*

 

Een ouderwetse Maarten ’t Hart

Jann Ruyters − 29/08/09, 00:00

In ’Verlovingstijd’ keert ’t Harts vertrouwde alter ego terug: de gereformeerde jongen die het geloof afzweert. En verliefd wordt. Dat levert weer een smakelijk boek op.

  • (\N)

In de meeste romans van Maarten ’t Hart stuit je op Maarten ’t Hart zelf, of in elk geval op iemand die erg op hem lijkt. Zo ook in ’Verlovingstijd’. De ik-figuur is een gereformeerde jongen die het geloof later afzweert, maar de calvinistische erfenis nog met zich meedraagt; een schuchtere, zachtmoedige natuur vol verrassend stellige opinies.

Hij groeit op te Maassluis, in de jaren veertig en vijftig, en studeert in de jaren zestig biologie aan de universiteit van Leiden. Dan moet de jongen die als kind al huilde bij de klanken van Mozart en Dvorak toezien hoe de goegemeente om hem heen in de ban raakt van ’die tinnef’ van The Beatles en ’dat brylcreammonster uit Memphis’.

Vanaf de zandbak koestert hij een grote interesse in meisjes, al gaat dat ook met enige angst gepaard. Als in een van de laatste klassen van de lagere school de forse Ria Dons hem zegt dat hij voor een dubbeltje best eens mag voelen, antwoordt de verteller: „Voelen? Waar dan? En waarom dan?”

Ha! Deze ’ik’ is een oude bekende die je graag terugziet en die ook al weer even van het toneel verdwenen was. Want ’tHarts vorige, historische roman ’Het psalmenoproer’ ging over een gereformeerdenopstand in het achttiende-eeuwse Maassluis. En daarna kwam de schrijver vooral in het nieuws via de mislukte verfilming van ’Het woeden der gehele wereld’ en met zijn alternatieve eetboek: ’Het dovemansorendieet’ over de onzin van diĆ«ten en gewichtsverlies.

In zijn vroege werk (’Stenen voor een ransuil’, ’Ik had een wapenbroeder’) schreef hij vaker over mannenvriendschap – soms met homo-erotische trekjes – en om een dergelijke relatie draait ook ’Verlovingstijd’, dat anders dan de titel doet vermoeden het hele leven van de verteller omspant.

Een citaat van Roger Alfred Stamm op de eerste bladzijde meldt dat je partner met name in de verlovingstijd, als de paarband nog niet zo sterk is, zomaar door een rivaal kan worden weggekaapt. Maar deze verteller worstelt een leven lang met een wel heel hardnekkige kaper.

Al op de bewaarschool sluit hij een innige vriendschap met zijn latere rivaal, de door hem bewonderde Jouri, de slimme zoon van fietsenmaker Kerkmeester, die wegens zijn NSB-verleden door de gemeenschap verketterd wordt.

Op het moment dat meisjes in beeld komen begint de vriendschap tussen de twee briljante buitenbeentjes echter een vreemd mankement te vertonen. Onweerstaanbare Jouri kan iedereen krijgen, maar heeft eigenlijk weinig interesse in meisjes, behalve als de verteller een meisje weet te versieren. Dat meisje moet hij veroveren.

Dat proces herhaalt zich keer op keer. Het loopt in de gaten, niet alleen bij de verteller zelf, maar ook bij de meisjes. Zo wordt de ’ik’ op een gegeven moment benaderd door een klasgenote die hunkert naar Jouri’s aandacht. Ze stelt de verteller voor om een verhouding te fingeren om Jouri’s interesse te prikkelen.

De rivaliteit tussen de twee mannen – niet helemaal goed uitgewerkt, maar wel vermakelijk en curieus – houdt je bij de les. Ondertussen brengt ’t Hart het nodige behartigenswaardigs te berde over toeval en opportunisme in liefde en huwelijk. Maar het meest op dreef is hij bij zijn vertrouwde hang ups: als hij het geloof verkettert, lyrisch doet over parasieten en op hol slaat van verliefdheid. Ontwapenend zijn de passages over de foute vader van vriend Jouri,met wie de verteller als kleine jongen de klassieke muziek ontdekt. En even roerend als venijnig is het portret van de stuurse Katja, de latere echtgenote van de verteller, een magere muziekdocente die nagellak en kinderen weigert maar ’trilt als ijle dravik’ [een soort zwenkgras] als de ’ik’ haar voor het eerst in zijn armen neemt. ’Verlovingstijd’ is een ouderwetse, smakelijke ’t Hart, waar je je graag in onderdompelt.

mailIcon print |