Amerika’s klimaatwet dreigt in de Senaat vast te lopen op verzet uit agrarische en industriële staten.
Doug Goehring, boer en minister van landbouw van de Amerikaanse prairiestaat North Dakota, denkt zelf dat het klimaatprobleem een verzinsel is. „Toen ik studeerde, heette de afkoeling van onze aarde een gevaar, nu is het de opwarming”, zegt hij op zijn kantoor in de hoofdstad Bismarck.
„Hoe dan ook”, zegt hij spottend, „iemand heeft besloten dat het klimaat een probleem is, dus daar moeten we wat aan doen.” Maar het klimaatwetsvoorstel dat het Huis van Afgevaardigden in Washington in juni goedkeurde, is niet de oplossing. „Washington heeft niet goed nagedacht over de gevolgen.”
Dat wetsvoorstel betekent een extra energieheffing, zegt de 43-jarige Republikein, die maïs en sojabonen teelt op zijn 800 hectare grote familiebedrijf. „Boeren zien dat in alles terug: in de prijs van kunstmest, in hogere transportkosten en die van bestrijdingsmiddelen. Zij kunnen die aan niemand doorberekenen.”
Goehring staat niet alleen in zijn kritiek. Farm Bureau, Amerika’s grootste landbouworganisatie, heeft berekend dat het klimaatplan boeren in de VS vijf miljard dollar aan inkomen scheelt. En dat alles in naam van klimaatonderzoek „dat steeds meer in twijfel wordt getrokken”, schamperde voorzitter Bob Stallman.
Het bureau heeft een lobby opgezet om te voorkomen dat de Senaat het klimaatvoorstel ook goedkeurt en dat het dus kracht van wet krijgt. Het krijgt daarbij steun van de olie-industrie en de mijnbouw, die vrezen dat hun vervuilende producten in het gedrang komen.
De landbouworganisatie heeft samen met het Amerikaanse Petroleum Instituut een organisatie opgezet, die EnergieBurgers heet. Die zet manifestaties tegen het voorstel op in 21 staten. Vooral North Dakota, waar landbouw en energie (olie, steenkool en windenergie) de grootste bronnen van bestaan zijn, is een belangrijk mikpunt.
De lobby lijkt succes te hebben. Vier senatoren uit president Obama’s Democratische partij, onder wie de twee van North Dakota, lieten onlangs weten dat wat hen betreft klimaatwetgeving uitgesteld moet worden tot volgend jaar. Het idee om een handelssysteem in uitstootrechten op te zetten – het hart van het voorstel – is volgens de vier politiek onhaalbaar. Europa heeft wél zo’n handelssysteem.
Tien andere Democratische senatoren uit staten met staal-, cement-, papier- en auto-industrie lieten president Obama onlangs per brief weten dat het voor hen „zeer moeilijk” wordt vóór het klimaatvoorstel te stemmen. Tenzij die strafheffingen bevat voor producten uit China, dat geen klimaatmaatregelen treft. De klimaatwet zou China anders een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren. Peking dreigt met een handelsoorlog als de VS klimaatheffingen instellen.
Als die senatoren volharden in hun verzet, wordt het voor Obama heel moeilijk nog dit jaar een klimaatwet te ondertekenen. Hij heeft de steun van bijna al zijn partijgenoten nodig voor een meerderheid in de Senaat. Zonder wet kan Amerika op de klimaattop in Kopenhagen eind dit jaar moeilijk een voortrekkersrol spelen. Hoe kan het Obama andere landen tot pijnlijke concessies bewegen als hijzelf niets te laten zien heeft?
De Democratische fractieleider in de Senaat Harry Reid houdt vol dat hij dit najaar de klimaatwet door de Senaat krijgt. Maar eerst moet de Senaat volgens hem wel de politiek uiterst gevoelige hervorming van het zorgstelsel behandelen. Heel Washington betwijfelt of de Democraten daarna nog de moed hebben om een tweede omstreden onderwerp aan te pakken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.