de grote stad bij Hogeschool van Amsterdam − 01/09/09, 00:00

Goed onderwijs geef je niet op een achternamiddag. Daar is veel tijd voor nodig – en geld.

  • Docenten kunnen hun tijd veel effectiever besteden. (Trouw)

Nergens wordt zo dom omgegaan met tijd als in het onderwijs.

Zo is al jaren bekend dat het niveau van kwetsbare leerlingen wegzakt tijdens de lange zomervakanties. Het lezen van boeken, het geconfronteerd worden met kritische en verrassende vragen, het leren hoe de wereld in elkaar zit en zat, dit alles ontberen deze kinderen tijdens de lange zomerweken. Met als gevolg dat zij aan het einde van die romantische zomervakantie met een nieuwe, frisse achterstand de schoolbanken in schuiven.

Ook is al jaren bekend dat scholen de tijd die dan nog rest tussen al die vakanties in, niet goed en slim benutten. De tijd verstrijkt wel in het onderwijs, maar het is lang niet altijd ’effectieve leertijd’. Scholen die hun tijd wél goed benutten komen daarmee dan ook onmiddellijk in de krant. Vorig jaar december bleek dat de Arnhemse basisschool het Mozaïek ongelofelijk goede resultaten behaalde met achterstandsleerlingen.

Hoe is dat mogelijk? Het eenvoudige antwoord van de directeur luidde: ’Het optimaal benutten van de leertijd’. Op deze school zijn de leraren de hele tijd gericht op taal, ook als het vak taal niet op het programma staat. Tijdens de reguliere lestijden staan vooral rekenen, taal en andere vakken op het programma, en na drieën en op woensdagmiddag kunnen de leerlingen tijd besteden aan muziek, dans, kunst en sport.

Het belang van leerlingen komt nauwelijks aan bod in de discussies over tijd in het onderwijs. Terwijl het bestaansrecht van scholen toch ligt in kinderen onderwijzen, opvoeden en voorbereiden op de samenleving.

Het belang van leraren lijkt des te meer te tellen. Zo worden de lange zomervakantie en de talrijke andere vakanties en vrije dagen al jaren met hart en ziel door de vakbonden verdedigd, tot op heden met succes. Met als ’oersterk’ argument dat het leraarsberoep helemaal een rotberoep zou worden als het enige wat het nog aantrekkelijk maakt – vaak en lang vakantie – verdwijnt.

Ook het ouderwetse overblijven tussen-de-middag houdt maar stand omdat leraren tijdens hun lunchpauze van dik een uur niet lastig mogen worden gevallen met de zorg voor de leerlingen. Zij moeten kunnen bijkomen van de zware ochtend, ook om na de middagpauze de – vanwege de slecht georganiseerde overblijf – veel te drukke en onrustige kinderen weer in het gareel te krijgen.

Leraren hebben ook nauwelijks tijd voor de ouders. Weten leraren eigenlijk wel hoe het thuis met de leerlingen gaat? Hoewel het ouderwetse gebruik van huisbezoeken voorzichtig uit de kast wordt gehaald, dreigt het alweer stuk te lopen vanwege tijdgebrek.

Het kan allemaal veel slimmer en makkelijker. Maak van het leraarsberoep een normaal beroep door slimmer te organiseren: stel prioriteiten, organiseer professionele ondersteuning, voorkom piekbelasting en onnodige overuren. Start eerder met de voorbereiding van het nieuwe schooljaar, en niet terwijl het schooljaar al loopt, vergader niet steeds met z’n allen over álles, schakel andere professionals in die wél de kennis en middelen in huis hebben om moeilijke problemen die niets met onderwijs te maken hebben op te lossen.

Nergens worden leraren zo blij van als van meer tijd, maar dat hoeft echt niet alleen maar vrije tijd te zijn. Geef leraren tijd om te leren, om na te denken, om echt werk te maken van een plan om iets beter of anders te doen. Dan hebben ze helemaal geen zin meer in vakantie.

Natuurlijk kost dit allemaal geld, en dat is er ook wel, mits we in dit land niet steeds maar liever in wegen en dijken investeren. Er gloort wel wat hoop. De discussie over de vakanties laait weer op. Den Haag durft nu ook over de brug te komen. Een aantal scholen in 25 gemeenten krijgt geld voor extra onderwijstijd, dat besteed zal worden aan langere schooldagen, aan zomerscholen, en andere onderwijsvormen die meet tijd in beslag nemen.

Een aantal scholen, en maar voor vier jaar. We gaan nog steeds veel te makkelijk voorbij aan het gegeven dat de factor tijd van doorslaggevende betekenis is voor goed onderwijs. Niemand zit te wachten op eenmalige subsidies voor tweejarige pilots, experimentengeld, kortom al die losse flodders van het projectencircus dat het onderwijs zo in zijn greep houdt.

Het is de hoogste tijd voor structurele aandacht en tijd, voor continuïteit, voor individuele begeleiding, voor intensieve langdurige contacten en verbindingen. Onderwijzen en opvoeden zijn immers tijdrovende processen die vragen om uithoudingsvermogen, lange termijninvestering en geduld van volwassenen.

Dat klinkt niet sexy, noch spectaculair, noch innovatief, dat klinkt eerder degelijk. Als we als samenleving durven te investeren in zoiets simpels en saais als meer tijd, dan zou veel meer bereikt kunnen worden. In de eerste plaats met kinderen, en vervolgens ook voor leraren, ouders en de samenleving in zijn geheel.

Dit is een ingekorte versie van een rede die Edith Hooge op 27 augustus hield bij de opening van het Hogeschooljaar.

mailIcon print |