*

 

De ramadan in Oost-Turkije

Erdal Balci − 28/08/09, 15:23

weblog In het Koerdische Van in het oosten van Turkije is de derde dag van de ramadan onthaald met een zacht ochtendbriesje. Ik zit in de auto van Hamlet, een drieentwintig jarige jongen die eigenlijk Rusen heet maar door zijn oom in Istanbul omgedoopt is tot de held van Sheakspeare. Hamlet heeft een sigaret in de mond. Hij kijkt achter zijn zonnebrillenglazen in de richting van de Van-meer en zegt: ‘De moslims vasten al 1400 jaar of zo. Hebben ze er wat aan gehad? Volgens mij niet’.

We naderen de grote weg. Het is tijd om de sigaret weg te gooien. Hamlet gooit de voor de helft opgerookte peuk op het asfalt. ‘Ik leef in een zeer religieus gebied. Voordat je het weet ben je hier voor een heiden uitgemaakt en ben je door iedereen verstoten.’

Koerden staan bekend als een gelovig volk. Overdags in de Koerdische steden tijdens de ramadan geen restaurants die open zijn, geen water drinken uit de waterflesjes en geen gelurk aan sigaretten. Waar in het westen van Turkije de vastende burger de ramadanmaand in harmonie doorbrengt met de ‘eters’, is het in het Koerdische gebied slim om niet eens een enkel biscuitje naar de mond te brengen. Laat staan hele maaltijden nuttigen in het openbare leven.

De Koerdische atheisten, deisten en agnosten moeten dus uitkijken tijdens deze vastenmaand. Ze zijn dan ook zeer voorzichtig. Maar niemand kan ze beletten om stiekem eten te nuttigen.

In Tatvan, een stad op 200 kilometer ten oosten van Van, komt de veertiger Siyar rond door houthandel te bedrijven. Hij heeft een zaak in het ‘industriecetrum’ van de stad waar het hout buiten gezaagd en bewerkt wordt. Met zijn zaken is hij tevreden, maar nog meer tevreden is hij met de ligging van zijn werkplek. Eerst stopt hij zonder dat andere arbeiders het opmerken een pakje sigaretten in de broekzak van zijn broer die hout aan het zagen is en loopt dan verder zijn zaak binnen om in zijn kantoortje water te drinken. Hij steekt een sigaret op en vertelt: ,,Ik zou deze plek voor geen goud willen wisselen. Geen enkele zaak heeft zicht op ons. Tijdens de ramadans is het heerlijk om te weten dat je in je eigen werkplek niet gezien kan worden. Als de andere handelaars ons zouden betrappen zouden we geen zaken meer kunnen doen. Ze zouden ons negeren voor de rest van onze levens.”

Met Siyar rijden we even later naar de stad Norsin. Onderweg verhaalt hij over de legende van de berg Nemrut. De berg zou naar Nemrut genoemd zijn die vastbesloten was om God te de doden. Daarom beklom hij naar de top van deze berg waar we op deze vierde dag van de ramadan langs rijden. Siyar: ,,Vanuit de top rekte de jongen zijn boog, mikte hij op de lucht en stuurde zijn pijl in de richting van God. Even later vielen er een paar druppels naast de voeten van Nemrut die vanaf die dag wist dat God dood was.”

God kan misschien dood zijn, maar de gelovigen leven nog steeds. We naderen de stad. Siyar gooit de sigaret maar voor de zekerheid uit het raam.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />